Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:211:2026:30 Schots co-invest fonds en carried interest fonds, optredend binnen grotere investeringsgroepsstructuur, zijn aan te merken als beleggingsfondsen als bedoeld in artikel 1:1 Wft

Aanleiding

De beoordeling vindt plaats in verband met de belastingheffing ten aanzien van een tweetal Schotse Private Fund Limited Partnerships. Deze partnerships treden op als co-invest fonds en carried interest fonds binnen een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds.

Vragen

  1. Kunnen een co-invest fonds en een carried interest fonds, beide onderdeel uitmakend van een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds, op basis van artikel 2, vierde lid, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het Financieel Toezicht (hierna: Wft), en dus als fonds voor gemene rekening (hierna: FGR), mits ook aan de overige voorwaarden is voldaan?
  2. In het onderhavige geval gaat het om naar Schots recht georganiseerde en in Schotland gevestigde Private Fund Limited Partnerships (hierna: PFLP). Schotland maakt, als onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, geen onderdeel meer uit van de Europese Unie (hierna: EU). In het Fondsenbesluit 2025 is nog geen aandacht besteed aan buiten de EU gevestigde fondsen. Daarom luidt nu de vraag: kan een Schots fonds worden aangemerkt als beleggingsfonds als bedoeld in artikel 1:1 Wft?

Antwoorden

  1. Ja. Een co-invest fonds en een carried interest fonds, onderdeel uitmakend van een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds, kunnen voor de toepassing van artikel 2, vierde lid, Wet Vpb 1969 worden aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft. Als ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan, kunnen deze fondsen dus worden aangemerkt als FGR.
  2. Ja. Schotland heeft de abi-richtlijn (Richtlijn 2011/61/EU) in de wetgeving geïmplementeerd toen het Verenigd Koninkrijk nog lid was van de Europese Unie. De Financial Conduct Authority (hierna: FCA) heeft aldaar de toezichthoudende rol die de Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM) in Nederland. De situatie in Schotland is daardoor vergelijkbaar met de situatie in Nederland. Het is daardoor aannemelijk dat een in Schotland gevestigd fonds, met een fundmanager die beschikt over een door de FCA afgegeven beheerdersvergunning, kan worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft.

Beschouwing

Bij deze beoordeling kon worden beschikt over:

  • de Wet Vpb 1969, van Nederland;
  • het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen (hierna: VBR);
  • het Fondsenbesluit 2025;
  • het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (hierna: BW);
  • de Wft 2007, van Nederland;
  • de website van De Nederlandsche Bank; en
  • de Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 (die ziet op alternatieve beleggingsinstellingen, hierna: abi-richtlijn).

Algemeen

Via de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen is per 1 januari 2025 de rechtsvormvergelijkingsmethode gecodificeerd als wettelijke methode voor de fiscale kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen, waardoor buitenlandse rechtsvormen worden vergeleken met Nederlandse rechtsvormen. Het Besluit VBR geeft uitvoering aan de in artikelen 1.11 en 2.14bis van de Wet IB 2001, artikel 1a van de Wet Vpb 1969, artikel 1 van de Wet op de Dividendbelasting 1965 en artikel 1.2 van de Wet Bronbelasting 2021 opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode.

In de rechtsvormenlijst zoals opgenomen als bijlage bij het Besluit VBR staat de Schotse PFLP opgenomen als rechtsvorm vergelijkbaar met de Nederlandse commanditaire vennootschap. De Schotse PFLP kwalificeert daarmee in beginsel als transparante rechtsvorm, tenzij het een FGR of omgekeerd hybride lichaam is.

Onderdeel van de FGR-definitie in artikel 2, vierde lid, Wet Vpb, is dat het moet gaan om een fonds dat wordt aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft.

Ad vraag 1

De vraag of de in de Aanleiding omschreven fondsen kunnen worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 1:1 Wft concentreert zich in deze casus rond de vraag of een dergelijk fonds, moet beschikken over een eigen, zelfstandig bepaald beleggingsbeleid.

In de voorgelegde casus zijn twee fondsen ingericht als respectievelijk co-invest fonds en carried interest fonds. In die hoedanigheid maken beide fondsen onderdeel uit van een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds. Voor het gehele investeringsfonds, inclusief het co-invest fonds en het carried interest fonds, treedt een rechtspersoon op als fundmanager (beheermaatschappij). Deze beschikt daartoe over een vergunning van de lokale autoriteiten die zien op het financieel toezicht (vergelijkbaar met de AFM).

Informatie over het co-invest fonds en carried interest fonds

Het co-invest fonds en carried interest fonds maken als mede-beleggende fondsen onderdeel uit van de groepsstructuur rond een groter investeringsfonds. Beide fondsen zijn voornamelijk bedoeld om (bepaalde) medewerkers mee te laten delen in de resultaten van het grotere investeringsfonds. Het doel van dit laatste investeringsfonds is om te investeren in verschillende portfoliovennootschappen.

De arbeid voor het investeringsfonds wordt geleverd door personeelsleden die in dienst zijn van de fundmanager van de groep. Deze personeelsleden zijn verantwoordelijk voor de selectie en aansturing van de investeringen en zij zijn verantwoordelijk voor de strategische beslissingen met betrekking tot onder andere de aan- en verkoop van de portfoliovennootschappen.

