KG:041:2026:3 Verdrag NL-BEL, pensioenartikel, pensioenbonus 2024-2025
Publicatiedatum 27-03-2026, 14:59 | Laatste update 27-03-2026, 14:59 |
Aanleiding
Tussen 1 juli 2024 en 31 december 2025 voorzag de Belgische wetgeving in een mogelijkheid een zogenoemde pensioenbonus op te bouwen. De regeling had als doel het doorwerken na pensioendatum te stimuleren. Als werd doorgewerkt na de vroegste datum dat met rustpensioen kon worden gegaan, bouwde men een bonus op. Hoewel de mogelijkheid een bonus op te bouwen is gestopt per 1 januari 2026, worden bestaande rechten wel gerespecteerd. De bonus wordt in één keer uitgekeerd nadat het rustpensioen wordt opgenomen.
Zie voor meer informatie de site van de Belgische Federale Pensioendienst.
Volgens Belgisch fiscaal recht wordt de bonus in beginsel belast als pensioen, maar vrijgesteld op grond van artikel 39, derde paragraaf, Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (vanaf inkomstenjaar 2025, het eerste jaar dat er pensioenbonussen worden uitgekeerd).
Ook inwoners van Nederland kunnen recht hebben op een pensioenbonus. De uitkering wordt in Nederland progressief belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Vraag
Heeft Nederland op grond van het verdrag Nederland – België 2001 (hierna: Verdrag) heffingsrecht over een door een inwoner van Nederland ontvangen pensioenbonus opgebouwd tussen 1 juli 2024 en 31 december 2025?
Antwoord
Het antwoord is afhankelijk van de hoedanigheid waarin de pensioenbonus is opgebouwd. Nederland heeft heffingsrecht over een pensioenbonus opgebouwd als werknemer, bestuurder of zelfstandige. België heeft heffingsrecht over een pensioenbonus opgebouwd als ambtenaar, tenzij de genieter de Nederlandse nationaliteit heeft. In dat laatste geval heeft Nederland heffingsrecht.
Beschouwing
De pensioenbonus kwalificeert voor het Verdrag als een pensioen. Op basis van artikel 18, eerste lid, Verdrag, gaat artikel 19, tweede lid, Verdrag voor op de toepassing van artikel 18. Allereerst zal getoetst moeten worden of de pensioenbonus valt onder de toepassingsvoorwaarden van artikel 19, tweede lid, Verdrag.
Dit is het geval voor de pensioenbonussen opgebouwd als ambtenaar. De pensioenbonus is een pensioen dat door de Belgische Staat wordt betaald aan een natuurlijk persoon ter zake van aan de Belgische Staat (of een onderdeel daarvan) bewezen diensten. Het heffingsrecht is op grond van artikel 19, tweede lid, onderdeel a, Verdrag in beginsel toegewezen aan België. Dit is anders als de genieter onderdaan is van Nederland (de Nederlandse nationaliteit heeft). In dat geval is het heffingsrecht op grond van artikel 19, tweede lid, onderdeel b, Verdrag toegewezen aan Nederland.
Een pensioenbonus opgebouwd als werknemer, bestuurder of zelfstandige valt niet onder het toepassingsbereik van artikel 19, tweede lid, Verdrag. In dat geval is artikel 18 van toepassing. De hoofdregel van artikel 18, eerste lid, Verdrag wijst het heffingsrecht over pensioenen en andere soortgelijke beloningen toe aan het woonland. De pensioenbonus mag aldus worden belast in Nederland.
Artikel 18 kent in het tweede en derde lid uitzonderingen op de hoofdregel van het eerste lid waardoor het heffingsrecht toch aan België kan zijn toegewezen. Omdat bij een inwoner van Nederland het gehele bedrag van de pensioenbonus progressief in de heffing wordt betrokken, wordt niet voldaan aan de voorwaarde die is genoemd in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, Verdrag. Artikel 18, derde lid, Verdrag is eveneens niet van toepassing. De uitbetaling van de pensioenbonus vindt immers niet plaats vóór ingangsdatum van het pensioen. Het heffingsrecht over de pensioenbonus blijft daarom toegewezen aan Nederland.