Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de footer

KG:070:2022:19 Aftrekbare onderhoudsverplichting bij verrekening van een lijfrenterekening bij echtscheiding vanwege een periodiek verrekenbeding

Aanleiding

Man en vrouw waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een beperkte gemeenschap van goederen. Er is een periodiek verrekenbeding opgenomen in de huwelijkse voorwaarden ter verrekening van overgespaarde inkomen (hetgeen na afloop van het kalenderjaar niet is uitgegeven). Het huwelijk is ontbonden. De man heeft de helft van het tegoed van een lijfrenterekening aan zijn ex-partner vergoed vanwege het periodieke verrekenbeding. De lijfrenterekening was aangevuld met overgespaard inkomen. Tijdens het huwelijk is geen uitvoering gegeven aan het periodiek verrekenbeding.

Vraag

Is de aan de ex-partner betaalde helft van het tegoed van de lijfrenterekening aftrekbaar op grond van artikel 6.3, lid 1, onderdeel d van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001)?

Antwoord

Nee. Bij het alsnog uitvoeren van het in de huwelijkse voorwaarden opgenomen periodiek verrekenbeding is geen sprake van een aftrekbare onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 6.3 Wet IB 2001.

Voor de vrouw geldt dat het ontvangen bedrag niet belast kan worden op grond van artikel 3.102, lid 3 Wet IB 2001.

Beschouwing

Het periodiek verrekenbeding vindt zijn oorsprong in het tijdens het huwelijk kunnen meedelen in de vermogensstijging, die door de andere echtgenoot wordt gerealiseerd. Door het alsnog uitvoeren van het periodiek verrekenbeding wordt de huwelijkse zorgplicht jegens elkaar nagekomen. Na het huwelijk is geen onderhoudsplicht ontstaan in de zin van artikel 6.3, lid 1, onderdeel d Wet IB 2001.

Gelet op dit artikel moet, wil sprake zijn van een aftrekbare onderhoudsverplichting, het gaan om bedragen die in het kader van echtscheiding of scheiding van tafel en bed worden voldaan ter zake van de verplichting tot verrekening van pensioenrechten en van lijfrenten en andere inkomensvoorzieningen waarvan de betaalde premies als uitgave voor inkomensvoorziening in aanmerking zijn gekomen.

Voor een aftrekbare onderhoudsverplichting moet dus sprake zijn van een verrekening in het kader van echtscheiding. In deze casus hebben man en vrouw huwelijkse voorwaarden opgemaakt. Daarin is een periodiek verrekenbeding opgenomen. Dit is een obligatoire verplichting om periodiek overgespaard inkomen te verrekenen. Als tijdens het huwelijk niet wordt verrekend, blijft deze verplichting in stand. Na het huwelijk wordt alsnog uitvoering gegeven aan het periodiek verrekenbeding. Daardoor is sprake van verrekening in het kader van het periodiek verrekenbeding en niet in het kader van echtscheiding.

Bovenstaand antwoord is bevestigd in de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden, 8 januari 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BY8818. In deze uitspraak was ook sprake van een verrekenbeding waaraan tijdens het huwelijk geen uitvoering was gegeven. Het Hof heeft overwogen in rechtsoverweging 4.8 dat, hoewel het in de beleving van belanghebbende mogelijk anders is, het niet aannemelijk is dat de maandelijkse bijdragen van belanghebbende aan de ex-vrouw bijdragen vormen in het levensonderhoud, maar betalingen vormen in het kader van de verrekenplicht van belanghebbende.

Deel deze pagina

Op deze pagina