Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:210:2026:4 Schoonheidsspecialiste; medische vrijstelling

Aanleiding

Een als schoonheidsspecialiste werkzame ondernemer (hierna: X) biedt in haar praktijk de volgende afzonderlijke cosmetische behandelingen aan:

  1. het ontharen middels laserapparatuur of IPL bij hirsutisme;
  2. het behandelen van acné;
  3. camouflagebehandeling/permanente make-up.

Deze behandelingen worden ook door een huidtherapeut verricht, een beroep dat onder het bereik van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG) valt.

X heeft onder meer navolgende diploma’s en certificaten op haar vakgebied behaald:

  • stivas A en B;
  • cidesco;
  • acné;
  • elektrisch ontharen;
  • permanent Make-Up;
  • camouflage;
  • dermatologie voor schoonheidsspecialistes 1 en 2;
  • biopeeling;
  • micro-needling;
  • diode LASERontharing.

X heeft geen specifieke HBO-opleiding op het gebied van huidtherapie gevolgd. Evenmin valt zij onder artikel 34 van de Wet BIG. Inmiddels heeft X meer dan 35 jaar ervaring en kennis opgedaan binnen de uitoefening van haar vak.

Vraag

Zijn de genoemde diensten van X vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1º, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de medische vrijstelling)?

Antwoord

Nee, de genoemde diensten van X zijn niet vrijgesteld op grond van de medische vrijstelling, tenzij aan strikte voorwaarden wordt voldaan.

Beschouwing

De diensten van X zijn niet vrijgesteld, als het therapeutisch doel van de behandelingen niet objectief vaststaat.

Artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1º, van de Wet op de omzetbelasting 1968 luidt als volgt:

‘‘1. Onder bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden zijn van de belasting vrijgesteld:

(…)

g. 1°. de volgende leveringen en diensten:

a. de diensten op het vlak van de gezondheidskundige verzorging van de mens door beoefenaren van een medisch of paramedisch beroep die een op dit beroep gerichte opleiding hebben voltooid waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor zover deze diensten tot het gebied van deskundigheid van dit beroep behoren en onderdeel vormen van bedoelde opleiding;"

De medische vrijstelling is gebaseerd op artikel 132, eerste lid, onderdeel c, van de btw-richtlijn.

Voor toepassing van de medische vrijstelling is als eerste vereist dat sprake is van de gezondheidskundige verzorging van de mens. X moet bovendien beschikken over zodanige beroepskwalificaties die garanderen dat haar diensten gelijkwaardig zijn aan het kwaliteitsniveau van de vrijgestelde diensten van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar.

Gezondheidskundige verzorging van de mens

In onderdeel 3.1 van het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 29 maart 2026, Stcrt. 2016, 17339 is uitgewerkt wanneer sprake is van gezondheidskundige verzorging van de mens. Dit vereist dat een behandeling aantoonbaar een therapeutisch doel dient. Voor cosmetische geneeskunde door een arts is hierover het volgende opgenomen:

“Cosmetische geneeskunde (cosmetische chirurgie en andere cosmetische medische behandelingen) behoort tot de gezondheidskundige verzorging van de mens als het voornaamste doel van de behandeling is de bescherming, met inbegrip van instandhouding of herstel, van de gezondheid van de mens. Dat is het geval als de cosmetische geneeskundige behandeling een therapeutisch doel dient. Dat betekent dat cosmetische ingrepen die uitsluitend tot doel hebben de verfraaiing van het uiterlijk niet onder het begrip gezondheidskundige verzorging kunnen worden gebracht. Alleen in deze evidente gevallen is btw verschuldigd.

De medische beroepsbeoefenaar die cosmetische ingrepen verricht, moet in zijn btw-administratie een onderscheid maken tussen de ingrepen waarbij een therapeutisch doel wél aanwezig is en de ingrepen waarbij dat niet het geval is.”

