KG:041:2026:4 Besluit internationale aspecten van pensioenen, saldoregeling, buitenlandse heffing
Publicatiedatum 26-05-2026, 11:24 | Laatste update 26-05-2026, 11:24 |
Aanleiding
Een inwoner van Nederland heeft in het verleden voor een in Nederland gevestigde werkgever gewerkt en deelgenomen aan de Nederlandse pensioenregeling van die werkgever. Gedurende zijn loopbaan was deze werknemer een periode van 5 jaar uitgezonden naar het buitenland. Tijdens deze uitzending is hij blijven deelnemen aan de Nederlandse pensioenregeling.
De werkgeversbijdragen aan de Nederlandse pensioenregeling waren tijdens de uitzending in het buitenland onderworpen aan een belasting over het inkomen. De werknemersbijdragen zijn in deze periode voor de berekening van de belasting in het buitenland niet in aftrek gekomen van het brutoloon. In het buitenland was het inkomen van belastingplichtige onderworpen aan een vlak tarief dat aanzienlijk lager was dan het marginale tarief dat in Nederland op het inkomen van de werknemer van toepassing zou zijn geweest.
Vragen
- Wordt de in het buitenland verschuldigde belasting aangemerkt als een belasting die naar aard en strekking overeenkomt met de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting in de zin van onderdeel 2.4 van het besluit: Loonheffingen, inkomstenbelasting internationale aspecten van pensioenen en stamrechten (hierna: het besluit), waardoor de in dat onderdeel genoemde saldomethode kan worden toegepast?
- Maakt het deel van de pensioenuitkering dat op basis van de saldomethode is vrijgesteld, deel uit van het verzamelinkomen?
Antwoorden
- Ja, de buitenlandse belasting komt naar aard en strekking overeen met de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting, waardoor de saldomethode toepassing kan vinden.
- Nee, het vrijgestelde deel van de pensioenuitkering maakt geen deel uit van het verzamelinkomen.
Beschouwing
Aard en strekking buitenlandse belasting
Pensioenuitkeringen uit een Nederlandse pensioenregeling die voldoet aan de fiscale begrenzingen (een zuivere pensioenregeling), zijn in Nederland belast op grond van artikel 10, eerste lid, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB). Tijdens de opbouw zijn de aanspraken vrijgesteld en de premies aftrekbaar.
Bij werknemers die tijdelijk in het buitenland werken en hun Nederlandse pensioenregeling voortzetten, kan echter een probleem ontstaan: de regeling voldoet niet aan de buitenlandse fiscale regels, waardoor in het buitenland geen vrijstelling of premieaftrek wordt verleend. Dit leidt tot economisch dubbele heffing als de uitkeringen bij terugkeer in Nederland wél volledig belast worden.
Om deze dubbele heffing te mitigeren, is in onderdeel 2.4 van het besluit goedgekeurd, dat onder voorwaarden via de saldomethode een deel van de pensioenuitkeringen buiten de Nederlandse heffing blijft. In het V&A 08-002 van de Kennisgroep Pensioenen is uitgewerkt hoe deze saldomethode kan worden toegepast.
Een voorwaarde voor het toepassen van de saldomethode is dat aannemelijk wordt gemaakt dat in het buitenland daadwerkelijk belasting is geheven waaronder de situatie dat geen fiscale tegemoetkoming (zoals premieaftrek) is verkregen. In het besluit wordt daarbij de voorwaarde gesteld dat deze buitenlandse belasting naar aard en strekking moet overeenkomen met de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting. De vraag is vervolgens wanneer een buitenlandse belasting naar aard en strekking overeenkomt met de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting. In het besluit zelf wordt hier niet nader op ingegaan. Dezelfde voorwaarde komt ook voor in de artikelen 1.7 en 3.82 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Ook in deze artikelen, noch in de bijbehorende parlementaire toelichting, wordt een toelichting gegeven hoe deze voorwaarde moet worden uitgelegd.
Om te bepalen of sprake is van een belasting die naar aard en strekking overeenkomt met de loon- of inkomstenbelasting, is van belang of de kenmerken van deze belasting overeenkomen met de specifieke kenmerken van deze Nederlandse belastingen. Met de loonbelasting en de inkomstenbelasting wordt een belasting geheven naar het inkomen van natuurlijke personen. Deze belasting ziet doorgaans op arbeid of een andere werkzaamheid, winst en vermogens(winst) van natuurlijke personen. De grondslag van de belasting is het inkomen dat door deze natuurlijke personen uit deze bronnen wordt verkregen. Verder moet het gaan om een belasting, die in principe ten goede komt aan de algemene middelen, en niet om een heffing voor een sociale verzekering of een specifieke dienst.
In de onderhavige situatie was het arbeidsinkomen in het buitenland onderworpen aan een belasting. Deze belasting werd geheven van de werknemer, over het inkomen dat de werknemer van zijn werkgever had ontvangen. Voor inwoners gold daarbij een vlak tarief, dat bij het inkomen van de werknemer aanzienlijk lager was dan het in Nederland toepasselijke tarief. Deze belasting heeft voldoende kenmerken om te concluderen dat sprake is van een belasting die naar aard en strekking overeenkomt met de Nederlandse loonbelasting en inkomstenbelasting. Het is daarbij niet van belang dat het tarief aanzienlijk lager is dan het tarief dat op dergelijke inkomsten in Nederland verschuldigd zou zijn.
Overigens is in het besluit opgenomen dat onder een daadwerkelijke heffing ook wordt verstaan het achterwege zijn gebleven van premieaftrek bij de werknemer. Ook voor de premie betaald door de werknemer, waarvoor aftrek achterwege is gebleven, geldt echter dat de saldomethode alleen toepassing kan vinden wanneer daadwerkelijk belasting is geheven over het inkomen van de werknemer.
Vrijstelling
De goedkeuring in paragraaf 2.4 van het besluit is als volgt omschreven:
"Met toepassing van artikel 63 van de AWR keur ik goed dat in beide beschreven situaties via de zogenoemde saldomethode onder omstandigheden een deel van de pensioenuitkeringen buiten de heffing van loon- en inkomstenbelasting blijft."
Hierin is expliciet omschreven dat het vrijgestelde deel buiten de heffing van loon- en inkomstenbelasting blijft. Dit houdt in dat het vrijgestelde geen deel uitmaakt van het verzamelinkomen van belastingplichtige, alvorens de vrijstelling wordt toegepast.