KG:211:2026:22 Deense Andelsselskab med begrænset ansvar
Publicatiedatum 07-07-2026, 9:17 | Laatste update 07-07-2026, 9:17 |
Aanleiding
De kwalificatie vindt plaats in verband met de belastingheffing ten aanzien van een naar het recht van Denemarken opgerichte andelsselskab med begrænset ansvar (hierna: Deense AMBA).
Vraag
Met welke Nederlandse rechtsvorm is een Deense AMBA vergelijkbaar voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969), de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), de Wet op de dividendbelasting 1965 (hierna: Wet DB 1965) en de Wet bronbelasting 2021 (hierna: Wet BB 2021)?
Antwoord
Een Deense AMBA is voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag.
Beschouwing
Bij deze kwalificatie kon worden beschikt over:
- Bekendtgørelse af lov om visse erhvervsdrivende virksomheder (de Deense Wet op bepaalde commerciële ondernemingen), laatstelijk geamendeerd per 20 maart 2025, (hierna: LEV), van Denemarken;
- Vejledning om virksomheder med begrænset ansvar (AMBA og F.M.B.A.) (Handreiking van de Deense Autoriteit voor het bedrijfsleven over de AMBA (en de F.M.B.A.) (laatst bijgewerkt op 4 februari 2025);
- het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen (hierna: Besluit VBR), van Nederland;
- de Wet Vpb 1969, van Nederland; en
- het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Algemeen
Via de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen is per 1 januari 2025 de rechtsvormvergelijkingsmethode gecodificeerd als wettelijke methode voor de fiscale kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen, waardoor buitenlandse rechtsvormen worden vergeleken met Nederlandse rechtsvormen. Het Besluit VBR geeft uitvoering aan de in artikelen 1.11 en 2.14bis Wet IB 2001, artikel 1a Wet Vpb 1969, artikel 1 Wet DB 1965 en artikel 1.2 BB 2021 opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode.
In het Besluit VBR worden regels gesteld aan de hand waarvan wordt bepaald of een naar buitenlands recht opgericht of aangegaan lichaam een met een Nederlandse rechtsvorm vergelijkbare rechtsvorm heeft en, als dat het geval is, met welke Nederlandse rechtsvorm het buitenlandse lichaam dan vergelijkbaar is. De groep van Nederlandse rechtsvormen bestaat enerzijds uit de – in de meeste gevallen in Boek 2 van het BW benoemde – rechtsvormen die voor Nederlandse fiscale doeleinden als zelfstandig belastingplichtig worden aangemerkt (hierna ook: de BW-rechtsvormen) en anderzijds uit de Nederlandse personenvennootschappen (de vennootschap onder firma, de maatschap en de commanditaire vennootschap), die voor Nederlandse fiscale doeleinden in de regel als transparant worden aangemerkt (zodat de achterliggende participanten in de heffing worden betrokken).
De BW-rechtsvormen hebben gemeen dat zij op basis van het BW rechtspersoon zijn. Daarnaast geldt dat de BW-rechtsvormen, op de bijzondere rechtsvormen van het kerkgenootschap, de informele vereniging en de Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon na, worden opgericht bij notariële akte. Hoewel de BW-rechtsvormen een aantal kenmerken delen, kennen zij ook veel verschillen.
Voor een personenvennootschap geldt dat in het algemeen sprake is van een overeenkomst tot samenwerking ter uitoefening van een beroep of bedrijf met inbreng door ieder van de participanten met het oogmerk voordeel te behalen en dit met elkaar te delen. Personenvennootschappen hebben civielrechtelijk geen in aandelen verdeeld kapitaal en de (niet-commanditaire) vennoten zijn aansprakelijk voor verplichtingen van de vennootschap tegenover derden.
Het antwoord op de vraag of een buitenlandse rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse rechtsvorm wordt in beginsel bepaald aan de hand van de toets of de buitenlandse rechtsvorm naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse rechtsvorm.
Om de aard van een buitenlandse rechtsvorm vast te stellen dient aan de hand van het buitenlandse recht geanalyseerd te worden welke plaats de betreffende rechtsvorm in het buitenlandse recht inneemt en welke bedoeling de buitenlandse wet- of regelgever heeft gehad met die rechtsvorm. Bij deze analyse komt onder andere belang toe aan de keuze van de buitenlandse wet- of regelgever om de betreffende rechtsvorm als contractueel samenwerkingsverband (zoals de Nederlandse personenvennootschap) vorm te geven, of bijvoorbeeld als een kapitaalvennootschap (zoals de Nederlandse nv en Nederlandse bv).
De inrichting van een buitenlandse rechtsvorm heeft betrekking op de meer concrete regels die zijn gegeven voor die rechtsvorm in het buitenlandse recht. De inrichting van de Nederlandse rechtsvormen bestaat voor een belangrijk deel uit de wezenlijke kenmerken van verschillende rechtsvormen die per Nederlandse rechtsvorm zijn benoemd in afdeling 2 van hoofdstuk II van het Besluit VBR.
Toepassing van het toetsingskader op een AMBA
De aard van een AMBA
De juridische inrichting van de AMBA wordt in hoofdzaak beheerst door de statuten van de AMBA. De LEV stelt voorwaarden waaraan voldaan moet worden om aangemerkt te worden als AMBA en de beperkte aansprakelijkheid van de deelnemers te verkrijgen en te behouden. In de LEV zijn regels opgenomen met betrekking tot entiteiten die niet vallen onder de Lov om aktie- og anpartsselskaber (selskabsloven) (de Deense vennootschapswet), de Lov om erhvervsdrivende fonde (de Deense Wet op commerciële verenigingen) of § 133‑154 van de Deense lov om forvaltere af alternative investeringsfonde (Wet op de alternatieve investeringsfonds beheerders) of hiermee vergelijkbare buitenlandse entiteiten, zie § 1(2) LEV.
