Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:202:2026:1 Begrip paramedicus en uitgaven voor specifieke zorgkosten

Aanleiding

Uitgaven voor specifieke zorgkosten omvatten onder andere de uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor genees- en heelkundige hulp. Daaronder valt ook een behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus en een behandeling door een bij ministeriële regeling aangewezen paramedicus. Het begrip ‘paramedicus’ in de zin van artikel 6.17, tiende lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) is niet nader gedefinieerd.

Vraag

Wanneer is sprake van een paramedicus als bedoeld in artikel 6.17, tiende lid, onderdeel b, Wet IB 2001?

Antwoord

Een wettelijke definitie van het begrip ‘paramedicus’ ontbreekt. Het uitgangspunt is dat wanneer wordt voldaan aan de eerste twee voorwaarden van artikel 6.17, tiende lid, onderdeel b, Wet IB 2001 (de behandeling is op voorschrift én onder begeleiding van een arts) kan worden gesteld dat sprake is van een paramedicus. Geen vereiste is dat de paramedicus ook is opgenomen in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG).

Beschouwing

Wettelijk kader

In artikel 6.17, tiende lid, Wet IB 2001 wordt aangegeven wat voor de toepassing van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 onder genees- en heelkundige hulp moet worden verstaan:

  1. een behandeling door een arts;
  2. een behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus;
  3. een behandeling door een bij ministeriële regeling aan te wijzen paramedicus, mits voor de behandeling een verklaring door de paramedicus is afgegeven die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.

In artikel 39 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (hierna: URIB 2001) zijn de aangewezen paramedici van artikel 6.17, tiende lid, onderdeel c, Wet IB 2001 vermeld, alsmede de voorwaarden waaraan een verklaring moet voldoen.

Behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus

Zoals hierboven vermeld kwalificeert op grond van artikel 6.17, tiende lid, onderdeel b, Wet IB 2001, een behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus als genees- en heelkundige hulp. Hierbij zijn drie elementen te onderscheiden die moeten worden getoetst.

1. Voorschrift

Onder behandeling op voorschrift van een arts wordt een behandeling na een daadwerkelijke verwijzing door een arts verstaan. Enkel een advies van de arts om een behandeling te ondergaan is niet voldoende. In de praktijk zal de verwijzing schriftelijk of digitaal aan de behandelend paramedicus zijn verstrekt. Aan de hand van bijvoorbeeld een schriftelijke bevestiging achteraf of communicatie tussen arts en paramedicus zal de verwijzing aannemelijk kunnen worden gemaakt. Het is niet voldoende dat met instemming van een arts op eigen initiatief naar een behandelaar wordt gegaan.

2. Begeleiding

De behandeling moet vervolgens onder begeleiding van een arts plaatsvinden. Er moet sprake zijn van een actieve medische betrokkenheid van de verwijzend arts bij de behandelingen (Hof Arnhem-Leeuwarden 27 augustus 2019, nr. 18/00523, ECLI:NL:GHARL:2019:7009). Tevens dient sprake te zijn van regelmatig contact tussen arts en paramedicus (Hof Amsterdam 2 juni 2008, nr. P06/00518, ECLI:NL:GHAMS:BD3847). Het is niet voldoende als enkel de bevindingen van de paramedicus door de patiënt/belastingplichtige worden teruggekoppeld aan de arts.

3. Paramedicus

Ten slotte moet er sprake zijn van een behandeling door een paramedicus.

Onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: Wet IB 1964) vielen de kosten van medische behandelingen onder de kosten van genees- en heelkundige hulp.

Blijkens de jurisprudentie gewezen onder de Wet IB 1964 moest de behandeling plaatsvinden op advies en/of onder begeleiding van een arts. Daarbij was niet van belang of de feitelijke behandeling door iemand geschiedde die naar Nederlandse begrippen als genees- en heelkundige hulpverlener werd beschouwd. Zowel medische behandelingen verricht door artsen als door paramedici kwamen voor aftrek in aanmerking.

