Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

K:210:2026:6 Medische vrijstelling doktersassistente

Aanleiding

Ondernemer X verricht als zelfstandige zonder personeel de activiteiten van een doktersassistente. X is werkzaam voor een zorgcentrum en als waarnemend doktersassistente bij meerdere huisartsenpraktijken.

De diensten verricht door X als doktersassistente bestaan uit de volgende medische handelingen:

  • bloedafname;
  • vingerprikken;
  • urineonderzoek;
  • vaccineren;
  • het toedienen van injecties;
  • het verwijderen van hechtingen;
  • wrattenbehandeling;
  • oren uitspuiten;
  • zwachtelen;
  • baarmoederhalsonderzoek; 
  • het behandelen van (brand)wonden;
  • triage;
  • lichamelijk onderzoek; en
  • het maken van hartfilmpjes (ECG’s).

X heeft een gezondheidskundige MBO-4-opleiding tot doktersassistente afgerond en meer dan tien jaar relevante kennis en ervaring in haar beroepsuitoefening opgedaan. X volgt ieder jaar een relevante bij- en nascholing.

Vraag

Zijn de diensten van X vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1º, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de medische vrijstelling)?

Antwoord

Ja, de diensten van X zijn vrijgesteld op grond van de medische vrijstelling.

Beschouwing

De diensten van X zijn vrijgesteld. De diensten hebben een therapeutisch doel en zijn kwalitatief soortgelijk aan de gezondheidskundige diensten van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar.

Artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1º, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB 1968) luidt als volgt:

‘‘1. Onder bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden zijn van de belasting vrijgesteld:

(…)

g. 1°. de volgende leveringen en diensten:

a. de diensten op het vlak van de gezondheidskundige verzorging van de mens door beoefenaren van een medisch of paramedisch beroep die een op dit beroep gerichte opleiding hebben voltooid waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor zover deze diensten tot het gebied van deskundigheid van dit beroep behoren en onderdeel vormen van bedoelde opleiding;’’

De medische vrijstelling is gebaseerd op artikel 132, eerste lid, onderdeel c, van de btw-richtlijn.

Van gezondheidskundige verzorging van de mens is sprake als het voornaamste doel van de (para)medische handeling therapeutisch is (zie HvJ 4 maart 2021, nr. C-581/19 (Frenetikexito-Unipessoal Lda), ECLI:EU:C:2021:167, punt 25 en 29 en aldaar aangehaalde rechtspraak). De diensten van X bestaan uit medische handelingen die alle zien op de diagnose, behandeling of genezing van ziekten. Daarmee is het voornaamste doel van die handelingen therapeutisch.

X valt niet onder het bereik van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG). Op grond van het fiscale neutraliteitsbeginsel kan de vrijstelling ook worden toegepast wanneer niet wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarde dat de betrokken medische beroepsbeoefenaar onder het bereik van de Wet BIG valt. De beroepsbeoefenaar dient dan aan te tonen over beroepskwalificaties te beschikken die waarborgen dat zijn specifieke werkzaamheden een kwaliteitsniveau hebben dat gelijkwaardig is aan het kwaliteitsniveau van soortgelijke diensten verricht door een Wet BIG-beroepsbeoefenaar (zie HvJ 27 april 2006, nr. C-443/04 (Solleveld), ECLI:EU:C:2006:257, punt 37-41).

Volgens paragraaf 4.1 van het van het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 19 april 2023 (Stcrt. 2023, 12125) is er onder meer sprake van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau als de medische beroepsbeoefenaar aantoont dat hij minimaal beschikt over een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring op het gebied van zijn beroepsuitoefening. Door deze combinatie van opleiding, kennis en ervaring dient de beroepsbeoefenaar zijn dienst of specifieke werkzaamheid te verrichten op een kwaliteitsniveau dat gelijkwaardig is aan dat van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar die een opleiding op HBO-Bachelorniveau, of in voorkomende gevallen MBO-niveau, heeft genoten (vergelijk Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2782).

Voor het beroep van verpleegkundige zijn regels gesteld op grond van artikel 3 Wet BIG, zodat de werkzaamheden van een verpleegkundige zijn vrijgesteld op grond van de medische vrijstelling. Tot het gebied van deskundigheid van een verpleegkundige wordt op grond van artikel 33 Wet BIG gerekend het verrichten van handelingen op het gebied van observatie, begeleiding, verpleging en verzorging en het in opdracht van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar verrichten van handelingen in aansluiting op diens diagnostische en therapeutische werkzaamheden.

De door X verrichte werkzaamheden bestaan uit medische handelingen in aansluiting op de diagnoses en behandelingen door de huisarts, een Wet BIG-beroepsbeoefenaar. Het gaat om handelingen die qua aard en omvang soortgelijk en van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau zijn als de specifieke handelingen van een verpleegkundige. Daarbij wordt de opleiding en jarenlange ervaring meegewogen. Dat de verpleegkundige medisch breder is onderlegd en opgeleid, maakt het voorgaande niet anders. 

Deel deze pagina