Een AMBA is niet gereguleerd in de Deense selskabsloven, waarin onder meer de Deense kapitaalvennootschappen, de Aktieselskab (A/S) en de Anpartsselskab (ApS) beschreven worden. Deze rechtsvormen zijn volgens het Besluit VBR vergelijkbaar met de Nederlandse naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
§ 4 van de LEV definieert een andelsselskab als een onderneming die tot doel heeft de gemeenschappelijke belangen van haar leden te bevorderen door hun deelname als afnemers, leveranciers of vergelijkbare betrokkenen, waarbij de opbrengsten, behoudens normale opbrengsten op het ingebrachte kapitaal, ofwel worden verdeeld naar rato van het aandeel van het lid in de omzet, ofwel binnen de onderneming blijven. De leden van de AMBA zijn niet persoonlijk aansprakelijk jegens derden (mits de AMBA is geregistreerd is bij de Deense autoriteiten).
Uit het vorenstaande volgt dat de aard van een AMBA aansluit bij de aard van de coöperatie en de vereniging op coöperatieve grondslag.
De inrichting van een AMBA
Zoals aangegeven bestaat de inrichting van de Nederlandse rechtsvormen voor een belangrijk deel uit de wezenlijke kenmerken zoals opgenomen in afdeling 2 van hoofdstuk II van het Besluit VBR. Op basis van de aard van de AMBA wordt vergelijking gezocht binnen de Nederlandse BW-rechtsvormen. Vanwege de hiervoor omschreven aard en reeds genoemde kenmerken van de AMBA zal hieronder, op basis van de inrichting van de AMBA, worden beoordeeld of sprake is van vergelijkbaarheid met de Nederlandse coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag. De vergelijking wordt gemaakt aan de hand van de wezenlijke kenmerken van de Nederlandse coöperatie en vereniging op coöperatieve grondslag zoals die zijn opgenomen in artikel 4 van het Besluit VBR.
- de coöperatie heeft op grond van de civiele wet- en regelgeving geen in aandelen verdeeld kapitaal
- Ingevolge § 3(1) LEV mogen economische en bestuurlijke rechten niet worden gebaseerd op de inbreng van kapitaal van de deelnemers. Op grond van § 4 LEV wordt de winst ofwel verdeeld naar rato van het aandeel van het lid in de omzet, ofwel aangehouden binnen de AMBA Daardoor kan bij de AMBA niet worden gesproken van een aandelen verdeeld kapitaal, zoals dat aanwezig is bij de Nederlandse kapitaalvennootschappen nv en bv.
- de coöperatie bezit rechtspersoonlijkheid;
- De AMBA bezit rechtspersoonlijkheid mits deze geregistreerd is bij de Deense autoriteiten (§ 8 jo. § 9 LEV).
- de coöperatie is opgericht door een meerzijdige rechtshandeling
- De AMBA wordt opgericht door een overeenkomst tussen meerdere deelnemers en dient minimaal twee (niet investerende) leden te hebben (§ 3(3) LEV).
- de leden of oud-leden van de coöperatie zijn tegenover de coöperatie naar in de statuten aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk, waarbij die aansprakelijkheid in de statuten kan zijn uitgesloten hetzij tot een maximum kan zijn beperkt, met dien verstande dat wanneer de statuten niet een maatstaf voor ieders aansprakelijkheid bevatten allen voor gelijke delen aansprakelijk zijn
- Leden van de AMBA zijn niet aansprakelijk voor de verplichtingen van de onderneming jegens derden, mits de AMBA geregistreerd is bij de Deense autoriteiten (§ 3(1) jo. § 8 jo. § 9(2) LEV). Zonder deze registratie zijn de leden hoofdelijk aansprakelijk.
- de coöperatie mag de winst onder haar leden verdelen
- De AMBA mag winst onder haar leden verdelen (§ 4 LEV).
- het statutaire doel van de coöperatie is om te voorzien in de stoffelijke behoeften van haar leden door middel van overeenkomsten met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen;
- De doelstelling van een AMBA is om de gemeenschappelijke belangen van haar leden te bevorderen door hun deelname als afnemers, leveranciers of vergelijkbare betrokkenen, waarbij de opbrengsten, behoudens normale opbrengsten op het ingebrachte kapitaal, ofwel worden verdeeld naar rato van het aandeel van het lid in de omzet, ofwel worden aangehouden binnen de onderneming. Dit is in lijn met het statutaire doel dat in dit wezenlijke kenmerk wordt beschreven (zie § 4 LEV).
- de coöperatie heeft een bestuursorgaan
- § 8 bepaalt dat een AMBA moet worden geregistreerd bij de Deense autoriteiten door het bestuursorgaan. Hieruit volgt dat de AMBA een dergelijk orgaan heeft.
- de coöperatie heeft statuten
- De AMBA is verplicht om statuten te hebben (§ 10(4) LEV).
Op basis van vorenstaande kan worden geconcludeerd dat een Deense AMBA naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag. Aangezien de kenmerken van de AMBA (nagenoeg) overeenkomen met alle wezenlijke kenmerken van de Nederlandse coöperatie en vereniging op coöperatieve grondslag, zoals opgenomen in het Besluit VBR, kan geen sprake zijn van vergelijkbaarheid met enige andere Nederlandse rechtsvorm.
Conclusie
Een Deense AMBA is voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met de coöperatie en vereniging op coöperatieve grondslag naar Nederlands recht. De rechtsvorm is niet vergelijkbaar met een andere Nederlandse rechtsvorm.