Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:070:2026:1 Belgische rustpensioen en berekening van de jaarruimte

Aanleiding

In het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 21 januari 2025 (Stcrt. 2025, 3741) is in onderdeel 9 een goedkeuring opgenomen voor belastingplichtigen die in een jaar aanspraken voor een Belgisch rustpensioen opbouwen. Op grond van deze goedkeuring mogen deze belastingplichtigen bij de berekening van de aangroei in dat jaar op het bedrag van de aangroei van jaarlijkse uitkeringen volgens een pensioenregeling een forfaitair bedrag in mindering brengen.

Vraag

Welk forfaitair bedrag mag in verband met de jaarlijkse aangroei van het Belgisch rustpensioen in mindering worden gebracht bij de berekening van de pensioenaangroei, die relevant is voor de bepaling van de jaarruimte?

Antwoord

Bij de berekening van de pensioenaangroei mogen de volgende bedragen in mindering worden gebracht:

Met betrekking tot de aangroei in
in mindering te brengen bedrag
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025

                                                   190,00
                                                   195,00
                                                   197,00
                                                   201,00
                                                   207,00
                                                   213,00
                                                   219,00
                                                   223,00
                                                   245,00
                                                   264,00
                                                   278,00

Dit bedrag wordt jaarlijks berekend, zodra het bedrag van de uitkering op jaarbasis als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet (de gehuwden-AOW) is aangepast.


Beschouwing

De hoogte van deze vermindering bedraagt een vijftigste van de uitkering op jaarbasis als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet (de gehuwden-AOW), inclusief vakantiegeld. Bij de berekening van de gehuwden-AOW wordt uitgegaan van het uitkeringsniveau van 1 januari van het jaar waarover de aangroei van de pensioenaanspraken voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek in aanmerking moet worden genomen.

Deel deze pagina