KG 202:2025:26 Reiskosten vrijwilliger voor ANBI en giftenaftrek
Publicatiedatum 15-12-2025, 13:22 | Laatste update 15-12-2025, 13:22 |
Aanleiding
Via een algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI) neemt een belastingplichtige als begeleider deel aan een evenement inclusief de reis ernaartoe. Het evenement past binnen de doelstellingen van de ANBI. Als begeleider zorgt de belastingplichtige ervoor dat de andere deelnemers (niet zijnde begeleiders) kunnen deelnemen aan het evenement en de bijbehorende reis ernaartoe. De verplichte deelnemersbijdrage voor begeleiders wordt door de belastingplichtige betaald aan de ANBI. Hiermee worden de voorbereiding en organisatie van de reis en de kosten die de ANBI maakt om het evenement te organiseren door de ANBI betaald. De werkzaamheden van een begeleider zijn van dien aard dat er zo goed als geen vrije tijd is.
Vraag
Kwalificeert de betaalde deelnemersbijdrage van de begeleider als andere gift als bedoeld in artikel 6.35 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001)?
Antwoord
Ja, de betaalde deelnemersbijdrage kwalificeert in dit geval als aftrekbare gift als bedoeld in artikel 6.35 Wet IB 2001 voor zover daar geen tegenprestatie tegenover staat. Aangezien in dit geval de belastingplichtige het evenement en bijbehorende reis ernaartoe bijwoont in de hoedanigheid van begeleider, de werkzaamheden van dien aard zijn dat er zo goed als geen vrije tijd is en er alleen kosten zijn gemaakt om het begeleiden mogelijk te maken, is er in deze casus geen sprake van een tegenprestatie die van meer dan bijkomstig belang is. Dit is wellicht anders in de situatie waarin de begeleider wel vrij te besteden tijd heeft tijdens het evenement of zaken ontvangt die niet noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de begeleiding.
Beschouwing
Giften
In artikel 6.33, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 zijn giften gedefinieerd als bevoordelingen uit vrijgevigheid en verplichte bijdragen waar geen directe tegenprestatie tegenover staat.
Onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: Wet IB 1964) week de formulering van de giftenaftrek iets af van hoe deze onder de Wet IB 2001 is geformuleerd. In artikel 47, vierde lid, Wet IB 1964 was opgenomen dat als giften worden aangemerkt bevoordelingen uit vrijgevigheid en al dan niet verplichte bijdragen, voor zover daardoor geen op geld waardeerbare aanspraken ontstaan.
De strekking van beide artikelen is hetzelfde. Dat betekent dat naast de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie met betrekking tot de artikelen 6.33 en 6.35 Wet IB 2001 ook de parlementaire geschiedenis met betrekking tot artikel 47, vierde lid, Wet IB 1964 als de jurisprudentie over dit artikel onder de Wet IB 2001 van belang is (Kamerstukken II 1998/99, 26 727, nr. 3, p. 266).
Deelnemersbijdrage
De vraag is of in deze casus kan worden gesproken van vrijgevigheid. Als de belastingplichtige als begeleider aan het evenement en de bijbehorende reis ernaartoe wil deelnemen, is hij immers verplicht om een deelnemersbijdrage voor begeleiders te betalen. De belastingplichtige kiest hier echter wel vrijwillig voor en is daarom ook uit vrijgevigheid bereid om de deelnemersbijdrage te betalen (vergelijk KG:202:2024:31).
De deelnemersbijdrage is bedoeld ter financiering van de (voorbereiding en organisatie van de) reis door de ANBI en de kosten die worden gemaakt om het evenement te organiseren. Vaststaat dat het evenement past binnen de doelstellingen van de ANBI. In ruil voor betaling van de deelnemersbijdrage kan de belastingplichtige als begeleider deelnemen aan de reis en het evenement, alwaar hij het mogelijk maakt dat de andere deelnemers (niet zijnde begeleiders) kunnen deelnemen aan de reis en het evenement.
Als sprake is van een tegenprestatie/aanspraak die van meer dan bijkomstig belang is, wordt een splitsing gemaakt in de deelnemersbijdrage. Tot het bedrag van de waarde van deze tegenprestatie, is geen sprake van een gift en is de deelnemersbijdrage niet aftrekbaar (Kamerstukken II 1989/90, 21 335, nr. 5, p. 7).
Aangezien in dit geval de belastingplichtige het evenement bijwoont in de hoedanigheid van begeleider, de werkzaamheden van dien aard zijn dat er zo goed als geen vrije tijd is en er alleen kosten zijn gemaakt om het begeleiden mogelijk te maken, is er geen sprake van een tegenprestatie die van meer dan bijkomstig belang is. Daardoor kwalificeert de gehele door de belastingplichtige betaalde deelnemersbijdrage voor een begeleider als andere gift als bedoeld in artikel 6.35 Wet IB 2001. Dit is wellicht anders in de situatie waarin de begeleider wel vrij te besteden tijd heeft tijdens het evenement of zaken ontvangt die niet noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de begeleiding.