Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:26:052:3 Levering onder bezwarende titel en goedkeuring samenloopvrijstelling bij fusie

Aanleiding

Ondernemers X en Y zijn (besloten) zustervennootschappen. X en Y fuseren in de zin van artikel 2:309 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). X reikt als verkrijgende vennootschap conform artikel 2:333, tweede lid, BW geen aandelen uit omdat de moedermaatschappij alle aandelen houdt in beide vennootschappen (hierna: vereenvoudigde zusterfusie).

Het vermogen van Y bestaat onder meer uit goederen, waaronder onroerende zaken in Nederland, die in het kader van de fusie overgaan naar X. Y gebruikt de goederen uitsluitend voor vrijgestelde prestaties. Het vermogen van Y dat overgaat kwalificeert als een algemeenheid van goederen in de zin van artikel 37d Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB 1968).

Vanwege de overgang van de onroerende zaken is sprake van een verkrijging voor de overdrachtsbelasting bij X. X doet een beroep op de goedkeuring opgenomen in paragraaf 2.2.2 van het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 16 maart 2017, Stcrt. 2017, 16579 (hierna: Besluit samenloopvrijstelling).

Vragen

1. Is bij de overgang van een goed in het kader van een vereenvoudigde zusterfusie sprake van een levering van een goed onder bezwarende titel?

2. Is de goedkeuring opgenomen in paragraaf 2.2.2 van het Besluit samenloopvrijstelling, eerder aangehaald, van toepassing op een verkrijging van onroerende zaken die plaatsvindt door een vereenvoudigde zusterfusie?

Antwoorden

1. Nee, bij de overgang van een goed in het kader van een vereenvoudigde zusterfusie is geen sprake van een levering van een goed onder bezwarende titel.

2. Nee, de goedkeuring opgenomen in paragraaf 2.2.2 van het Besluit samenloopvrijstelling, eerder aangehaald, is niet van toepassing op een verkrijging van onroerende zaken die plaatsvindt door een vereenvoudigde zusterfusie.

Beschouwing

Beschouwing vraag 1

Bij de overgang van een goed in het kader van een vereenvoudigde zusterfusie is geen sprake van een levering van een goed onder bezwarende titel. Bij een dergelijke fusie is geen sprake van een rechtsbetrekking waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld.

Op grond van artikel 1 Wet OB 1968 wordt, voor zover relevant, omzetbelasting geheven ter zake van leveringen van goederen en diensten, welke in Nederland door een als zodanig handelende ondernemer onder bezwarende titel worden verricht.

Van een levering van een goed is ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel a, Wet OB 1968 sprake bij de overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken.

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) is de overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken niet beperkt tot overdracht in de door het toepasselijke nationale recht voorgeschreven vormen, maar omvat het elke handeling tot overdracht van een lichamelijke zaak door een partij die de wederpartij ertoe machtigt daarover feitelijk als eigenaar te beschikken (zie HvJ 27 april 2023, nr. C-677/21 (Fluvius Antwerpen), ECLI:EU:C:2023:348, punt 35 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

De overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken brengt bovendien met zich mee dat de partij waaraan die macht is overgedragen de mogelijkheid heeft om besluiten te nemen die de rechtstoestand van het betrokken goed kunnen beïnvloeden, waaronder met name het besluit om het goed te verkopen (zie HvJ 23 april 2020, C-401/18 (Herst s.r.o.), ECLI:EU:C:2020:295, punt 40).

Uit vaste rechtspraak van het HvJ volgt eveneens dat goederen enkel onder bezwarende titel worden geleverd, wanneer sprake is van een rechtstreeks verband tussen de levering van de goederen en de daadwerkelijk door de belastingplichtige ontvangen tegenprestatie. Er is sprake van een dergelijk rechtstreeks verband wanneer tussen de verrichter en de ontvanger van de levering een rechtsbetrekking bestaat in het kader waarvan over en weer prestaties worden uitgewisseld, en de door de verrichter van deze handeling ontvangen vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt voor de ten behoeve van de ontvanger verrichte levering (zie HvJ 27 april 2023, nr. C-677/21 (Fluvius Antwerpen), ECLI:EU:C:2023:348, punt 29 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

Bij een vereenvoudigde zusterfusie wordt het vermogen door de verkrijgende vennootschap onder algemene titel verkregen van de verdwijnende vennootschap. De verkrijgende vennootschap wordt door de vereenvoudigde zusterfusie van rechtswege eigenaar van de goederen die onderdeel hebben uitgemaakt van het vermogen van de verdwijnende vennootschap. De verkrijgende vennootschap kan vanaf dat moment besluiten nemen die de rechtstoestand van de goederen beïnvloeden. De macht om als een eigenaar over de goederen te beschikken is overgegaan op de verkrijgende vennootschap, waardoor sprake is van leveringen van goederen.

Bij een vereenvoudigde zusterfusie is geen sprake van een rechtsbetrekking waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld, zodat geen sprake is van een bezwarende titel. Bij deze rechtshandeling wordt door de verkrijgende vennootschap immers het vermogen van de verdwijnende vennootschap onder algemene titel verkregen. De goederen die onderdeel uitmaken van het vermogen gaan van rechtswege over.

Beschouwing vraag 2

De goedkeuring opgenomen in paragraaf 2.2.2 van het Besluit samenloopvrijstelling, eerder aangehaald, is niet van toepassing. Bij een verkrijging van onroerende zaken door een vereenvoudigde zusterfusie is geen sprake van een levering van een goed onder bezwarende titel op grond van artikel 1 Wet OB 1968.

Op grond van de goedkeuring in paragraaf 2.2.2 van het Besluit samenloopvrijstelling, eerder aangehaald, kan onder voorwaarden de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel a, Wet belastingen van rechtsverkeer (hierna: samenloopvrijstelling) worden toegepast bij een overgang van een algemeenheid van goederen in de zin van artikel 37d Wet OB 1968.

Voorwaarde a van de goedkeuring luidt – voor zover relevant voor de vraag - als volgt:

a. Zonder toepassing van artikel 37d van de Wet OB zou de levering belast zijn op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel a, 1°, van de Wet OB (…)

Uit een grammaticale lezing van deze voorwaarde volgt dat zonder toepassing van artikel 37d Wet OB 1968 sprake moet zijn van een levering van een goed onder bezwarende titel. Als er geen sprake is van een levering van een goed onder bezwarende titel, valt de levering niet binnen het toepassingsbereik van de Wet OB 1968. Alsdan kan ook geen sprake zijn van een op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1˚, Wet OB 1968 van rechtswege belaste levering.

Steun voor deze lezing wordt ontleend aan de aanleiding voor de goedkeuring zoals opgenomen in de tekst van paragraaf 2.2.2 van het Besluit samenloopvrijstelling. De goedkeuring neemt als uitgangspunt situaties waarin sprake is van leveringen (en / of diensten) als bedoeld in de samenloopvrijstelling, waarbij de samenloopvrijstelling enkel niet van toepassing is vanwege toepassing van artikel 37d Wet OB 1968. Bij het ontbreken van een bezwarende titel is geen sprake van een levering als bedoeld in de samenloopvrijstelling en is het niet enkel de toepassing van artikel 37d Wet OB 1968 die voorkomt dat de samenloopvrijstelling kan worden toegepast. De samenloopvrijstelling kan immers ook niet worden toegepast als een levering door het ontbreken van een bezwarende titel niet onder het toepassingsbereik van de Wet OB 1968 valt in een situatie waarin geen sprake is van de overgang van een algemeenheid van goederen in de zin van artikel 37d Wet OB 1968.

Deel deze pagina