Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:213:2026:5 boekwaarde-eis herinvesteringsreserve

Aanleiding

In januari van jaar nul investeert belastingplichtige in een aantal kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen. In december van datzelfde jaar wordt door X BV, een bedrijfspand verkocht en geleverd aan een derde. De verkoopprijs van het bedrijfspand bedraagt € 30 miljoen. De boekwaarde van het pand bedraagt € 15 miljoen. Voor het verschil tussen de verkoopprijs en de boekwaarde van het pand wordt een herinvesteringsreserve (hierna: HIR) gevormd. Belastingplichtige heeft de intentie om de HIR in de nabije toekomst aan te wenden voor nieuw te verwerven kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen.

In de aangifte over jaar twee heeft X BV een gedeelte van de gevormde HIR aangewend ten aanzien een aantal nieuw verworven kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen (herinvesteringen). Voor de boekwaarde-eis, heeft X BV rekening gehouden met de vanaf januari van jaar nul gedane investeringen in kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen.

Vraag

Is het in casu voor de boekwaarde-eis van artikel 3.54, tweede lid, Wet Inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) toegestaan om aanschaffings- of voortbrengingskosten van herinvesteringen in jaar nul, mee te tellen bij de boekwaarde-eis in jaar twee?

Antwoord

Ja. De HIR kan naar keuze van belastingplichtige worden afgeboekt op investeringen in kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen die hebben plaatsgevonden vóór en na de vervreemding van een bedrijfsmiddel in jaar nul, met inachtneming van de driejaarstermijn van art. 3.54, eerste lid, Wet IB 2001. Naar keuze van belastingplichtige tellen die investeringen in het jaar van vervreemding mee voor de boekwaarde-eis.

Beschouwing

In het tweede lid van artikel 3.54 Wet IB 2001 is een beperking opgenomen ten aanzien van de afboeking van de HIR.

Uit het tweede lid volgt dat afboeking van de HIR op aanschaffings- of voortbrengingskosten van het bedrijfsmiddel of de bedrijfsmiddelen waarin wordt geherinvesteerd slechts plaats kan vinden voor zover het gezamenlijke bedrag van de boekwaarden van de bedrijfsmiddelen door die afboeking niet daalt beneden het bedrag van de boekwaarde onmiddellijk voorafgaande aan de vervreemding van het bedrijfsmiddel ter zake waarvan de HIR is gevormd. Dit is de zogenaamde boekwaarde-eis.

De afboeking van een HIR op de aanschaffings- of voorbrengingskosten van een (kort-afschrijfbaar) bedrijfsmiddel dient in beginsel plaats te vinden op het moment van aanschaffing, dan wel voortbrenging. Dat wil zeggen op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van een eerstvolgende herinvestering na vorming van de HIR (zie Memorie van toelichting, Kamerstukken II 1999/00, 27209, nr. 3, p. 29-30). Op dit moment dient ook te worden getoetst of aan de boekwaarde-eis is voldaan.

Echter, indien binnen één jaar een HIR wordt gevormd en zowel vóór als na de vervreemding van een bedrijfsmiddel meerdere herinvesteringen hebben plaatsgevonden, kan de voor de vervreemdingswinst gevormde HIR naar keuze worden afgeboekt op de daarvoor in aanmerking komende investeringen (zie Besluit van 13 juli 2022 nr. 2022-4487, Stcrt. 2022, 19071, par 3.4.. Hierna: het Besluit). Het betreft hier een versoepeling van de regels voor de aanwending van de HIR voor kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen.

Het is dus niet van belang of die aanschaffings- of voortbrengingskosten vóór of na de vervreemding zich voor hebben gedaan. Dit brengt automatisch met zich mee dat ook investeringen in kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen voorafgaand aan de vervreemding van het bedrijfsmiddel in aanmerking kunnen komen voor afboeking van de HIR indien hiervoor wordt gekozen.

Conclusie

Uit het tweede lid van artikel 3.54 Wet IB 2001 alsmede het Besluit volgt dat een voor de vervreemdingswinst gevormde HIR naar keuze van belastingplichtige kan worden afgeboekt op investeringen die in enig boekjaar hebben plaatsgevonden zowel vóór als na de vervreemding van een bedrijfsmiddel. Indien in dat boekjaar investeringen in kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen hebben plaatsgevonden vóór vervreemding van het bedrijfsmiddel kunnen deze als herinvestering meetellen voor de boekwaarde-eis als belastingplichtige daarvoor kiest.

Deel deze pagina