KG:040:2026:7 Objectvrijstelling voor inkomsten uit vastgoed op Noord-Cyprus
Publicatiedatum 14-09-2026, 16:28 | Laatste update 14-09-2026, 16:28 |
Aanleiding
De Nederlandse vennootschap X BV houdt vastgoed gelegen op Noord-Cyprus. Sinds 1983 is het eiland Cyprus feitelijk verdeeld in twee staten: op het noordelijk deel ligt de (zelfverklaarde) ‘Turkse Republiek Noord-Cyprus’. Op het zuidelijk deel ligt de Republiek Cyprus. De regering van de Turkse Republiek Noord-Cyprus die het feitelijke gezag heeft op het noordelijke deel van Cyprus wordt uitsluitend erkend door Turkije.
Vraag
Is de objectvrijstelling van toepassing op inkomsten van X BV uit het op Noord-Cyprus gelegen vastgoed?
Antwoord
Ja, er is sprake van winst uit een andere staat als bedoeld in artikel 15e, tweede lid, onderdeel a, sub 2, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969).
Beschouwing
Ingevolge artikel 15e, eerste lid, Wet Vpb 1969 (de objectvrijstelling) wordt bij de belastingplichtige met winst uit een andere staat de winst verminderd met de positieve en de negatieve bedragen van de winst uit die staat.
Artikel 15e, tweede lid, Wet Vpb 1969 maakt vervolgens onderscheid al naar gelang een belastingverdrag van toepassing is.
Nederland heeft met Cyprus een verdrag gesloten, het Verdrag Nederland-Cyprus 2021 (hierna: Verdrag). De vraag rijst of dit verdrag van toepassing is op de inkomsten uit het onderhavige vastgoed gelegen op Noord-Cyprus.
Artikel 3, eerste lid, onderdeel c, Verdrag luidt als volgt:
“1. Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:
(…)
c. betekent de uitdrukking „Cyprus” de Republiek Cyprus en, wanneer zij wordt gebezigd in aardrijkskundige zin, met inbegrip van het nationaal grondgebied, de territoriale zee daarvan alsmede elk gebied buiten de territoriale zee, met inbegrip van de aansluitende zone, de exclusieve economische zone en het continentaal plat, dat ingevolge de wetten van de Republiek Cyprus en in overeenstemming met het internationaal recht is of op een later tijdstip kan worden aangewezen als een gebied waarbinnen de Republiek Cyprus soevereine rechten en rechtsmacht uitoefent;”
Artikel 6, eerste lid, Verdrag luidt:
“1. Inkomen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende staat uit onroerende zaken (waaronder begrepen inkomen uit landbouw- of bosbedrijven) gelegen in de andere verdragsluitende staat, mag in die andere staat worden belast.”
Artikel 22, tweede lid, Verdrag luidt:
“2. Indien een inwoner van Nederland inkomensbestanddelen verkrijgt die volgens artikel 6, eerste, derde en vierde lid, (…) van dit Verdrag op Cyprus mogen worden belast of slechts op Cyprus belastbaar zijn (…), stelt Nederland dergelijke inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting.”
Uit artikel 3, eerste lid, onderdeel c, Verdrag volgt dat het daarin vermelde ‘nationaal grondgebied’ mede het grondgebied van Noord-Cyprus omvat.
Het onderhavige op Noord-Cyprus gelegen vastgoed behoort dus tot de ‘onroerende zaken gelegen in de andere verdragsluitende staat’, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Verdrag. De inkomsten uit deze onroerende zaak mogen worden belast in de staat waarin deze zijn gelegen.
Op grond van artikel 21, tweede lid, Verdrag stelt Nederland deze inkomsten vrij ‘overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving’.
In dit geval is dat artikel 15e, tweede lid, onderdeel a, sub 2, Wet Vpb 1969 omdat ‘een verdrag van toepassing is’ in de zin van die bepaling.