Het kapitaal op het niveau van het investeringsfonds wordt opgehaald bij verschillende institutionele beleggers. Daarnaast wordt een klein percentage van het kapitaal ingelegd door de personeelsleden van de fundmanager via het co-invest fonds en het carried interest fonds. Het totale kapitaal van het investeringsfonds staat gelijk aan het gecommitteerde kapitaal van het investeringsfonds.

De kapitaalinleg via het co-invest fonds varieert geregeld tussen de 1% en 5% van het totaal gecommitteerde kapitaal in het investeringsfonds. Dit geld wordt op het niveau van het co-invest fonds bij elkaar gebracht door (bepaalde) werknemers van de fundmanager. Dit geld wordt vervolgens toegezegd aan het investeringsfonds en met het totaal gecommitteerde kapitaal gaat het investeringsfonds haar vooraf door de fundmanager bepaalde strategie uitvoeren.

Naast het co-invest fonds neemt ook het carried interest fonds deel in het kapitaal van het investeringsfonds. Via dit carried interest fonds worden vooraf vastgelegde winstrechten van het investeringsfonds bedongen door bepaalde medewerkers van de fundmanager van het investeringsfonds. Dit betreft rechten op een deel van de winst van het investeringsfonds nadat een minimaal rendement is behaald voor de andere investeerders van het investeringsfonds. Het carried interest fonds participeert in het investeringsfonds met een relatief klein geldelijk belang.

Feeder-abi

Een beleggingsinstelling is gedefinieerd in artikel 1:1 Wft. Kort gezegd betreft dit een maatschappij (beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten) of een fonds (beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten). Een beleggingsinstelling trekt door middel van de uitgifte van participaties (aandelen of rechten van deelneming) gelden aan van een gespreide groep investeerders, om deze vervolgens collectief met een vooraf bepaald doel te beleggen in bepaalde activa (beleggingsbeleid).

Er bestaan ook entiteiten die als ‘feeder’ entiteit fungeren en onderdeel uitmaken van een groepsstructuur rond een groter investeringsfonds. Zij hebben dus niet een zelfstandig beleggingsbeleid, maar maken onderdeel uit van de voor het grotere investeringsfonds bepaalde beleggingsstrategie. In artikel 4, eerste lid, onderdeel m, abi-richtlijn is beschreven wat wordt verstaan onder een feeder-abi. Dergelijke entiteiten halen geld op bij investeerders om het vervolgens weer in een ander fonds te beleggen (een zogenaamde ‘master’ entiteit). Een zogenaamd feeder-fonds wordt ook aangemerkt als beleggingsfonds als bedoeld in artikel 1:1 Wft.

In de onderhavige situatie maken het co-invest fonds en het carried interest fonds beiden onderdeel uit van een bredere beleggingsstrategie die voor het grotere investeringsfonds is bepaald door de fundmanager. De fundmanager beschikt in het land van oprichting over een vergunning van de lokale autoriteiten die financieel toezicht houden.

Gezien de feiten en omstandigheden zijn beide fondsen aan te merken als feeder-fondsen. De omstandigheid dat een feeder-fonds niet zelfstandig zijn eigen beleggingsbeleid bepaalt, maakt niet dat het fonds daardoor niet kan worden aangemerkt als beleggingsfonds als bedoeld in artikel 1:1 Wft.

Het feit dat de werknemers die participeren in het carried interest fonds en het co-invest fonds slechts een relatief beperkt bedrag hoeven in te leggen, maakt het voorgaande niet anders. Deze fondsen worden immers gebruikt om (winst)rechten toe te kennen aan (bepaalde) werknemers van de fundmanager en maken daarmee onlosmakelijk onderdeel uit van het door de fundmanager aangeboden grotere investeringsfonds en van de voor het grotere investeringsfonds bepaalde beleggingsstrategie.

Ad vraag 2

In paragraaf 4.3 van het Fondsenbesluit 2025 staat dat het aan het (in Nederland gevestigde) fonds is om aannemelijk te maken dat het fonds moet worden aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft. Dit kan bijvoorbeeld door het overleggen van de vergunning van de AFM. Uit paragraaf 4.4. van het Fondsenbesluit 2025 volgt dat als een fonds binnen de EU (buiten Nederland) is gevestigd, vergelijkbare informatie van de toezichthouder in het desbetreffende land beschikbaar moet zijn. Dit kan bijvoorbeeld een registratie of vergunning zijn die vergelijkbaar is met die van de AFM.

Schotland heeft de EU-richtlijn RL 2009/65/EG (ziende op instellingen voor collectief beleggen in effecten) en de abi-richtlijn in de wetgeving geïmplementeerd toen het Verenigd Koninkrijk nog lid was van de Europese Unie en heeft deze regelgeving na de uittreding uit de EU van het Verenigd Koninkrijk gehandhaafd. In het Verenigd Koninkrijk is de FCA de instantie die toezicht uitoefent op naleving van de geïmplementeerde regelgeving en vergunningen uitgeeft aan daarvoor kwalificerende fundmanagers (beheermaatschappijen). De situatie in Schotland is daardoor vergelijkbaar met de situatie in Nederland, waar de AFM het toezicht uitoefent en vergunningen afgeeft.

Aansluitend op de paragrafen 4.3. en 4.4. van het Fondsenbesluit 2025 is hiermee aannemelijk dat een in Schotland gevestigd fonds, met een fundmanager die beschikt over een door de FCA afgegeven beheerdersvergunning, kan worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wft.

Deel deze pagina