KG:063:2026:3 Schenkbelasting bij schenking vrij-van-recht en overdrachtsbelasting
Publicatiedatum 06-05-2026, 13:28 | Laatste update 06-05-2026, 16:54 |
Aanleiding
A schenkt in 2025 aan zijn kind B (36 jaar) vrij-van-recht een klein appartement met een waarde in het economische verkeer van € 100.000 (tevens de WOZ-waarde), dat B zelf gaat bewonen. B is over de waarde van het appartement 2% overdrachtsbelasting, oftewel € 2.000 verschuldigd.
Vraag
Over welke grondslag vindt de vrij-van-recht-berekening bij een schenking van een onroerende zaak plaats als er ook overdrachtsbelasting is verschuldigd?
Antwoord
De vrij-van-recht-berekening vindt plaats over de schenkbelasting die de begiftigde is verschuldigd over zijn verkrijging, met inachtneming van de verrekening van overdrachtsbelasting. Hierbij wordt de vrijstelling verdeeld over de initiële schenking (de onroerende zaak) en de vrij-van-recht-verkrijging, waarbij de te verrekenen overdrachtsbelasting in elke schakel wordt herrekend.
Beschouwing
Schenkbelasting wordt geheven over de waarde van het verkregene (artikel 21, eerste lid, van de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956)).
Bij een schenking vrij-van-recht neemt de schenker de door de verkrijger verschuldigde schenkbelasting voor zijn rekening. Hierdoor bestaat het verkregene uit twee elementen: datgene wat initieel geschonken is en de schenkbelasting die de verkrijger daarover is verschuldigd en de schenker voor zijn rekening neemt (hierna: het vrij-van-recht-voordeel).
Sinds de wetswijziging van 2006 vindt het bepalen van de omvang van het vrij-van-recht-voordeel (zuiver) rekenkundig plaats en is de bijtelling niet meer beperkt tot het primaire recht (Kamerstukken II 2005/06, 30306, nr. 16, p. 12).
Het vrij-van-recht-voordeel wordt berekend door de schenkbelasting over de schenking uit te rekenen. Dat voordeel wordt opgeteld bij de initiële schenking. De schenkbelasting over dat hogere bedrag valt ook onder de vrij-van-recht-bepaling, zodat er een ‘Droste-effect’ ontstaat. Dit gaat net zolang door tot het bedrag van de berekende schenkbelasting nauwelijks nog afwijkt van de direct daaraan voorafgaande berekening.
Samenloop schenk- en overdrachtsbelasting
Als het object van de initiële schenking een onroerende zaak in Nederland is, is over die verkrijging in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. In dat geval vindt er samenloop plaats van de heffing van overdrachtsbelasting en schenkbelasting. Op grond van artikel 24, tweede lid, SW 1956 strekt de overdrachtsbelasting dat betaald is over het bedrag waarover ook schenkbelasting is verschuldigd, doorgaans in mindering van de schenkbelasting.
Als er overdrachtsbelasting kan worden verrekend, dient het vrij-van-recht-voordeel over het verschuldigde bedrag aan schenkbelasting met inachtneming van deze verrekening te worden berekend.
De verkrijger betaalt in de casus (van de aanleiding) de overdrachtsbelasting zelf. Als de schenker ook deze overdrachtsbelasting voor zijn rekening zou nemen, verhoogt dat de verkrijging en wordt dit voordeel ook meegenomen in de (vrij-van-recht) berekening.
Uitwerking casus
De initiële schenking is het appartement met een waarde van € 100.000. Hierop komt in mindering de vrijstelling van € 6.633 (2025), zodat het belaste gedeelte
€ 93.367 bedraagt. De bijbehorende schenkbelasting bedraagt € 9.337. Hierop komt in mindering de overdrachtsbelasting voor zover er sprake is van samenloop. Er is zowel overdrachtsbelasting als schenkbelasting verschuldigd over een bedrag van € 93.367, dus in zoverre is sprake van samenloop. Daarom komt op de verschuldigde schenkbelasting 2% van € 93.367, oftewel € 1.867 aan overdrachtsbelasting in mindering. Per saldo bedraagt de schenkbelasting in de eerste schakel € 9.336 minus € 1.867, oftewel € 7.469. Het berekende bedrag van € 7.469 is het vrij-van-recht-voordeel in deze eerste schakel.
In de tweede schakel is de berekening: schenking van € 100.000 plus het vrij-van-recht-voordeel uit de eerste schakel van € 7.469, minus de vrijstelling van € 6.633, oftewel € 100.836, waarover de bijbehorende schenkbelasting € 10.083 bedraagt. De vrijstelling wordt evenredig verdeeld, waardoor € 6.172 toekomt aan de schenking van de onroerende zaak en € 461 aan het vrij-van-recht-deel. De verrekening van de overdrachtsbelasting wordt hierdoor verhoogd naar € 1.876, namelijk 2% * (€ 100.000 - € 6.172). Per saldo bedraagt de schenkbelasting in de tweede schakel € 10.083 - € 1.876 = € 8.207.
In de derde schakel is de berekening: schenking van € 100.000 plus het vrij-van-recht-voordeel uit de tweede schakel van € 8.207, minus de vrijstelling van
€ 6.633, oftewel € 101.574, waarover de bijbehorende schenkbelasting € 10.157 bedraagt. De vrijstelling wordt evenredig verdeeld, waardoor € 6.130 toekomt aan de schenking van de onroerende zaak en € 503 aan het vrij-van-recht deel. De verrekening van de overdrachtsbelasting is afgerond € 1.877, namelijk 2% *
(€ 100.000 - € 6.130). Per saldo bedraagt de schenkbelasting in de derde schakel
€ 10.157 - € 1.877 = € 8.280.
In de vierde schakel is de berekening: schenking van € 100.000 plus het vrij-van-recht-voordeel uit de derde schakel van € 8.280, minus de vrijstelling van € 6.633, oftewel € 101.647, waarover de bijbehorende schenkbelasting € 10.165 bedraagt. De vrijstelling wordt evenredig verdeeld, waardoor € 6.126 toekomt aan de schenking van de onroerende zaak en € 507 aan het vrij-van-recht deel. De verrekening van de overdrachtsbelasting bedraagt € 1.877, namelijk 2% *
(€ 100.000 - € 6.126). Per saldo bedraagt de schenkbelasting in de vierde schakel
€ 10.165 - € 1.877 = € 8.288.
In de vijfde schakel is de berekening: schenking van € 100.000 plus het vrij-van-recht-voordeel uit de vierde schakel van € 8.288, minus de vrijstelling van € 6.633, oftewel € 101.655, waarover de bijbehorende schenkbelasting € 10.165 bedraagt. De verrekening van de overdrachtsbelasting bedraagt op grond van dezelfde berekening als hierboven € 1.877. Per saldo bedraagt de schenkbelasting in de vijfde schakel € 8.288.
Op grond van de (zuiver) rekenkundige berekening van het vrij-van-recht bedraagt de verschuldigde schenkbelasting € 8.288. Bij de vierde en vijfde schakel is immers de berekende schenkbelasting gelijk en daarom hoeft niet nog een berekening te worden gemaakt. Dit is de schenkbelasting die verschuldigd is over een schenking vrij-van-recht van een onroerende zaak van € 100.000, met inachtneming van verrekening van overdrachtsbelasting.