Ingevolge de wet Overige fiscale maatregelen 2012 (Stb. 2011, 640) is per 1 januari 2012 een negende lid (vanaf 2025: tiende lid) toegevoegd aan artikel 6.17 Wet IB 2001. In dit lid is de vaste jurisprudentie gecodificeerd op grond waarvan uitgaven voor genees- en heelkundige hulp verleend door een paramedicus uitsluitend aftrekbaar zijn, indien de behandeling is uitgevoerd door een arts of op voorschrift en onder begeleiding van een arts. In verband met de directe toegankelijkheid die geldt voor bepaalde paramedici die zijn opgenomen in de Wet BIG, zijn in artikel 6.17, tiende lid, onderdeel c, Wet IB 2001 jo. artikel 39 URIB 2001 ook bepaalde paramedici aangewezen, waarbij voor uitgaven voor specifieke zorgkosten geen verwijzing door een arts vereist is.

In de Wet IB 1964 en Wet IB 2001 – alsmede bij de parlementaire behandeling daarvan – is geen definitie van het begrip ‘paramedicus’ gegeven. Ook in de Wet BIG is geen definitie van dit begrip gegeven. In de Wet op de paramedische beroepen (een wet die op grond van artikel 145 Wet BIG is ingetrokken) was eveneens geen definitie van het begrip ‘paramedicus’ gegeven, maar is wel aangegeven wat werd verstaan onder de ‘uitoefening van een paramedisch beroep’. Artikel 1, eerste lid, van de Wet op de paramedische beroepen luidde als volgt:

“Onder ‘uitoefening van een paramedisch beroep’ wordt voor de toepassing van deze wet verstaan het al dan niet in samenhang met aanverwante werkzaamheden als beroep verrichten van handelingen of verstrekken van adviezen, liggende op het terrein van de uitoefening van de geneeskunst, onder leiding van of op aanwijzing en onder controle van dan wel ingevolge verwijzing door een geneeskundige of tandarts, door andere personen dan degenen, aan wie ingevolge de wet de bevoegdheid tot zelfstandige uitoefening van de geneeskunst in volle omvang of gedeeltelijk is toegekend.”

Deze beschrijving komt grotendeels overeen met de hiervoor besproken voorwaarden van artikel 6.17, tiende lid, onderdeel b, Wet IB 2001 dat sprake moet zijn van op voorschrift en onder begeleiding van een arts.

Ook in de jurisprudentie na de codificatie ligt de nadruk op het voorschrift en de begeleiding van een arts. Aftrek wordt veelal afgewezen omdat hieraan niet wordt voldaan (HR 14 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:27 en Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 25 april 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1593). Aan de vraag of sprake is van een paramedicus en aan de invulling van dat begrip wordt daarom veelal niet toegekomen. Geen vereiste is dat een paramedicus moet zijn opgenomen in het BIG-register. Een behandeling door een chiropractor kan bijvoorbeeld ook voldoen aan artikel 6.17, tiende lid, onderdeel b, Wet IB 2001 (Rb. Noord-Holland 19 maart 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7163).

Gelet op het ontbreken van een definitie van het begrip ‘paramedicus’ en de stringente voorwaarden die worden gesteld aan de behandeling door een niet aangewezen paramedicus kan ervan worden uitgegaan dat in beginsel elke behandelaar die op voorschrift en onder begeleiding van een arts een behandeling uitvoert kan worden aangemerkt als een paramedicus. Indien sprake is van een behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts wordt niet getwijfeld aan het medische en noodzakelijke karakter van de behandeling.

Overige voorwaarden

Ten overvloede wordt opgemerkt dat voor het in aanmerking nemen van uitgaven van genees- en heelkundige hulp als uitgaven voor specifieke zorgkosten ook aan de overige voorwaarden voor aftrek moet zijn voldaan. De uitgaven moeten op grond van artikel 6.1 Wet IB 2001 op de belastingplichtige drukken en de belastingplichtige moet zich redelijkerwijs gedrongen hebben kunnen voelen tot het doen van de uitgaven. Daarnaast moeten de uitgaven ingevolge artikel 6.17, eerste lid, aanhef, Wet IB 2001, zijn gedaan wegens ziekte of invaliditeit van personen die behoren tot de kring van personen als bedoeld in artikel 6.16 Wet IB 2001. Voorts worden de uitgaven voor specifieke zorgkosten enkel in aanmerking genomen indien (of voor zover) geen aftrekbeperking van artikel 6.18 Wet IB 2001 van toepassing is en voor zover de uitgaven meer bedragen dan de drempel van artikel 6.20 Wet IB 2001.

Deel deze pagina