KG:207:2026:1 Hoe wordt invorderingsrente betrokken in een saneringsakkoord?
Publicatiedatum 23-02-2026, 15:43 | Laatste update 23-02-2026, 15:43 |
Aanleiding
Artikel 26.3.7 Leidraad Invordering 2008 (hierna: LI 2008) bepaalt dat bij kwijtschelding van rijksbelastingen voor ondernemers de (invorderings)rente en kosten integraal in het akkoord worden betrokken. Het bedrag dat in het kader van een saneringsakkoord wordt betaald, moet volgens de genoemde bepaling worden afgeboekt op een wijze die afwijkt van de toerekeningsregels bij een betaling zoals die zijn opgenomen in artikel 7 van de Invorderingswet 1990 (hierna: Iw 1990).
Vragen
- Kan de invorderingsrente integraal in het akkoord worden betrokken?
- Kan in de LI 2008 worden afgeweken van de toerekeningsregels bij betaling zoals die zijn opgenomen in artikel 7 Iw 1990?
Antwoord
- Ja. De invorderingsrente maakt deel uit van de belastingschuld en wordt volledig betrokken bij de vaststelling van het in het kader van de kwijtschelding door de ontvanger te ontvangen bedrag.
- Nee. De ontvanger moet betalingen op het saneringsakkoord afboeken op de wijze zoals bepaald in artikel 7 Iw 1990.
Beschouwing
Invorderingsrente
Invorderingsrente wordt op grond van artikel 28 Iw 1990 in rekening gebracht als een belastingschuldige een belastingaanslag na de uiterste betaaldatum betaalt. Er wordt dan invorderingsrente in rekening gebracht over het op de belastingaanslag openstaande bedrag.
Op grond van artikel 29 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (hierna: URIW 1990) wordt de in rekening te brengen invorderingsrente berekend over iedere betaling afzonderlijk. Uit de systematiek van artikel 29 URIW 1990 vloeit voort dat er bij het uitblijven van een betaling op de aanslag (nog) geen invorderingsrente in rekening wordt gebracht.
Invorderingsrente wordt op grond van artikel 30, eerste lid, Iw 1990 vastgesteld bij beschikking. Artikel 3:40 Awb (‘een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt’) is echter niet van toepassing op de Invorderingswet 1990 (zie artikel 1, tweede lid, Iw 1990). Daarom kan op het moment dat de belastingschuldige een te late betaling doet, die betaling volgens de wetssystematiek (mede) op de invorderingsrente worden afgeboekt. Na die afboeking stelt de ontvanger de verschuldigdheid van de betreffende invorderingsrente bij beschikking vast.
Vóór de vaststelling bij beschikking is de invorderingsrente al materieel verschuldigd. Toerekening van een betaling aan de invorderingsrente kan dan ook niet worden gezien als een onverschuldigde betaling (Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3084).
Kwijtschelding
De mogelijkheid tot kwijtschelding van belastingaanslagen volgt uit artikel 26 Iw 1990. Kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen die niet in staat zijn een belastingaanslag, anders dan met buitengewoon bezwaar, te betalen. Het begrip belastingaanslag is nader geduid in artikel 2, eerste lid, onderdeel m, Iw 1990.
Op grond van artikel 7, eerste lid, URIW 1990 kan de ontvanger kwijtschelding verlenen voor rijksbelastingen. Volgens artikel 2, tweede lid, sub a Iw 1990 wordt onder rijksbelastingen mede verstaan: de belastingrente, de revisierente, de rente op achterstallen, de kosten van ambtelijke werkzaamheden, alsmede de bestuurlijke boeten. In artikel 7, tweede lid, URIW 1990 wordt verder specifiek vermeld dat bij toepassing van het hoofdstuk over kwijtschelding de belastingrente, revisierente en bestuurlijke boete(n) worden gelijkgesteld met de belastingen waarmee zij samenhangen.
De invorderingsrente blijft dus onbenoemd, maar artikel 6, eerste lid, Iw 1990 verklaart de bepalingen van de Invorderingswet 1990 ook van toepassing op ‘de renten’, oftewel de invorderingsrente. Op grond daarvan kan beargumenteerd worden dat ook de kwijtscheldingsregeling van artikel 26 Iw 1990 van toepassing is op de invorderingsrente. Zie de MvT, Kamerstukken II 1987/88, 20588, nr. 3, p. 32:
“Gevolg hiervan is dat de bepalingen met betrekking tot deze — niet als rijksbelastingen aan te merken — schulden van een belastingschuldige jegens de fiscus, toepassing vinden als waren die schulden rijksbelastingen.”
Artikel 28.6 LI 2008 bepaalt echter expliciet dat kwijtschelding van uitsluitend invorderingsrente niet mogelijk is. Wat daarvan ook zij, de invorderingsrente kan (indirect) wel buiten invordering worden gelaten (zie artikel 28.6 LI 2008). Wanneer een belastingaanslag (deels) niet betaald hoeft te worden, hoeft de belastingschuldige immers ook de materieel verschuldigde maar nog niet geformaliseerde invorderingsrente niet te betalen. De invorderingsrente volgt daarbij het lot van de belastingaanslag.
