KG:063:2026:6 Erfbelasting, dertigdagenclausule
Publicatiedatum 06-11-2026, 13:45 | Laatste update 06-11-2026, 13:45 |
Aanleiding
A overlijdt en zijn broer B is enig erfgenaam. De nalatenschap van A bedraagt 100 en de verschuldigde erfbelasting bedraagt (stel) 30. Binnen dertig dagen na het overlijden van A, overlijdt ook B. De erfgenaam van B is zijn echtgenoot C. De nalatenschap van B bedraagt 150 (waaronder hetgeen verkregen is uit de nalatenschap van A) en valt binnen de partnervrijstelling, waardoor C geen erfbelasting is verschuldigd.
Vraag
Wordt op grond van artikel 53, vierde lid, van de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) de door de ‘eerste’ verkrijger verschuldigde erfbelasting ook verminderd tot nihil als hij binnen dertig dagen overlijdt en de ‘tweede’ verkrijger over het verkregene geen of minder erfbelasting is verschuldigd?
Antwoord
Ja, de verschuldigde erfbelasting wordt verminderd tot nihil, mits hetgeen bij het overlijden van de ‘eerste’ verkrijger is verkregen nogmaals is onderworpen aan de heffing van erfbelasting. Het maakt daarbij niet uit of voor de ‘tweede’ verkrijger een lager tarief en/of hogere vrijstelling geldt.
Beschouwing
Artikel 53, vierde lid, SW 1956 bepaalt dat de erfbelasting die van een verkrijger is geheven, in een specifieke situatie wordt verminderd tot nihil. Deze situatie speelt als die verkrijger overlijdt binnen dertig dagen na diens verkrijging, waarbij over het verkregene nogmaals erfbelasting wordt geheven. De vraag is wat wordt verstaan onder “nogmaals erfbelasting wordt geheven”.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat artikel 53, vierde lid, SW 1956 tot doel heeft om in dat geval niet tweemaal erfbelasting over dezelfde vermogensbestanddelen te heffen.
“Het voorgestelde vijfde lid [thans vierde lid, KG] strekt er toe een verzachting te bieden in gevallen waarin kort na elkaar twee overlijdens plaatsvinden. In dergelijke gevallen wordt het vaak als onrechtvaardig ervaren dat over dezelfde vermogensbestanddelen tweemaal erfbelasting wordt geheven.”
Kamerstukken II 2008/09, 31 930, nr. 3, p. 49.
Gezien deze toelichting brengt redelijke wetstoepassing met zich mee dat artikel 53, vierde lid, SW 1956 ook van toepassing is als de ‘tweede’ verkrijging wel onderworpen is aan de erfbelasting maar bij de verkrijger geen of minder erfbelasting wordt geheven.
Vruchtgebruik
Er wordt niet tweemaal over dezelfde vermogensbestanddelen erfbelasting geheven als de ‘eerste’ verkrijger een vruchtgebruik heeft verkregen. In dat geval is namelijk bij het overlijden van deze verkrijger niet nogmaals erfbelasting over het verkregene verschuldigd. Vruchtgebruik eindigt immers bij het overlijden van de vruchtgebruiker en de aanwas naar volle eigendom bij de hoofdgerechtigde is niet onderworpen aan heffing van erfbelasting. De door deze ‘eerste’ verkrijger verschuldigde erfbelasting komt dan niet in aanmerking voor vermindering op grond van artikel 53, vierde lid, SW 1956. Zie ook:
“Het vijfde lid heeft tot doel om, bij overlijden binnen dertig dagen na de verkrijging, niet tweemaal erfbelasting over dezelfde vermogenbestanddelen te heffen. Als bijvoorbeeld de langstlevende echtgenoot een vruchtgebruik uit de nalatenschap van de eerst stervende heeft verkregen is van tweemaal heffen over hetgeen is verkregen geen sprake. Bij het tweede overlijden vervalt namelijk het vruchtgebruik en over de aanwas van de blote eigendom tot volle eigendom is geen erfbelasting verschuldigd. Omdat niet tweemaal over hetgeen is verkregen wordt geheven stel ik in de nota van wijziging voor om de toepassing van het vijfde lid te beperken tot de gevallen waarbij hiervan wel sprake is.”
Kamerstukken II 2008/09, 31 930, nr. 9, p. 107-108.
Tweetrapsmaking
Artikel 53, vierde lid, SW 1956 kan ook van toepassing zijn als bij een tweetrapsmaking de bezwaarde binnen dertig dagen na de insteller overlijdt. Zie voor een nadere toelichting KG:063:2023:28.
Uitwerking casus (van de aanleiding)
In de casus is artikel 53, vierde lid, SW 1956 van toepassing, omdat B binnen dertig dagen na het overlijden van A is overleden. Dat betekent dat op verzoek (van C), de door B verschuldigde erfbelasting van 30 wordt verminderd tot nihil. Dat de verkrijging van C binnen de partnervrijstelling valt en C daarom geen erfbelasting is verschuldigd, maakt dit niet anders.