KG:204:2026:16 vergoeding ERE-certificaten opladen elektrische auto van de zaak
Publicatiedatum 03-08-2026, 14:50 | Laatste update 03-08-2026, 14:50 |
Aanleiding
Vanaf 2026 kunnen particulieren met een elektrische auto onder bepaalde voorwaarden een vergoeding ontvangen voor de stroom die zij thuis via hun eigen laadpaal laden. Dit gebeurt via zogenoemde ERE-certificaten (Emissiereductie-eenheden), die aantonen dat er CO₂-uitstoot is bespaard. De vergoeding voor de ERE-certificaten wordt betaald door bedrijven die fossiele brandstoffen verkopen. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het aantal geladen kilowatturen (hierna: kWh) en de marktwaarde van de certificaten.
Werknemers die hun elektrische auto van de zaak thuis opladen, kunnen voor die geladen stroom ook een vergoeding voor de ERE-certificaten krijgen.
Vraag
Vormt de vergoeding die ziet op de geladen stroom voor de elektrische auto van de zaak loon in de zin van artikel 10 van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964)?
Antwoord
Nee. De vergoeding vormt geen loon in de zin van de Wet LB 1964.
Beschouwing
Is sprake van loon van de werkgever
Het loonbegrip staat in artikel 10 van de Wet LB 1964. De inhoud van het loonbegrip heeft zich gevormd in de jurisprudentie en laat zich samenvatten in de volgende drie voorwaarden:
- Er is sprake van genieten (voordeelseis).
- Er is voldoende causaal verband tussen het voordeel en de dienstbetrekking (causaliteitseis).
- De werkgever verstrekt het voordeel en is zich daarvan bewust (verstrekkingseis).
Er is geen sprake van loon van de werkgever (hierna: werkgeversloon) als aan één van de drie voorwaarden niet is voldaan. In het geval van werkgeversloon is de werkgever altijd inhoudingsplichtig op grond van de Wet LB 1964.
In casu wordt niet voldaan aan de verstrekkingseis. Er is geen sprake van een voordeel in opdracht en voor rekening van de werkgever en kan daarmee ook niet op één lijn worden gesteld. Zie voor een toelichting hierop KG:204:2025:7.
In casu wordt evenmin voldaan aan de causaliteitseis. De vergoeding houdt onvoldoende causaal verband met de dienstbetrekking. Het voordeel behoort tot de persoonlijke sfeer van de werknemer en kan, rekening houdende met de maatschappelijke opvattingen, niet worden toegerekend aan de dienstbetrekking.
Een eventuele vergoeding van de werkgever voor de werkelijke laadkosten van de auto van de zaak behoort niet tot loonsfeer, omdat sprake is van intermediaire kosten. Zie KG:204:2024:13 en KG:204:2024:14. Een eventuele vergoeding voor ERE-certificaten drukt hierbij de integrale kostprijs per kWh. De vergoeding voor ERE-certificaten kan wel buiten beschouwing blijven als een werkgever en een werknemer afspraken maken over doorlevering van energie onder zakelijke en dus marktconforme voorwaarden. Immers, daarvoor is bepalend de prijs op de energiemarkt op het moment van maken van de afspraken tussen partijen.
Loon van derden
Als een voordeel niet als werkgeversloon kan worden aangemerkt, kan toch sprake zijn van loon, namelijk in het geval van ‘fooien en dergelijke prestaties van derden’, ook wel loon van derden genoemd. Voordelen van derden vormen loon uit dienstbetrekking als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:
- Er is sprake van genieten (voordeelseis).
- Het voordeel vormt een beloning voor hetgeen de werknemer heeft gedaan of verwacht wordt te zullen doen (finaliteitseis).
Er is geen sprake van loon van derden als aan één van de twee voorwaarden niet is voldaan.
Voor de finaliteitseis is een nauwere relatie vereist met de dienstbetrekking dan op grond van het causaliteitscriterium. Het voordeel moet een tegenprestatie zijn voor werkzaamheden die de werknemer in zijn hoedanigheid van werknemer heeft verricht voor de werkgever of voor de derde. Vergelijk het Dow Chemical arrest (HR 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3150) en het Boeken-arrest (HR 1 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3021).
De vergoeding in casu voldoet niet aan de finaliteitseis. Er is geen sprake van een beloning voor werkzaamheden die de werknemer voor de werkgever of de derde heeft verricht in de uitoefening van zijn dienstbetrekking. Het is geen tegenprestatie voor werkzaamheden, die de ontvanger in zijn hoedanigheid van werknemer heeft verricht. Het opladen van de auto van de zaak is geen werkzaamheid en de werknemer doet dit niet in zijn hoedanigheid van werknemer, maar als particuliere gebruiker van het stroomnet.