Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:070:2026:5 Overschrijding wettelijke termijn bij expiratie in 2025

Aanleiding

De belastingplichtige heeft een lijfrente die bij leven is geëxpireerd in 2025.

Vraag

Wanneer eindigt de wettelijke termijn van een lijfrente die bij leven is geëxpireerd in 2025?

Antwoord

De wettelijke termijn eindigt op 31 december 2026.

Beschouwing

Artikel 3.133, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) luidde in 2025 als volgt:

“Een aanspraak op lijfrente die op de contractueel overeengekomen datum nog niet komt tot uitkering van termijnen omdat de omvang van die termijnen nog moet worden vastgesteld, wordt op de hierna aangeduide uiterste datum geacht te zijn afgekocht indien op die datum nog geen termijnen zijn vastgesteld of omzetting in een andere zodanige aanspraak nog niet heeft plaatsgevonden. De uiterste datum is 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van de contractueel overeengekomen datum bij leven (…), welke termijn door de inspecteur kan worden verlengd wanneer door bijzondere omstandigheden de omvang van de termijnen niet eerder is vastgesteld of omzetting nog niet heeft plaatsgevonden.”

Op grond van artikel 3.133, derde lid, Wet IB 2001 (tekst 2025) is de contractueel overeengekomen datum leidend. De uiterste datum in geval van expiratie bij leven is dan 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van de contractueel overeengekomen datum. Dat is 31 december 2026 voor een lijfrente waarvan de contractueel overeengekomen datum (expiratiedatum) in 2025 ligt.

Per 1 januari 2026 is de wettelijke termijn gewijzigd. De wettelijke termijn bij leven eindigt vanaf dat moment op 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de belastingplichtige de leeftijd heeft bereikt die vijf jaar hoger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd.

De wijziging van artikel 3.133, derde lid, Wet IB 2001 is per 1 januari 2026 in werking getreden. Dit volgt uit artikel XVIII, eerste lid, van de Fiscale verzamelwet 2026, waarin is bepaald:

“Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 (…)”.

De toepassing van de gewijzigde wettelijke termijn geldt voor expiraties vanaf het jaar 2026. Artikel 88 van de Grondwet geeft aan:

"De wet regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van de wetten. Zij treden niet in werking voordat zij zijn bekendgemaakt."

De gewijzigde wettekst geldt vanaf 1 januari 2026. Voor lijfrenten die vóór 1 januari 2026 zijn geëxpireerd, moet daarom worden uitgegaan van de wettekst die op het moment van expiratie van toepassing was. In die wettekst wordt immers vastgesteld welke wettelijke termijn aan de expiratiedatum is gekoppeld. Als een lijfrente in 2025 is geëxpireerd, bepaalt de op dat moment geldende wettelijke termijn dat de belastingplichtige tot en met 31 december 2026 de tijd heeft.

Voor een reeds lopende wettelijke termijn is niet voorzien in overgangsrecht op grond waarvan de vanaf 1 januari 2026 geldende, ruimere termijn alsnog van toepassing wordt. De wijziging heeft daarom geen gevolgen voor de termijn die is gaan lopen naar aanleiding van de expiratie in 2025.

Deel deze pagina