Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:210:2025:19 Tarief artistieke creatie in de vorm van een muurschildering

Aanleiding

Ondernemer X is beeldend kunstenares. Zij maakt artistieke creaties in de vorm van decoratieve muurschilderingen. In casu is de artistieke creatie aangebracht in een woning na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming.

Vraag

Kwalificeert het aanbrengen van een artistieke creatie in de vorm van een muurschildering als het schilderen van een woning zoals bedoeld in Tabel I, post b.8, behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB 1968)?

Antwoord

Nee, het aanbrengen van een artistieke creatie in de vorm van een muurschildering kwalificeert niet als het schilderen van een woning zoals bedoeld in Tabel I, post b.8, behorende bij de Wet OB 1968.

Beschouwing

Het aanbrengen van een artistieke creatie in de vorm van een muurschildering kwalificeert niet als het schilderen van een woning in het kader van renovatie of herstel van die woning.

Op grond van Tabel I, post b.8, behorende bij de Wet OB 1968 wordt het verlaagde tarief toegepast op het schilderen en stukadoren van woningen na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming.

Bij wijziging van de Wet OB 1968 in het jaar 2000 in verband met de toepassing van een verlaagd btw-tarief op een aantal arbeidsintensieve diensten, is post b.8 in Tabel I opgenomen. Het gaat om de renovatie en herstel van particuliere woningen, met uitzondering van materialen die een beduidend deel vertegenwoordigen van de waarde van de verstrekte diensten.

In de btw-richtlijn is in post 10 van Bijlage III opgenomen, voor zover relevant:

“renovatie en verbouwing, met inbegrip van afbraak en heropbouw, en herstelling van huisvesting en particuliere woningen”.

De termen ‘renovatie’ en ‘herstel’ hebben respectievelijk betrekking op de vernieuwing van een voorwerp en het opknappen van een beschadigd voorwerp (zie HvJ EU 5 mei 2022, nr. C-218/21 (DSR – Montagem e Manutenção de Ascensores e Escadas Rolantes SA), ECLI:EU:C:2022:355, punt 32).

Uit het arrest van het Hof van Justitie van 11 januari 2024, nr. C-433/22 (HPA – Construções SA), ECLI:EU:C:2024:25, punt 24 en aldaar aangehaalde rechtspraak volgt dat de bewoordingen van de categorieën van Bijlage III uniform moeten worden uitgelegd overeenkomstig hun gebruikelijke betekenis in de omgangstaal. Daarbij moet rekening worden gehouden met de context waarin zij worden gebruikt en de doelstellingen die worden beoogd met de regeling waarvan zij deel uitmaken.

Er zijn geen aanknopingspunten waaruit zou volgen dat de wetgever aan post b.8 een ander bereik heeft willen geven dan aan post 10 van Bijlage III behorende bij de btw-richtlijn. In dat kader is van belang dat bepalingen van nationaal recht moeten worden uitgelegd in het licht van de bewoordingen van een op het betrokken gebied geldende richtlijn(bepaling), om zo het hiermee beoogde resultaat te bereiken.

In de omgangstaal geldt het aanbrengen van een artistieke creatie in de vorm van een muurschildering niet als het schilderen van een woning. Ook uit het gebruik van de woorden ‘in dit verband’ in de eerste volzin van paragraaf 4.1 van de toelichting op post b.8 (besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 24 december 2025, Stcrt. 2025, 39463) volgt dat niet elke schildering onder de post kan worden gerangschikt.

Het aanbrengen van een artistieke creatie is niet primair gericht op de ‘vernieuwing van een voorwerp’ (renovatie) of het ‘opknappen van een beschadigd voorwerp’ (herstel) zoals bedoeld in post 10 van Bijlage III van de btw-richtlijn.

Deel deze pagina