Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de footer

KG:070:2022:16 Pre-Brede Herwaarderingslijfrente na overlijden naar goed doel

Aanleiding

Een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule expireert vanwege het overlijden van de verzekeringnemer. De begunstigde van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule is een goed doel. De verzekeraar wil gaan uitkeren.

Vragen

  1. Is de waarde van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule belast en zo ja, wanneer en op welke grond?
  2. Als de waarde van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule belast is, welke waarde is dan belast en bij wie wordt het belast?

Antwoorden

  1. Ja. De waarde van de kapitaalverzekering is op het moment van het onherroepelijk worden van de begunstiging belast overeenkomstig artikel 75 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: Wet IB 1964) en artikel 25, lid 10 Wet IB 1964.
  2. De waarde in het economische verkeer (hierna: WEV) van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule is belast op grond van de 2e volzin van artikel 25, lid 10 Wet IB 1964. De WEV wordt op het moment van het onherroepelijk worden van de begunstiging belast bij de verzekeringnemer.

Beschouwing

Wettelijk kader

Door het overlijden van de verzekerde is de begunstiging onherroepelijk geworden, mits geen andersluidende regeling in de polis is opgenomen.

In artikel 7:968 onder b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) staat dat de aanwijzing van een derde als begunstigde niet meer kan worden herroepen indien het risico is geƫindigd door het overlijden van de verzekerde.

Artikel 7:968 BW is overigens geen 'dwingend recht'. Dit betekent dat contractueel van artikel 7:968 BW kan worden afgeweken. Als in de polis een mogelijkheid daartoe is opgenomen, kan de aanwijzing nog worden herroepen.   

Op grond van de 2e volzin van artikel 25, lid 10 Wet IB 1964 is de WEV van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule belast. Dit geldt op grond van de 3e volzin van hetzelfde lid niet, als de verkrijger/begunstigde binnenlands belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting. De verkrijger/begunstigde is in deze casus niet belastingplichtig voor de inkomstenbelasting. Een goed doel is immers geen natuurlijk persoon.

De WEV wordt dan op grond van de 1e volzin van artikel 25, lid 10 Wet IB 1964 beschouwd als periodieke uitkering of verstrekking die de tegenwaarde voor een prestatie vormt. Die periodieke uitkering behoort op grond van artikel 25, lid 1, onderdeel g Wet IB 1964 tot de inkomsten uit vermogen. Dat is alleen mogelijk bij de verzekeringnemer van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. In deze casus is dat dus de overleden verzekeringnemer. De WEV wordt dus op het moment van het onherroepelijk worden van de begunstiging belast bij de verzekeringnemer.

Deel deze pagina

Op deze pagina