KG:013:2026:002 Teruggaaf van BPM bij export van een bestelauto ouder dan vijf jaar met datum eerste toelating voor 1 januari 2025
Publicatiedatum 08-05-2026, 8:36 | Laatste update 08-05-2026, 8:36 |
Let op: Dit antwoord heeft betrekking op bestelauto’s waarvan de datum eerste toelating uiterlijk op 31 december 2024 is gelegen. Deze bestelauto’s kwamen in aanmerking voor de met ingang van 1 januari 2025 vervallen ondernemersvrijstelling van artikel 13a van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: Wet BPM 1992). Waar in de beschouwing verwezen wordt naar bepalingen uit de Wet BPM 1992 of de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: Uitvoeringsregeling BPM 1992) wordt uitgegaan van de tekst zoals die gold tot en met 31 januari 2024. Zie ook de overgangsregeling van artikel 22 van de Wet BPM 1992.
Aanleiding
Voor een in Nederland geregistreerde bestelauto is de verschuldigde BPM op aangifte voldaan omdat deze niet of niet langer binnen de ondernemersvrijstelling van artikel 13a Wet BPM 1992 wordt gebruikt. Na de datum van eerste ingebruikname is een tijdsduur verstreken van meer dan vijf jaar en wordt de bestelauto geëxporteerd. Belanghebbende verzoekt om teruggaaf van rest-BPM. Gelet op de in artikel 10, derde lid, Wet BPM 1992 opgenomen termijn van vijf jaar is in de praktijk niet altijd duidelijk of recht op teruggaaf van rest-BPM bestaat.
Vraag
Bestaat recht op teruggaaf van rest-BPM voor een bestelauto ouder dan vijf jaar met datum eerste toelating voor 1 januari 2025?
Antwoord
Ja, onder de voorwaarde dat er daadwerkelijk BPM is betaald, bijvoorbeeld doordat niet is voldaan aan de beperkingen en voorwaarden van de ondernemersvrijstelling, bestaat recht op teruggaaf van rest-BPM.
Beschouwing
Ten aanzien van de inschrijving in het kentekenregister gelden andere regels dan bij uitschrijving uit het kentekenregister (export). Bij de inschrijving van een bestelauto is geen BPM verschuldigd als een tijdsduur is verstreken van vijf jaar of meer, zie artikel 10, derde lid, Wet BPM 1992. De regels bij export wijken hiervan af. Om te bepalen of bij export van een bestelauto recht bestaat op teruggaaf van (een gedeelte van) de BPM, is volgens artikel 14a, derde lid, Wet BPM 1992 van belang of voor deze bestelauto ook BPM is betaald. Daarnaast is voor de hoogte van de teruggaaf ook de leeftijd van de bestelauto van belang, maar geldt hierbij geen grens van vijf jaar (zie hierna).
Is er voor de bestelauto BPM betaald?
Door toepassing van de met ingang van 1 januari 2025 vervallen ondernemersvrijstelling (artikel 13a Wet BPM 1992) is voor veel bestelauto’s geen BPM betaald. In die gevallen bestaat bij export van die bestelauto’s geen recht op teruggaaf van BPM.
In een aantal gevallen is wel BPM betaald. Dat was bijvoorbeeld het geval als niet aan de beperkingen en voorwaarden van de ondernemersvrijstelling werd voldaan.
Ook kon het voorkomen dat aanvankelijk wel aan de voorwaarden werd voldaan, maar binnen vijf jaar na inschrijving in het kentekenregister niet meer. Dan was op dat moment (alsnog) de belasting verschuldigd als ware er sprake van een inschrijving van die bestelauto, zie artikel 13a, derde lid, Wet BPM 1992. Door toepassing van artikel 10, derde lid, Wet BPM 1992, is voor een bestelauto effectief geen BPM verschuldigd als na de eerste ingebruikname meer dan vijf jaar is verstreken. In de voorliggende casus is wel BPM betaald.
Leeftijd van de bestelauto
Voor de hoogte van de teruggaaf is de leeftijd van de bestelauto van belang. Dit volgt uit artikel 14a, vierde lid, Wet BPM 1992. Voor de berekening geldt als start het belastingbedrag. Dit bedrag wordt verminderd volgens een bij ministeriële regeling vastgestelde tabel. Deze tabel is opgenomen in artikel 8d van de Uitvoeringsregeling BPM 1992. Aan de hand van deze tabel bestaat recht op teruggaaf van BPM tot effectief 17 jaar en tien maanden na datum van eerste ingebruikname. Zowel in artikel 14a Wet BPM 1992 als in artikel 8d van de Uitvoeringsregeling BPM 1992 wordt niet verwezen naar artikel 10, derde lid, Wet BPM 1992. Het recht op teruggaaf is dus niet beperkt tot vijf jaar na ingebruikname, maar effectief 17 jaar en tien maanden na ingebruikname.