KG:213:2026:2 Toepassing foutenleer na onjuiste activering / waardering goodwill
Publicatiedatum 16-03-2026, 17:42 | Laatste update 16-03-2026, 17:42 |
Aanleiding
Belastingplichtige heeft een 100%-deelneming verworven. De voordelen uit deze deelneming zijn vrijgesteld op grond van artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting (hierna: Wet Vpb 1969). De aankoopprijs van de aandelen die een deelneming vormen, bestaat uit een bedrag voor de zichtbaar intrinsieke waarde van de deelneming en goodwill.
Na de aankoop heeft belastingplichtige de aankoopprijs gesplitst in twee balansposten:
- de kostprijs deelneming, opgenomen tegen de intrinsieke waarde op het moment van aankoop; en
- de goodwill aanwezig op het moment van aankoop.
In de aangiften vennootschapsbelasting heeft belastingplichtige de goodwill ten aanzien van de deelneming afgeschreven tot nagenoeg nihil. De afschrijvingen zijn niet verantwoord onder de deelnemingsvrijstelling. Belastingplichtige heeft zijn deelneming commercieel en fiscaal gewaardeerd tegen nettovermogenswaarde. De mutatie van de waardering van de deelneming als gevolg van de waarderingsmethode nettovermogenswaarde (niet zijnde goodwill) is verantwoord onder de deelnemingsvrijstelling.
Op de eindbalans van het laatste jaar waarvan de aanslag onherroepelijk vaststaat, is de goodwill ter zake van de verworven deelneming nog opgenomen.
De afschrijvingen kunnen niet meer worden teruggenomen door middel van navorderingsaanslagen.
Vragen
- Kan een onjuiste waardering / activering van de balanspost goodwill met toepassing van de foutenleer worden hersteld? Zo ja, op welke wijze vindt dit herstel plaats?
- Zo ja, valt de in aanmerking te nemen winst bij het herstel van de fout in het laatst openstaande jaar onder de deelnemingsvrijstelling?
Antwoorden
- Ja, een onjuiste balanswaardering/- activering van goodwill die in strijd is met goed koopmansgebruik kan worden hersteld op basis van de foutenleer.
- Nee, de in aanmerking te nemen winst door herstel van de fout valt niet onder de deelnemingsvrijstelling.
Beschouwingen
Beschouwing vraag 1
Op de eindbalans van belastingplichtige zijn zowel aanschaffingskosten van de deelneming als de goodwill van de deelneming opgenomen. Belastingplichtige heeft na aankoop van de deelneming ten onrechte een balanspost goodwill op de balans opgenomen ter zake van de aanschaf van de deelneming. Hij heeft ten onrechte afschrijvingskosten goodwill ten laste van het resultaat gebracht.
In Hoge Raad 23 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR6326 heeft de Hoge Raad, met betrekking tot een ten onrechte als ondernemingsvermogen geëtiketteerd pand, als volgt geoordeeld:
“3.3 De foutenleer strekt ertoe te voorkomen dat, ingeval het eindvermogen van het voorafgaande jaar niet naar de voorschriften van de wet en overeenkomstig goed koopmansgebruik is vastgesteld, een stuk bedrijfswinst — in strijd met artikel 3.8 Wet IB 2001 — onbelast blijft hetzij dubbel wordt belast (vergelijk onder andere Hoge Raad 13 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BB5878). Met de foutenleer kunnen ook afschrijvingsfouten worden gecorrigeerd, bijvoorbeeld omdat in het verleden ten onrechte de activering van een bedrijfsmiddel achterwege is gebleven (vgl. HR 25 juli 2000, nr. 35251, LJN AA6598, BNB 2001/3). In het onderhavige geval doet zich het omgekeerde voor: door het ten onrechte activeren van een vermogensbestanddeel zijn ten onrechte afschrijvingen ten laste van de winst gebracht. De foutenleer dient ervoor ook een dergelijke fout in de vaststelling van de totale winst te corrigeren. Dit dient in een zodanig geval te gebeuren door het desbetreffende vermogensbestanddeel in het oudste openstaande jaar naar het privévermogen over te brengen voor de kostprijs van het vermogensbestanddeel.”
Een deelneming wordt voor de volledige betaalde prijs - inclusief goodwill - geactiveerd. Er is namelijk op basis van goed koopmansgebruik geen ruimte voor een afzonderlijke activering van goodwill (vergelijk Hoge Raad 24 september 1975, ECLI:NL:HR:1975:AX3916). In het onderhavige geval is de balanspost goodwill ten onrechte opgevoerd. Daardoor zijn er ten onrechte afschrijvingen ten laste van de winst gebracht. De foutenleer dient ertoe een fout als deze in de vaststelling van de totale winst te corrigeren (Hoge Raad 23 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR6326).
In het arrest van 6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:850 heeft de Hoge Raad dat uitgangspunt nog eens bevestigd door in r.o. 4.2.3. het volgende te overwegen:
“Voor constatering van een fout in de zin van de foutenleer is in beginsel vereist dat bij de vaststelling van het eindvermogen van het vorige boekjaar bepaaldelijk een fout is gemaakt in die zin dat dit vermogen in enig opzicht niet aan de hand van de ten tijde van de vaststelling daarvan aan de belastingplichtige ten dienste staande gegevens naar de voorschriften van de wet en overeenkomstig goed koopmansgebruik is vastgesteld.“
Het eindvermogen in het onderhavige geval is niet naar de voorschriften van de wet en niet overeenkomstig goed koopmansgebruik vastgesteld waardoor een stuk bedrijfswinst onbelast is gebleven. Op de eindbalans van het laatste onherroepelijk vaststaande jaar is de goodwill ter zake van de verworven deelneming nog opgenomen. In Hoge Raad 23 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR6326 herstelt de Hoge Raad de balansfout door het vermogensbestanddeel tegen kostprijs van de balans te halen in het oudste openstaande jaar. Hierdoor worden de ten onrechte genomen afschrijvingslasten, zijnde het verschil tussen de kostprijs en de boekwaarde, in de heffing betrokken. De balanspost goodwill wordt in het onderhavige geval op eenzelfde manier hersteld. In die zin dat deze in het laatst openstaande jaar tegen de oorspronkelijke kostprijs wordt overgeboekt naar de kostprijs deelneming.
Dat de goodwill ziet op de aankoop van een deelneming waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, doet geen afbreuk aan het voorgaande. Steun voor deze uitleg wordt gevonden in Hoge Raad 6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:850.
Beschouwing vraag 2
De correctie valt niet onder de deelnemingsvrijstelling. Immers op de terugname van de afschrijvingslasten kan de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing zijn want het gaat om afschrijvingslasten op goodwill.
Voorts wordt de goodwill in het laatst openstaande jaar tegen de oorspronkelijke kostprijs overgeboekt naar de kostprijs deelneming. Deze boeking raakt niet de winst- en verliesrekening zodat niet wordt toegekomen aan de vraag of de deelnemingsvrijstelling hierop van toepassing is.