KG:040:2026:5 Kwalificatie licentievergoeding voor gebruik illustraties, handelsnaam en logo’s
Publicatiedatum 07-07-2026, 10:42 | Laatste update 07-07-2026, 10:42 |
Aanleiding
X BV heeft een beeldbank aangelegd met illustraties en foto’s. X BV is eigenaar van de daarop rustende auteursrechten. Daarnaast heeft X BV haar logo en handelsnaam als handelsmerk geregistreerd.
X BV gebruikt de illustraties, de foto’s, de handelsnaam en het logo zelf, maar verstrekt tegen vergoeding ook licenties op het onderliggende auteursrecht respectievelijk het handelsmerk. A Ltd, gevestigd in Australië, heeft met X BV een dergelijke licentieovereenkomst gesloten.
De licentie geeft A Ltd het exclusieve recht om in Australië en Nieuw-Zeeland illustraties en foto’s uit de beeldbank te gebruiken voor de productie en verkoop van verpakkingen en drukwerk. Daarbij is A Ltd verplicht om bij het gebruik van de illustraties op gedrukt materiaal het auteursrecht (“copyright”) van X BV te vermelden. Om te kunnen beoordelen of A Ltd in overeenstemming met de licentieovereenkomst handelt, dient zij periodiek exemplaren van het gedrukte materiaal aan X BV toe te zenden.
Daarnaast geeft de licentieovereenkomst A Ltd het recht om op verpakkingen en drukwerk waarop illustraties uit de beeldbank worden afgebeeld, de handelsnaam en bepaalde logo’s van X BV weer te geven. De vorm en wijze waarop A Ltd van de handelsnaam en logo’s gebruikt, worden van tijd tot tijd ter goedkeuring aan X BV voorgelegd.
Uit hoofde van de licentieovereenkomst is A Ltd jaarlijks een vooraf bepaalde vergoeding verschuldigd. De vergoeding is onafhankelijk van de mate van gebruik. A Ltd houdt ten behoeve van de Australische fiscus 15% bronbelasting in op de door haar aan X BV betaalde bedragen.
In Nederland claimt X BV op grond van artikel 12 juncto artikel 23, derde lid, van het Belastingverdrag Nederland - Australië 1976 (hierna: Verdrag) verrekening van de op de vergoedingen ingehouden bronbelasting met de door haar verschuldigde vennootschapsbelasting
Vraag
Kwalificeren de door A Ltd aan X BV betaalde licentievergoedingen voor het gebruik van illustraties uit de beeldbank en van de handelsnaam en logo’s van X BV als royalty’s in de zin van artikel 12, derde lid, van het Verdrag?
Antwoord
Ja, de door A Ltd aan X BV betaalde licentievergoedingen voor het gebruik van illustraties uit de beeldbank en van de handelsnaam en logo’s van X BV kwalificeren als royalty’s in de zin van artikel 12, derde lid, van het Verdrag.
Beschouwing
Artikel 12, derde lid, van het Verdrag luidt voor zover van belang als volgt:
“De uitdrukking “royalty’s” in dit artikel betekent vergoedingen, al dan niet periodiek betaald en hoe ook omschreven en berekend, voor zover zij worden betaald voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht, van een octrooi, van een tekening of model, van een plan, van een geheim recept of een geheime werkwijze, van een fabrieks- of handelsmerk, of van een andere soortgelijke zaak of een soortgelijk recht, of van nijverheidsuitrusting, handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting, dan wel voor het verstrekken van kennis of inlichtingen op het gebied van wetenschap, techniek, nijverheid of handel of voor het verstrekken van bijstand van bijkomstige of aanvullende aard die verleend wordt om de toepassing of het genot van die kennis of inlichtingen of van elke andere zaak of elk ander recht waarop dit artikel van toepassing is, mogelijk te maken. (…).”
De licentieovereenkomst geeft A Ltd het recht om op de door haar geproduceerde en aan derden verkochte verpakkingen en drukwerk illustraties uit de beeldbank en de handelsnaam en bepaalde logo’s van X BV af te beelden. Dit betekent dat het A Ltd is toegestaan om de illustraties, de handelsnaam en de logo’s van X BV te reproduceren. Op grond van de licentieovereenkomst is zij gerechtigd deze afbeeldingen op de door haar geproduceerde verpakkingen en het drukwerk te verkopen aan derden. Daarmee heeft zij het recht verkregen om de aan de illustraties ten grondslag liggende auteursrechten van X BV en het aan de handelsnaam en logo’s van X BV ten grondslag liggende handelsmerk van X BV te reproduceren en verspreiden.
De licentievergoeding ziet derhalve niet op het verkrijgen van de illustraties, de handelsnaam en de logo’s voor eigen gebruik, maar op het recht om de onderliggende auteursrechten respectievelijk de handelsmerken te gebruiken en deze (commercieel) te exploiteren.
Daarmee verschilt de voorliggende situatie van het voorbeeld in paragraaf 10.1 van het latere OESO-commentaar 2008: een kledingdistributeur die het exclusieve recht heeft om aan derden T-shirts door te verkopen waarop de handelsnaam van de fabrikant is afgedrukt. In dat geval betaalt de distributeur namelijk niet voor het recht om het handelsmerk te gebruiken waaronder de T-shirts worden doorverkocht, maar verkrijgt hij slechts het exclusieve recht om de T-shirts te verkopen die hij van de fabrikant koopt.
Dat voorbeeld verschilt van de onderhavige situatie. A Ltd koopt namelijk geen door X BV geproduceerde verpakkingen en drukwerk met daarop de illustraties, handelsnaam en logo’s. Zij produceert deze zelf.
Ook verschilt de voorliggende situatie van een verkoop als bedoeld in paragraaf 8.2 van het hiervoor genoemde OESO-commentaar. X BV behoudt namelijk de volledige eigendom van de auteursrechten en het handelsmerk. Zij ontvangt een betaling in ruil voor “het gebruik van, of het recht van gebruik” en niet in ruil voor de overdracht van de onderliggende eigendom van het auteursrecht of het handelsmerk.
Hieraan doet niet af dat met betrekking tot de illustraties sprake is van een exclusieve licentie voor het gebruik daarvan in Australië en Nieuw-Zeeland. Uit de licentieovereenkomst blijkt immers dat A Ltd niet geheel of gedeeltelijk eigenaar wordt van het auteursrecht. Zo bepaalt de overeenkomst op welke wijze A Ltd de illustraties, handelsnaam en logo’s mag gebruiken en welke beperkingen daaraan zijn gesteld. Daarnaast beoordeelt X BV periodiek of A Ltd in overeenstemming met de licentieovereenkomst heeft gehandeld.
Conclusie
Gezien het voorgaande kwalificeren de door A Ltd aan X BV betaalde licentievergoedingen voor het gebruik van illustraties uit de beeldbank en van de handelsnaam en logo’s van X BV als royalty’s in de zin van artikel 12, derde lid, van het Verdrag.