Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de footer

KG:202:2023:14 Fiscaal partnerschap bij volgtijdelijke opname in een verpleeghuis

Aanleiding

X en Y zijn ongehuwd samenwonend en fiscale partners. Op het moment dat Y wordt opgenomen in een verpleeghuis, laat X door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de inspecteur weten dat zij niet langer als fiscale partners willen worden aangemerkt (artikel 5a, zevende lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of artikel 1.2, vijfde lid, tweede volzin, van de Wet inkomstenbelasting 2001). Een paar jaar later trekt ook X in hetzelfde verpleeghuis in. X en Y verblijven in aparte kamers en wonen dus niet bij elkaar.

Vraag

Kunnen X en Y door de opname van X in hetzelfde verpleeghuis weer fiscale partners worden?

Antwoord

X en Y worden alleen elkaars fiscale partners als ze allebei op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen (hierna: BRP) staan ingeschreven en aan de overige voorwaarden voor fiscaal partnerschap is voldaan. Aan de hand van artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) en artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) zal dus opnieuw moeten worden beoordeeld of sprake is van fiscaal partnerschap.

Beschouwing

De algemene partnerregeling staat in artikel 5a AWR. Een aanvulling daarop voor de inkomstenbelasting staat in artikel 1.2 Wet IB 2001.

Eén van de voorwaarden voor fiscaal partnerschap voor ongehuwd samenwonenden is inschrijving op hetzelfde woonadres in de BRP (inschrijvingseis). Dat geldt zowel voor ongehuwd samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract (artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, AWR) als voor ongehuwd samenwonenden die onder de aanvullende regeling voor fiscaal partnerschap in de inkomstenbelasting vallen (artikel 1.2, eerste lid, Wet IB 2001). Bij opname van één van de partners in een verpleeghuis of verzorgingshuis vanwege medische redenen of ouderdom waardoor inschrijving op hetzelfde woonadres niet langer mogelijk is, blijft het partnerschap onder voorwaarden bestaan (artikel 5a, zevende lid, AWR of artikel 1.2, vijfde lid, tweede volzin, Wet IB 2001). In de situatie van X en Y is het partnerschap op grond van deze regeling echter al beëindigd voordat X wordt opgenomen in hetzelfde verpleeghuis.

Als X dan op een later moment in hetzelfde verpleeghuis als Y gaat wonen, zal aan de hand van artikel 5a AWR en artikel 1.2 Wet IB 2001 opnieuw moeten worden beoordeeld of sprake is van fiscaal partnerschap. Hierbij vraagt de beoordeling van de inschrijvingseis bijzondere aandacht. Dat X en Y in hetzelfde verpleeghuis wonen, betekent niet dat zij ook op hetzelfde woonadres in de BRP staan ingeschreven. Al is het maar omdat artikel 2.40, eerste lid juncto derde lid, onderdeel a, van de Wet basisregistratie personen juncto artikel 17 van de Regeling basisadministratie personen de mogelijkheid biedt tot inschrijving op een briefadres in de BRP bij verblijf in een verpleeghuis.

Deel deze pagina

Op deze pagina