KG:204:2026:5 Maaltijd via betaalkaart
Publicatiedatum 16-02-2026, 16:11 | Laatste update 16-02-2026, 16:11 |
Aanleiding
Werknemers krijgen van hun werkgever een betaalkaart (fysiek dan wel in hun digitale wallet), waarmee zij maaltijden kunnen kopen. Als de werknemer afrekent met deze betaalkaart, komt een bedrag tot maximaal € 9 per dag en tot een maximum van € 90 per maand direct ten laste van de rekening van de werkgever. De betaalkaart is ook gekoppeld aan de persoonlijke betaalrekening van de werknemer; bedragen boven het maximumbedrag per dag/maand die de werkgever voor zijn rekening neemt, worden automatisch afgeschreven van de persoonlijke betaalrekening van de werknemer.
Dus stel de werknemer betaalt een maaltijd van € 15 met de betaalkaart, dan wordt de eerste € 9 van de rekening van de werkgever afgeschreven en het restant van € 6 wordt afgeschreven van de persoonlijke bankrekening van de werknemer. Als de werknemer op een dag minder dan € 9 besteedt, dan blijft het restant voor die maand beschikbaar. Als aan het einde van de maand niet de hele € 90 is besteed, dan vervalt het restant.
De werknemer kan met de betaalkaart uitsluitend betalingen doen:
- in de bedrijfskantine op de werkplek (maaltijden worden verzorgd door een externe cateraar);
- bij alle restaurants, broodjeszaken en andere eetgelegenheden met een specifieke code op het kassa-systeem die digitaal betalen mogelijk maakt (hiervoor zijn geen aparte afspraken gemaakt tussen de werkgever en degene die de producten verkoopt aan de werknemer); en
- bij een bezorgplatform aangesloten restaurants (bij deze restaurants geldt doorgaans een minimale prijs per order van rond de € 20).
De prijs van de producten in de bedrijfskantine op de werkplek is gelijk aan de waarde in het economische verkeer (hierna: WEV). De werkplek voldoet aan de definitie van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel f, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (hierna: URLB 2011).
Vragen
- Is sprake van een verstrekking van een maaltijd door de werkgever op de werkplek ingeval de werknemer de betaalkaart gebruikt om een maaltijd te kopen in de bedrijfskantine?
- Is sprake van een verstrekking van een maaltijd door de werkgever op de werkplek ingeval de werknemer de betaalkaart gebruikt voor het bestellen van een maaltijd via het bezorgplatform én de maaltijd laat bezorgen op de werkplek?
Antwoorden
- Nee, de betalingen met de betaalkaart vormen geen verstrekking van een maaltijd door de werkgever op de werkplek. De vergoedingen van de werkgever vormen loon in geld. Het voor een maaltijd betaalde bedrag dient tot maximaal € 9 tot het loon te worden gerekend.
- Idem.
Beschouwing
Kwalificatie betalingen met betaalkaart algemeen
Een betaling met de betaalkaart vormt loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964) voor zover de betaling ziet op het deel dat de werkgever voor zijn rekening neemt (in casu maximaal € 9); dat deel vormt immers een voordeel voor de werknemer dat verstrekt wordt door de werkgever en voldoende verband houdt met de dienstbetrekking. Van belang is of het voordeel loon in natura vormt. Voor loon in natura gelden immers specifieke waarderingsvoorschriften.
Bij loon in natura gaat het om loon in de vorm van de verstrekking of terbeschikkingstelling van goederen, diensten en rechten:
- Bij een verstrekking gaat het eigendom van het goed over op de werknemer. Een voorbeeld hiervan is de verstrekking van een fiets aan de werknemer.
- Bij terbeschikkingstelling behoudt de werkgever het eigendom van het goed, maar mag de werknemer er gebruik van maken. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van een laptop van de werkgever door de werknemer.
- Loon in de vorm van een recht is een recht dat inhoudelijk volledig is bepaald en onvoorwaardelijk is (aanstonds of na een bepaalde vaste termijn). Een voorbeeld hiervan is de verstrekking van een waardebon.
De vraag is hoe de betaling in casu moet worden gekwalificeerd. Daartoe bestaan de volgende opties:
- De betaling is een vergoeding van de werkgever (loon in geld). De vergoeding moet in aanmerking worden genomen naar de nominale waarde.
- De betaling wordt gelijkgesteld met de verstrekking van een maaltijd door de werkgever (loon in natura). Het forfait van artikel 3.8, onderdeel a, URLB 2011 is van toepassing.
- De betaalkaart wordt gelijkgesteld met de verstrekking van een waardebon door de werkgever (loon in natura). De waardebon dient gewaardeerd te worden op de factuurwaarde (indien aanwezig), dan wel de WEV op grond van artikel 13, eerste lid, Wet LB 1964.
