KG:024:2026:1 Bonusaandelen en teruggaaf dividendbelasting op grond van artikel 10a Wet DB 1965
Publicatiedatum 06-05-2026, 17:32 | Laatste update 06-05-2026, 17:32 |
Aanleiding
Een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon houdt 100% van de aandelen in een feitelijk in Nederland gevestigde vennootschap. De vennootschap reikt bonusaandelen uit ten laste van de winstreserves. Op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de dividendbelasting 1965 (hierna: Wet DB 1965) is sprake van een opbrengst en wordt in het kalenderjaar 15% dividendbelasting ingehouden. De uitreiking van bonusaandelen wordt op grond van artikel 4.13, derde lid, juncto artikel 7.5, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) niet als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang aangemerkt en vormt daarom geen belastbaar inkomen in hetzelfde kalenderjaar.
Omdat de geheven dividendbelasting geen betrekking heeft op een bestanddeel van het verzamelinkomen als bedoeld in artikel 9.2, achtste lid, Wet IB 2001, kan de dividendbelasting niet als voorheffing worden verrekend. In de woonstaat van de natuurlijk persoon vindt daarnaast op basis van het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting ook geen volledige verrekening plaats van de geheven dividendbelasting. De in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon verzoekt daarom om teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting op grond van artikel 10a Wet DB 1965.
Vraag
Heeft een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon op grond van artikel 10a Wet DB 1965 recht op teruggaaf van de ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel c, Wet DB 1965 ingehouden dividendbelasting?
Antwoord
Ja, een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon heeft recht op teruggaaf van de ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel c, Wet DB 1965 ingehouden dividendbelasting, mits aan alle voorwaarden van artikel 10a Wet DB 1965 wordt voldaan.
Beschouwing
Op grond van artikel 10a Wet DB 1965 wordt aan een natuurlijk persoon, woonachtig in een andere lidstaat, teruggaaf verleend van de in een kalenderjaar ingehouden dividendbelasting ten aanzien van opbrengsten waarvoor die natuurlijk persoon niet belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting, voor zover deze dividendbelasting na vermindering met andere teruggaaf op basis van de Wet DB 1965 of een door Nederland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, hoger is dan de inkomstenbelasting, die verschuldigd zou zijn indien die natuurlijk persoon woonachtig zou zijn in Nederland.
Indien de natuurlijk persoon woonachtig zou zijn in Nederland, wordt de uitreiking van bonusaandelen op grond van artikel 4.13, derde lid, Wet IB 2001 uitgesloten als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang (tenzij sprake is van een fiscale beleggingsinstelling). Daarom is in die situatie geen sprake van belastbaar inkomen. De uitreiking van bonusaandelen vormt op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, Wet DB 1965 daarentegen wel een opbrengst ten laste waarvan 15% dividendbelasting wordt ingehouden. Deze dividendbelasting wordt in de binnenlandse situatie als voorheffing met de verschuldigde inkomstenbelasting verrekend. Nu de verschuldigde inkomstenbelasting minder bedraagt dan de geheven dividendbelasting, wordt het verschil aan belastingplichtige betaald.
Op grond van artikel 7.1 juncto artikel 7.5, eerste lid, Wet IB 2001 wordt voor een buitenlands belastingplichtige het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap berekend volgens de regels van hoofdstuk 4. Omdat vervolgens de geheven dividendbelasting geen betrekking heeft op een bestanddeel van het verzamelinkomen als bedoeld in artikel 9.2, achtste lid, Wet IB 2001, kan de dividendbelasting niet als voorheffing worden verrekend. In het buitenland vindt daarnaast ook geen volledige verrekening plaats van de geheven dividendbelasting.
Aangezien in het betreffende kalenderjaar geen sprake is van een opbrengst waarvoor de natuurlijk persoon belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting komt de natuurlijk persoon op grond van artikel 10a Wet DB 1965 in aanmerking voor een teruggaaf van het verschil tussen het hogere bedrag aan ingehouden dividendbelasting en de inkomstenbelasting die deze natuurlijk persoon verschuldigd zou zijn indien deze woonachtig zou zijn geweest in Nederland, mits ook aan de overige voorwaarden van artikel 10a Wet DB 1965 wordt voldaan.