Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:070:2026:3 Afkoopregeling lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid

Aanleiding

De belastingplichtige heeft een lijfrente afgesloten waarvoor de betaalde bedragen binnen de aftrekruimten van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) aftrekbaar zijn. De belastingplichtige is langdurig arbeidsongeschikt in de zin van artikel 3.133, negende lid, Wet IB 2001 en artikel 18 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (hierna: URIB 2001). Er wordt voldaan aan de voorwaarden voor de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid. De belastingplichtige wil gebruikmaken van deze afkoopregeling en zijn lijfrente zonder heffing van revisierente afkopen.

Vragen

1.    Is de belastingplichtige bij gebruikmaking van de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid verplicht om zijn lijfrente in één keer en voor het geheel af te kopen?

2.    Geldt er een beperking voor het aantal keren dat de belastingplichtige gebruik mag maken van de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid?

Antwoorden

1.    Nee. De belastingplichtige kan gebruikmaken van de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid zowel bij een gehele als ook bij een gedeeltelijke afkoop van een lijfrente. De belastingplichtige is niet verplicht de lijfrente in één keer af te kopen.

2.   Nee. De belastingplichtige kan meerdere keren in de tijd gebruikmaken van de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Voor de toepassing van de regeling in een bepaald jaar moet het gezamenlijke bedrag van de (gehele of gedeeltelijke) afkoop die onder de regeling vallen, worden getoetst aan de voor de regeling geldende afkoopgrens.

Beschouwing

Bij afkoop van een aanspraak op een lijfrente als bedoeld in de artikelen 3.125 of 3.126a Wet IB 2001 worden bij de belastingplichtige negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in box 1 in aanmerking genomen. Daarnaast is over een dergelijke afkoop revisierente verschuldigd. In afwijking van deze hoofdregel kent de Wet IB 2001 enkele uitzonderingen. Eén van deze uitzonderingen geldt bij een (gehele of gedeeltelijke) afkoop door iemand die langdurig arbeidsongeschikt is in de zin van artikel 3.133, negende lid, Wet IB 2001 en artikel 18 URIB 2001.

De voorwaarden om voor deze regeling in aanmerking te komen zijn verder:

  • de belastingplichtige dan wel, indien deze is overleden, de gerechtigde heeft nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;
  • de regeling geldt voor zover het gezamenlijke bedrag van hetgeen ter zake van dergelijke afkopen in het kalenderjaar wordt ontvangen niet meer bedraagt dan het maximum genoemd in artikel 3.133, negende lid, Wet IB 2001 (afkoopgrens).

Hetgeen wordt ontvangen ter zake van een afkoop als bedoeld in artikel 3.133, negende lid, eerste volzin, Wet IB 2001 wordt als een termijn van lijfrente aangemerkt.

Antwoord 1

Volgens de afkoopregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid (zoals bedoeld in artikel 3.133, negende lid, Wet IB 2001) kan een belastingplichtige een aanspraak op een lijfrente als bedoeld in de artikelen 3.125 of 3.126a Wet IB 2001 geheel of gedeeltelijk afkopen zonder dat sprake is van negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen.

Bij een gedeeltelijke afkoop van een lijfrente blijft het resterende deel van de gedeeltelijk afgekochte lijfrente onder het reguliere lijfrenteregime van box 1 vallen.

Antwoord 2

Een belastingplichtige kan meerdere keren in de tijd gebruikmaken van de afkoopregeling voor lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid. De afkoopregeling geldt per (gehele of gedeeltelijke) afkoop van een lijfrente en kan gelijktijdig op meerdere lijfrenten worden toegepast. Wel moet voor de toepassing van de afkoopregeling in een bepaald jaar het gezamenlijke bedrag van de afkopen van lijfrenten die onder de afkoopregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid vallen, worden getoetst aan de voor de regeling geldende afkoopgrens. In artikel 3.133, negende lid, onderdeel c, Wet IB 2001 wordt in dit verband het woord ‘dergelijke’ gebruikt.

Met het woord ‘dergelijke’ in laatstgenoemde bepaling wordt uitsluitend gedoeld op de afkopen van lijfrenten bij arbeidsongeschiktheid die mogelijk worden op grond van artikel 3.133, negende lid, Wet IB 2001. Afkopen die niet onder dit artikellid vallen, tellen zodoende niet mee voor de bepaling van de jaarlijkse afkoopgrens van artikel 3.133, negende lid, onderdeel c, Wet IB 2001.

Deel deze pagina