KG:212:2025:4 Doorgeschoven voortgezet ondernemerschap en geruisloze omzetting
Publicatiedatum 14-08-2025, 13:38 | Laatste update 14-08-2025, 13:38 |
Aanleiding
In 2018 participeert X in een vennootschap onder firma (hierna: vof) en kwalificeert hiermee als ondernemer op grond van artikel 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001). In 2020 wijzigt het samenwerkingsverband van een vof naar een commanditaire vennootschap (hierna: cv). X is vanaf dat moment commanditaire vennoot en kwalificeert als medegerechtigde op grond van artikel 3.3 Wet IB 2001. In 2022 draagt X zijn aandeel in de cv over aan Y, een werknemer van het samenwerkingsverband. Bij de overdracht wordt gebruik gemaakt van de geruisloze doorschuiving van artikel 3.63 Wet IB 2001. Voormalig werknemer Y wordt commanditaire vennoot en kwalificeert als medegerechtigde op grond van artikel 3.3 Wet IB 2001. In 2024 wenst Y haar commanditaire aandeel in de cv in te brengen in een besloten vennootschap (hierna: bv).
Vraag
Kan de inbreng van het commanditaire aandeel van Y plaatsvinden met toepassing van de geruisloze doorschuiffaciliteit van artikel 3.65 Wet IB 2001?
Antwoord
Nee, Y is medegerechtigde en deze medegerechtigdheid vloeit niet voort uit een rechtstreekse voortzetting als ondernemer. Als sprake is van een doorgeschoven voortgezet ondernemerschap kan de geruisloze omzetting van artikel 3.65 Wet IB 2001 niet toegepast worden.
Beschouwing
In artikel 3.65, eerste lid, Wet IB 2001 is bepaald welke medegerechtigde gebruik kan maken van de geruisloze omzetting. Dit is voorbehouden aan de medegerechtigde van artikel 3.3, eerste lid, sub a, Wet IB 2001, waarbij de medegerechtigdheid een rechtstreekse voortzetting vormt van zijn ondernemerschap.
In artikel 3.63, tweede lid, Wet IB 2001 is bepaald dat diegene aan wie doorgeschoven is in de plaats treedt van de overdrager. Y treedt derhalve in de plaats van X. De vraag komt dan op of deze indeplaatstreding zover gaat dat de hoedanigheid van rechtstreeks voortzetten als ondernemer van de rechtsvoorganger ook overgaat op Y, en daarmee voldaan is aan de voorwaarde van rechtstreekse voortzetting als ondernemer van artikel 3.65, eerste lid, Wet IB 2001. In de parlementaire geschiedenis van de inwerkingtreding van de Wet IB 2001, Kamerstukken II 1998/99, 26727, nr. 19, is hierover het volgende opgenomen. Opgemerkt is om medegerechtigden onder te brengen in box I en te kwalificeren als winstgenieters. De wetgever verleent medegerechtigden derhalve toegang tot ondernemingsfaciliteiten die investeringsgerelateerd zijn, zoals de willekeurige afschrijving en de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek en oudedagsreserve, staan echter niet open voor medegerechtigden.
De geruisloze omzettingsfaciliteit is slechts bij een voortgezet ondernemerschap toegankelijk voor medegerechtigden:
“XIII Artikel 3.2.2.54
Evenals de onder XII opgenomen wijziging, hangt deze wijziging samen met het onder het winstregime brengen van medegerechtigden die niet aansprakelijk zijn voor de schulden van de onderneming. De wijziging bewerkstelligt dat deze personen hun onderneming slechts geruisloos kunnen inbrengen in een vennootschap indien de medegerechtigdheid van de overdrager de rechtstreekse voortzetting vormt van zijn ondernemerschap met betrekking tot die onderneming.”
Uit deze laatste zin blijkt dat de medegerechtigheid een directe voortzetting dient te vormen van het ondernemerschap zodat een doorgeschoven voortgezet ondernemerschap niet kwalificeert. Dit kan ook geconcludeerd worden uit de volgende parlementaire stukken, zie Kamerstukken II 1998/99, 26727, nr 3:
“Artikel 3.2.1.1a Uitbreiding begrip belastbare winst uit onderneming
Het tweede lid, onderdeel a, betreft de situatie dat de medegerechtigdheid de rechtstreekse voortzetting vormt van de gerechtigdheid of medegerechtigdheid als ondernemer. Een voorbeeld is de beherend vennoot van een commanditaire vennootschap, die commanditair vennoot wordt. De term «rechtstreeks» ziet op het moment van de voortzetting van de onderneming, namelijk in directe aansluiting op het ondernemerschap. De belastingplichtige dient van ondernemer direct medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming te worden.”
Ten overvloede
Vorenstaande geldt ook als de medegerechtigdheid verkregen is middels een doorschuiving bij overlijden op grond van artikel 3.62 Wet IB 2001.