Jurisprudentie
Soms is het onderscheid tussen loon in geld en loon in natura niet geheel duidelijk. In de jurisprudentie is deze scheidslijn daarom nader ingevuld. Hierna volgt een overzicht van arresten en uitspraken die in dit verband van belang zijn.
- Hoge Raad 10 oktober 1962, ECLI:NL:HR:1962:AY4044:
Gelden die een werknemer aan de bedrijfskas van zijn werkgever mocht onttrekken ter bestrijding van huishoudelijke uitgaven voor zichzelf en zijn gezin, vormen loon in geld. - Hoge Raad 23 maart 1983, ECLI:NL:HR:1983:AW8940:
Op grond van een afspraak in de arbeidsovereenkomst heeft de werkgever de verplichting op zich genomen om het door de werknemer verschuldigde schoolgeld, ten behoeve van het onderwijs voor zijn kinderen, te betalen. De betaling door de werkgever wordt aangemerkt als betaling van loon in geld. - Hoge Raad 2 december 1987, ECLI:NL:HR:1987:AW7555:
De werkgever is wettelijk verplicht om onderwijsfaciliteiten te verstrekken aan de kinderen van al haar naar het buitenland uitgezonden werknemers en de kosten verbonden aan het onderwijs voor diens rekening te nemen. De werkgever heeft de door hem verschuldigde schoolgelden rechtstreeks aan de school betaald. Het verstrekken van deze onderwijsfaciliteiten dient te worden aangemerkt als het betalen van loon in natura. De omstandigheid dat de werkgever niet zelf heeft zorggedragen voor het onderwijs en dat het hof niet heeft vastgesteld dat de werkgever zich tegenover de school tot betaling van de schoolgelden had verbonden, doet hieraan niets af. - Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4812:
Werknemers hebben de mogelijkheid om bij een financiële instelling met korting hypothecaire leningen af te sluiten, in die zin dat bij een normaliter verschuldigde hypotheekrente van x% de werknemers (x-2)% rente aan de hypotheeknemer betalen en de werkgever de resterende 2% rente. De 2% rente die de werkgever voor zijn rekening neemt, vormt loon in natura. - Hof Arnhem 16 november 1959, ECLI:NL:GHARN:1959:AY1309:
De werkgever heeft aan de werknemer een woning ter beschikking gesteld. De kosten van gas, water en licht werden door de werkgever direct aan de leveranciers betaald. Er is sprake van loon in natura ten aanzien van zowel de terbeschikkingstelling van de woning als de verstrekking van gas, water en licht. - Hof ’s-Hertogenbosch 14 maart 1984, ECLI:NL:GHSHE:1984:AW7971:
Een warenhuis verstrekt aan bepaalde werknemers maaltijdbonnen op koopavonden die uitsluitend te gebruiken zijn in het restaurant in het warenhuis. De waardebonnen vormen loon in natura (die moeten worden gewaardeerd op de besparingswaarde van een verstrekte maaltijd). - Hof Arnhem 29 juli 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AV3004:
Bij verstrekking van loon in natura bepaalt de werkgever de aard, kwaliteit en hoeveelheid van het goed of de dienst. Nu de directeur zelfstandig en op eigen naam een overeenkomst tot levering van gas, water en licht ten behoeve van zijn privéwoning is aangegaan, is daarvan volgens het hof in deze situatie geen sprake. Het vervolgens op enig moment laten wijzigen van de tenaamstelling en de desbetreffende facturen op naam van de werkgever laten stellen, maakt de situatie niet anders. Voor de vraag of loon in geld dan wel in natura wordt genoten, is niet beslissend of het verschuldigde bedrag door de werknemer of de werkgever wordt betaald. De betaling door belanghebbende van de aan de directeur geleverde energie is dan ook niet aan te merken als betaling van loon in natura. - Hof Den Haag 8 januari 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6312:
Een werkgever verstrekt maaltijdcheques aan werknemers die kunnen worden gebruikt in onder andere restaurants en supermarkten (ruime bestedingsmogelijkheden). De maaltijdcheques vormen waardebonnen (loon in natura).
Op basis van de jurisprudentie is voor de beoordeling of sprake is van loon in geld of loon in natura met name van belang op wie juridisch de betalingsverplichting rust. Het is dus niet beslissend wie het verschuldigde bedrag daadwerkelijk betaalt. Als de werknemer bij een derde voor eigen rekening een verplichting aangaat en de werkgever deze rekening rechtstreeks betaalt aan de derde, is sprake van loon in geld.
Een kenmerk van loon in natura is dat de werkgever de aard, kwaliteit en hoeveelheid van het goed of dienst bepaalt. Een aantal voorbeelden:
- Als de werkgever besluit een mindfulness training door een derde te laten verzorgen ten behoeve van zijn werknemers, is sprake van loon in natura. De werkgever bepaalt de aard, kwaliteit en hoeveelheid van de training. Bovendien rust de betalingsverplichting op de werkgever.
