KG:070:2026:7 Expiratie Pre Brede Herwaarderingslijfrente door overlijden en aankopen direct ingaande lijfrente bij bank of beleggingsonderneming
Publicatiedatum 15-10-2026, 11:48 | Laatste update 15-10-2026, 11:48 |
Aanleiding
Een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule, waarop het Pre Brede Herwaarderingsregime van toepassing is, expireert door het overlijden van de verzekerde. De begunstigde wil met het beschikbare lijfrentekapitaal een direct ingaande lijfrente aankopen bij een bank of beleggingsonderneming.
Vraag
Kan de begunstigde een direct ingaande lijfrente aankopen die voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), met andere woorden een nabestaandenlijfrenterekening?
Antwoord
Nee. De begunstigde kan geen direct ingaande nabestaandenlijfrenterekening aankopen in de zin van artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel b, Wet IB 2001.
Beschouwing
Op het moment van expiratie door overlijden is sprake van een Pre Brede Herwaarderingslijfrente. Door het overlijden van de verzekerde wordt de aanwijzing van de begunstiging onherroepelijk. Door aanvaarding van de aanwijzing verkrijgt de begunstigde een recht op het kapitaal waarop een lijfrenteclausule zit (artikel 7:969 van het Burgerlijk Wetboek).
Zolang hij in leven is, kan de begunstigde het beschikbare lijfrentekapitaal niet aanwenden voor de aankoop van een direct ingaande lijfrenterekening in de zin van artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel b, Wet IB 2001 (een nabestaandenlijfrente). Daarvoor is namelijk vereist dat zich eerst de omstandigheid ‘overlijden van de rekeninghouder’ voordoet. In deze situatie was de overledene geen rekeninghouder in de zin van artikel 3.126a Wet IB 2001 zodat niet wordt toegekomen aan artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel b, Wet IB 2001.
Als de begunstigde een uitkerend product wil aankopen bij een bank of beleggingsonderneming, is dit mogelijk als hij een product aankoopt dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel a, Wet IB 2001. Dus een (tijdelijke) oudedagslijfrenterekening. Deze aankoop heeft tot gevolg dat het Pre Brede Herwaarderingsregime verloren gaat. In hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, negende lid, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 is namelijk bepaald dat het Pre Brede Herwaarderingsregime geheel verloren gaat als een Pre Brede Herwaarderingslijfrente wordt omgezet in een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht.
Als de belastingplichtige nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, betekent omzetting in een (tijdelijke) oudedagslijfrenterekening dat de periode tussen de eerste termijn en de laatste termijn ten minste twintig jaar bedraagt. De periode wordt vermeerderd met het aantal jaren dat de begunstigde jonger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd ten tijde van het uitkeren van de eerste termijn.