Ga direct naar de inhoud

KG:032:2022:6 Verliesverrekening na fusie met toepassing van artikel 14b, derde lid, Wet Vpb 1969

Publicatiedatum 27-03-2023, 13:11 | Laatste update 27-03-2023, 13:32

Aanleiding

M BV houdt alle aandelen in BV 1 en BV 2. BV 1 en BV 2 bezitten ieder een pand voor de verhuur aan derden. Beide BV’s hebben verliezen. Beide BV’s fuseren met een beroep op artikel 14b, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 als verdwijnende vennootschappen met M BV als verkrijgende vennootschap. M BV koopt na de fusie enkele nieuwe panden voor de verhuur en behaalt daarmee een winst.

Vraag

Kan de winst van M BV behaald met de verhuur van de nieuwe panden worden verrekend met de voorfusieverliezen afkomstig van BV 1 en BV 2?

Antwoord

Ja, de winst afkomstig uit de verhuur van de nieuwe panden kan worden verrekend met de voorfusieverliezen afkomstig van BV 1 en BV 2.

Beschouwing

In paragraaf 6 van het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 12 augustus 2022, nr. 2022-188642, Stcrt. 2022, 22286 (hierna: Besluit juridische fusie) is een nadere toelichting opgenomen op standaardvoorwaarde 6. Standaardvoorwaarde 6 regelt de verrekening van voorfusieverliezen met nafusiewinst. De toelichting vermeldt dat de voorfusieverliezen slechts verrekenbaar zijn met nafusiewinst die is toe te rekenen aan de vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten die de verliezen in het verleden hebben veroorzaakt. Nieuwe activiteiten moeten zoveel mogelijk in historisch perspectief worden geplaatst. De inspecteur moet hierbij een zekere soepelheid betrachten.

In casu koopt M BV na de fusie enkele nieuwe panden. De nieuwe panden worden verhuurd aan derden, net zoals de panden van BV 1 en BV 2. Deze nieuwe activiteiten moeten zoveel mogelijk in historisch perspectief worden geplaatst. Gelet op het historisch perspectief kan de verhuurwinst, behaald met de nieuwe panden, verrekend worden met de voorfusieverliezen van BV 1 en BV 2.

Deel deze pagina

Op deze pagina