- Als de werkgever een cadeaubon verstrekt, is sprake van loon in natura. De werkgever bepaalt de aard van de cadeaubon (voor welke winkel) en voor welk bedrag. De werkgever koopt de bon in. Het feit dat de werknemer bepaalt waar hij de cadeaubon aan besteedt, is bij de beoordeling of sprake is van loon in geld of loon in natura niet meer relevant. De bon vormt loon in natura, niet dat wat de werknemer ermee heeft aangeschaft.
- Als de werkgever een maaltijdbon verstrekt die recht geeft op een bepaalde maaltijd bij bepaalde eetgelegenheden vormt de bon loon in natura. Als de werkgever hierbij bepaalt wat de aard, de kwaliteit en de omvang is van de maaltijd kan sprake zijn van de verstrekking van een maaltijd.
Beoordeling betaling maaltijd in de bedrijfskantine met de betaalkaart (ad 1)
De prijs voor de maaltijd is verschuldigd door de werknemer. Bij een betaling met de betaalkaart wordt het bedrag direct afgeschreven van de rekening van de werkgever. Oftewel, de werkgever betaalt rechtstreeks de door de werknemer verschuldigde prijs tot maximaal € 9. De betaling met de betaalkaart is geen verstrekking of terbeschikkingstelling van een goed of een dienst door de werkgever. De betaalkaart fungeert slechts als betaalmiddel, vergelijkbaar met een creditcard van de werkgever (tot een bepaalde limiet). Bovendien bepaalt de werknemer zelf of, en wat hij bestelt, niet de werkgever. Een betaling met de betaalkaart kwalificeert daarom onder deze feiten en omstandigheden niet als loon in natura. Van een verstrekking van een maaltijd kan dan ook geen sprake zijn waardoor het maaltijdforfait van artikel 3.8, onderdeel a, URLB 2011 niet van toepassing is.
Ook vormt de betaalkaart onder deze feiten en omstandigheden geen 'loon in de vorm van een recht'. De betaalkaart is immers geen recht dat inhoudelijk volledig is bepaald en onvoorwaardelijk is. Hierin verschilt de onderhavige betaalkaart met een waardebon, zoals een cadeaubon (een waardebon vormt op zichzelf een beloning voor de werknemer en dus loon in natura). Er is in casu sprake van ‘recht op loon’ (en geen ‘loon in de vorm van een recht’). Vergelijk o.a. HR 22 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7727. De betaalkaart op zichzelf geeft geen recht op een maaltijd; als de kosten van de maaltijd meer dan € 9 bedragen, komt het meerdere voor rekening van de werknemer.
Een betaling met de betaalkaart kwalificeert als een vergoeding en daarmee als loon in geld tot maximaal € 9. Het genietingsmoment van loon in geld wordt bepaald aan de hand van artikel 13a Wet LB 1964. In casu is dat het moment van betaling van de maaltijd.
Beoordeling betaling met de betaalkaart van een door de werknemer bestelde maaltijd op de werkplek (ad 2)
Als de werknemer een maaltijd bestelt en laat bezorgen op de werkplek is geen sprake van een door de werkgever verstrekte maaltijd op de werkplek. De betalingsverplichting van de maaltijd rust op de werknemer. De werkgever betaalt rechtstreeks via de betaalkaart (een gedeelte van) de prijs die de werknemer is verschuldigd. Deze betaling vormt daarom loon in geld tot maximaal € 9. Het maaltijdforfait van artikel 3.8, onderdeel a, URLB 2011 is dan ook niet van toepassing.
Ook vormt de betaalkaart geen loon in de vorm van een recht. Zie onder ad 1.
Er is ook geen sprake van intermediaire kosten. Hiervoor moet de werknemer in opdracht en voor rekening van de werkgever een maaltijd bestellen. In dat geval heeft de werknemer een vordering op de werkgever en moet de werkgever deze voldoen. Daarvan is in casu geen sprake. De werkgever voldoet geen vordering, maar betaalt rechtstreeks via de betaalkaart (een gedeelte van) de prijs die de werknemer is verschuldigd.
Een betaling met de betaalkaart kwalificeert als loon in geld tot maximaal € 9. Het genietingsmoment van loon in geld wordt bepaald aan de hand van artikel 13a Wet LB 1964 en is in dit geval het moment van betaling van de maaltijd. Als sprake is van een meer dan bijkomstige zakelijke maaltijd in de zin van artikel 31a, tweede lid, onderdeel b, Wet LB 1964, dan is de betaling tot maximaal € 9 gericht vrijgesteld binnen de werkkostenregeling.
Tot slot
Voor de producten in de bedrijfskantine is de werknemer in casu de WEV verschuldigd. De maaltijd vormt daarom geen loon in de zin van artikel 10 Wet LB 1964. De werknemer geniet immers geen voordeel, waarmee niet is voldaan aan de voordeelseis. Of de prijs van de maaltijd marktconform is en daarmee gelijk is aan de WEV staat ter beoordeling van de inspecteur. Zie ook KG:204:2022:2.