Daarbij is van belang dat dit beleid is gebaseerd op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waaronder het arrest van 21 maart 2013, C-91/12 (PFC Clinic AB), ECLI:EU:C:2013:198. Deze jurisprudentie ziet op cosmetische geneeskunde verricht door medisch bevoegde beroepsbeoefenaren, waarbij de aanwezigheid van een therapeutisch doel wordt beoordeeld binnen een medische context.

Voor X geldt dat haar opleiding en bevoegdheid is gericht op cosmetische verzorging en niet op het stellen van medische diagnoses of medische handelingen. Aanvullende opleidingen kunnen de vakbekwaamheid van X vergroten, maar leiden niet tot een medisch-diagnostische bevoegdheid. Dit brengt mee dat X niet zelfstandig kan vaststellen of sprake is van een therapeutisch doel in de zin van de medische vrijstelling.

Bij wijze van uitzondering kan een behandeling door X slechts dan als gezondheidskundige verzorging van de mens worden aangemerkt indien het therapeutisch doel van de behandeling objectief vaststaat. Bijvoorbeeld door een diagnose door een daartoe bevoegde medische beroepsbeoefenaar. Bij gebreke daaraan geldt de vrijstelling niet. Toegespitst op de behandelingen van X, leidt dit tot de volgende conclusies.

Ontharing en acnebehandelingen

Bij het ontharen of een acnebehandeling is als uitgangspunt sprake van een cosmetische behandeling zonder therapeutisch doel, waardoor van gezondheidskundige verzorging geen sprake is. Dat de aandoening hirsutisme (overmatige haargroei bij vrouwen volgens een mannelijk beharingspatroon) bijvoorbeeld psychosociale impact kan hebben op een betrokkene of dat acné kan leiden tot chronische en/of terugkerende ontstekingen en infecties doet hier niet aan af. Dat in een individueel geval toch sprake is van een handeling met therapeutisch doel, zal objectief moeten worden aangetoond aan de hand van een medische diagnose. Dit kan op basis van een diagnose door een daartoe bevoegde medische beroepsbeoefenaar. Deze gegevens moeten door de schoonheidsspecialist administratief worden vastgelegd.

Camouflagebehandeling/permanente make up

Na een operatie waarbij een borst is verwijderd kan de tepel en tepelhof worden gereconstrueerd met permanente make up. De behandeling is in dit specifieke geval het sluitstuk van een medisch behandeltraject, waarbij medische beroepsbeoefenaren betrokken zijn. In dit geval kan worden aangenomen dat de behandeling als gezondheidskundige verzorging van de mens kwalificeert (vergelijk Hoge Raad 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1252).

Gelijkwaardig kwaliteitsniveau

Indien het therapeutisch doel van een behandeling door X objectief vaststaat, kan deze behandeling als gezondheidskundige verzorging van de mens worden aangemerkt. De medische vrijstelling geldt in dat geval alleen als de behandeling een kwaliteitsniveau heeft dat gelijkwaardig is aan het kwaliteitsniveau van een soortgelijke (vrijgestelde) dienst door een Wet BIG-beroepsbeoefenaar (zie HvJ 27 april 2006, nr. C-443/04 (Solleveld), ECLI:EU:C:2006:257, punten 37-41). Hiervan is onder meer sprake als de medische beroepsbeoefenaar aantoont dat hij minimaal beschikt over een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring op het gebied van zijn beroepsuitoefening (zie paragraaf 4.1 van het eerder aangehaald besluit). Door deze combinatie van opleiding, kennis en ervaring dient de beroepsbeoefenaar zijn dienst te verrichten op een kwaliteitsniveau dat gelijkwaardig is aan dat van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar.

Het is aan de inspecteur om in individuele situaties, op basis van alle omstandigheden, de gelijkwaardigheid van het kwaliteitsniveau te beoordelen. Voor de handelingen van X is het denkbaar dat sprake is van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau als die van een huidtherapeut (Wet BIG-beroepsbeoefenaar). Hierbij wegen de diverse diploma’s en certificaten mee in combinatie met meer dan 35 jaar aan kennis en ervaring.

Deel deze pagina