Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de footer

KG:070:2022:10 Vragen en antwoorden over een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht waarvan de rekeninghouder van de termijnen vóór de uitkering van de laatste termijn overlijdt; recht op niet uitgekeerde termijnen vaststellen voor de nabestaanden

Aanleiding

De rekeninghouder van een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht overlijdt vóór de uitkering van de laatste termijn. Het recht op de nog niet uitgekeerde termijnen gaat ingevolge artikel 3.126a, lid 6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) over op diens erfgenamen.

Vragen

  1. Na het overlijden van de rekeninghouder kan enige tijd verstrijken voordat duidelijk is wie de rechthebbende erfgenamen zijn, de vereiste klantidentificatie heeft plaatsgevonden en 1 of meerdere nieuwe rekeningen op naam van de erfgena(a)m(en) zijn geopend. Na de melding van het overlijden wordt de uitkering stopgezet. Wanneer pas na enkele maanden later de termijnen kunnen worden voortgezet ten behoeve van de erfgenamen: Hoe moet worden omgegaan met de in de tussentijd niet uitgekeerde termijnen?
  2. Wordt de einddatum van de termijnen naar achteren verschoven, zodat in totaal evenveel termijnen worden uitgekeerd als oorspronkelijk bedoeld?
  3. Worden de resterende termijnen in 1 keer uitgekeerd, zijnde alle termijnen die sinds de melding van het overlijden vervallen zijn en uitgekeerd zouden zijn wanneer de rekeninghouder niet zou zijn overleden?
  4. Als sprake is van een lijfrente op basis van beleggingen, moet dan in de tussenliggende periode worden berekend hoe hoog de uitkeringen hadden moeten zijn?
  5. Moet de oorspronkelijke einddatum worden aangehouden waarbij de niet uitgekeerde termijnen vervallen (met als gevolg dat de resterende uitkeringen hoger worden)?
  6. Hoe luidt het antwoord op de voorgaande vragen in de situatie dat in de periode tussen melding van het overlijden en vaststelling van de erfgenamen de oorspronkelijke einddatum wordt bereikt?
  7. Heeft een erfgenaam ook de mogelijkheid om niet te kiezen voor voortzetting van de uitkering maar in plaats daarvan te kiezen voor de aankoop van een nabestaandenlijfrente overeenkomstig artikel 3.126a, lid 4, onderdeel b Wet IB 2001?
  8. Is het fiscaal toegestaan dat een erfgenaam de voortzetting van de uitkering bij een andere aanbieder van lijfrente laat plaatsvinden?
  9. De erfgenaam krijgt een lijfrenterekening op basis van beleggingen op zijn of haar eigen naam. De beleggingen worden verkocht en overgeheveld naar de lijfrenterekening van de erfgenaam (al dan niet met verdeling van de waarde over meerdere erfgenamen), waarna de beleggingen opnieuw worden aangekocht. Door administratieve redenen kan dan 1 maanduitkering niet plaatsvinden. Is dat fiscaal toegestaan?

Antwoorden

  1. Na het overlijden van de rekeninghouder mag de uitbetaling van de termijnen worden opgeschort tot het moment dat de rechthebbende erfgenamen bekend zijn en alle benodigde administratieve zaken zijn geregeld. Direct daarna moet de opgeschorte uitbetaling van de termijnen plaatsvinden door uitbetaling in 1 keer en moeten de uitbetalingen van de lijfrentetermijnen (weer) aanvangen aan de rechthebbende erfgenamen.
  2. Nee. Zie het antwoord bij vraag 1.
  3. Ja. Zie het antwoord bij vraag 1.
  4. De hoogte van de termijnen moet op de reguliere wijze worden berekend. Slechts de uitbetaling van deze termijnen wordt opgeschort tot het moment dat de rechthebbende erfgenamen bekend zijn en alle benodigde administratieve zaken zijn geregeld.
  5. Zie de antwoorden hierboven. De termijnen vervallen niet. Slechts de uitbetaling daarvan wordt opgeschort.
  6. In de situatie dat in de periode tussen de melding van het overlijden en vaststelling van de erfgenamen de oorspronkelijke einddatum wordt bereikt geldt hetzelfde als bij de bovenstaande antwoorden. De opgeschorte uitbetaling van de termijnen moet alsnog plaatsvinden door uitbetaling in 1 keer aan de rechthebbende erfgenamen.
  7. Nee. Het is op grond van artikel 3.134, lid 1 Wet IB 2001 mogelijk een lijfrente om te zetten in een ander zodanig recht. Omdat de lijfrente die de erfgenaam heeft geërfd anders is dan de lijfrente als bedoeld in artikel 3.126a, lid 4, onderdeel b Wet IB 2001, kan deze niet worden omgezet.
  8. Ja. Iedere erfgenaam kan individueel de keuze maken om zijn of haar lijfrente om te zetten in een ander zodanig recht. Dit kan ook bij een andere aanbieder.
  9. Ja. Zie het antwoord bij vraag 1. De uitbetaling van de termijnen mag worden opgeschort, maar deze opgeschorte termijnen moeten alsnog worden uitbetaald op het moment dat de rechthebbende erfgenamen bekend zijn en alle benodigde administratieve zaken zijn geregeld. Als 1 uitkering niet heeft plaatsgevonden, kan dit worden opgevat als een opgeschorte uitbetaling van die lijfrentetermijn en moet de uitbetaling daarna alsnog plaatsvinden.

Deel deze pagina

Op deze pagina