Saneringsakkoord
In artikel 22 URIW 1990 zijn strikte voorwaarden opgenomen voor medewerking van de ontvanger aan een saneringsakkoord voor de belastingschulden van ondernemers. In het artikel wordt gesproken over ‘belastingschuld’. In de toelichting op URIW 1990 noch de LI 2008 wordt ingegaan op de term ‘belastingschuld’: artikelen 26.3.1 en 26.3.3 LI 2008 verwijzen slechts naar de voorwaarden van artikel 22 URIW.
Op meerdere gronden veronderstelt de kennisgroep dat onder het begrip ‘belastingschuld’ niet enkel het saldo van de openstaande belastingaanslagen moet worden begrepen, maar ook de belopen invorderingsrente en kosten.
Allereerst vinden de bepalingen van de Invorderingswet 1990 op grond van artikel 6, eerste lid, Iw 1990 toepassing op de invorderingsrente ‘als ware die (…) rijksbelastingen’. De belopen invorderingsrente en kosten maken dan ook deel uit van de vordering van de ontvanger op belastingschuldige. De verschuldigdheid van invorderingsrente vloeit rechtstreeks voort uit de wet.
Het begrip ‘belastingschuld’ is niet nader gedefinieerd, maar komt wel veelvuldig voor in de LI 2008. Hierbij omvat het in de regel (maar niet altijd) ook de belopen invorderingsrente. Zo wordt in artikel 25.1.4, onder f, LI 2008 gesteld dat het uitstel in ieder geval wordt beëindigd indien de verhaalbaarheid van de belastingschuld, waarvoor uitstel is verleend, ernstig in gevaar komt. In het bedrag waarvoor uitstel wordt verleend is ook invorderingsrente begrepen. Een ander voorbeeld is artikel 19.2.1 LI 2008, dat ziet op de in faillissement aan te melden schulden. De ontvanger dient ook de verschuldigde invorderingsrente in als onderdeel van de belastingschuld.
Dat de invorderingsrente nog niet bij beschikking is vastgesteld, zoals artikel 30 Iw 1990 vereist, is geen bezwaar. Zoals hierboven al beschreven oordeelde de Hoge Raad in 2017 dat de beschikking geen vereiste is voor de verschuldigdheid van de invorderingsrente - die volgt rechtstreeks uit de wet. De beschikking heeft slechts tot gevolg dat de belanghebbende een rechtsingang geboden wordt (ECLI:NL:HR:2017:3084, r.o. 2.5.5).
Op grond van het voorgaande wordt de invorderingsrente geacht deel uit te maken van de ‘belastingschuld’ zoals bedoeld in artikel 22 URIW.
In artikel 26.3.7 LI 2008 is dan ook opgenomen dat invorderingsrente integraal wordt betrokken het saneringsakkoord. Bij berekening van het door de ontvanger te ontvangen bedrag zal de invorderingsrente worden betrokken.
Het te betalen akkoordbedrag wordt daarmee als volgt vastgesteld:

Afboekingsvolgorde
Bij een saneringsakkoord betaalt de belastingschuldige zijn schuld gedeeltelijk. Artikel 26.3.7 LI 2008 schrijft voor dat het bedrag dat in het kader van de sanering wordt betaald, op de hoofdsom afgeboekt wordt en daarmee niet op (eventuele) kosten en rente.
Paragraaf 42.3.1 van de Instructie Invordering en Belastingdeurwaarders licht toe dat als een deel van het bedrag wel als invorderingsrente zou worden afgeboekt, die rente vervolgens fiscaal aftrekbaar is. Volgens de Instructie vergroot dit de liquiditeit van de onderneming en zou daarom ook het te betalen saneringsbedrag hoger moeten worden. In de praktijk houdt de ontvanger bij de bepaling van het te betalen saneringsbedrag echter geen rekening met de eventuele – in de toekomst gelegen - fiscale aftrekbaarheid van de invorderingsrente. Om de betaling in afwijking van artikel 7 Iw 1990 enkel toe te rekenen aan de hoofdsom is bovendien handmatige actie van de ontvanger vereist in de systemen. In de regel gebeurt dat niet.
Artikel 7 Iw 1990 is daarbij dwingendrechtelijk van aard. De kennisgroep ziet geen goede reden om hiervan af te wijken en in de praktijk gebeurt dat ook zelden. De kennisgroep meent dan ook dat de ontvanger het te betalen saneringsbedrag conform de wettelijke regels van artikel 7 Iw 1990 moet afboeken.
Conclusie
De invorderingsrente maakt deel uit van de belastingschuld in de zin van artikel 22 URIW en wordt volledig betrokken bij de vaststelling van het in het kader van de kwijtschelding aan de ontvanger te betalen saneringsbedrag. De ontvanger moet het te betalen saneringsbedrag afboeken conform artikel 7 Iw 1990.