KG:211:2026:4 Valt pensioenregeling in land Z voor toepassing artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969 onder het socialezekerheidsstelsel van dat land?
Publicatiedatum 25-02-2026, 16:29 | Laatste update 25-02-2026, 16:29 |
Aanleiding
Land Z kent een wettelijk pensioen dat vergelijkbaar is met de Nederlandse AOW. De Nederlandse AOW is onderdeel van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel. Het wettelijk pensioen in land Z is evenals de Nederlandse AOW gebaseerd op het omslagstelsel. Voor een aantal beroepsgroepen in land Z geldt een andere pensioenregeling dan het wettelijk pensioen. Deelnemers aan deze andere regeling zijn onder voorwaarden vrijgesteld van het wettelijk pensioen. De premie die normaliter ter financiering van het wettelijk pensioen wordt betaald, wordt bij deze andere pensioenregeling (hierna: buitenlandse pensioenregeling) rechtstreeks aan een pensioeninstelling (A) betaald en door deze instelling belegd. Financiering van het pensioen dat hieruit volgt, werkt volgens het kapitaaldekkingsstelsel. A is gevestigd in land Z.
A heeft dividend ontvangen waarop dividendbelasting is ingehouden. A verzoekt om een teruggaaf van te zijnen laste ingehouden dividendbelasting (artikel 10, tweede/derde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965). Om in aanmerking te komen voor deze teruggaafregeling, is onder meer vereist dat belanghebbende, als zij in Nederland zou zijn gevestigd, subjectief zou zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 juncto artikel 3 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971, hierna tezamen verder aan te duiden als artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb). Het beleid hierover is opgenomen in de onderdelen 3.3 en 3.4 van het beleidsbesluit van 25 november 2019, nr. 2019-187751, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 27 juli 2022, nr. 2022-8874 (hierna: het besluit). In het kader van de beoordeling of aan dit beleid is voldaan, is de volgende vraag opgekomen.
Vraag
Valt de buitenlandse pensioenregeling onder het socialezekerheidsstelsel van land Z en staat deze regeling daarmee in de weg aan de toepassing van de subjectieve vrijstelling van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb?
Antwoord
Nee, de buitenlandse pensioenregeling valt naar Nederlands begrip niet onder het socialezekerheidsstelsel van land Z en staat daarmee niet in de weg aan de toepassing van de subjectieve vrijstelling van artikel 5, eerste lid, onderdeel b Wet Vpb. Om voor deze subjectieve vrijstelling in aanmerking te komen is uiteraard wel vereist dat aan alle voorwaarden van onderdeel 3.3 van het besluit wordt voldaan. De beoordeling hiervan is voorbehouden aan de inspecteur.
Beschouwing
In onderdeel 3.3.1 van het besluit zijn de cumulatieve voorwaarden opgenomen waaraan een in het buitenland gevestigd pensioenlichaam en de buitenlandse pensioenregeling moeten voldoen om een beroep te kunnen doen op de subjectieve vrijstelling van artikel 5, eerste lid, onderdeel b Wet Vpb. Met voormeld onderdeel wordt invulling gegeven aan de vraag waaraan een buitenlandse regeling moet voldoen om naar aard en strekking overeen te komen met een regeling als bedoeld in artikel 1 Pensioenwet respectievelijk de wettelijke bepalingen betreffende de loonbelasting (zie artikel 5, derde lid, onderdeel a, Wet Vpb).
Eén van de voorwaarden in onderdeel 3.3.1 is voorwaarde L, welke voorwaarde als volgt luidt:
“De buitenlandse pensioenregeling valt in het land waar het pensioenlichaam is gevestigd niet onder het sociale zekerheidsstelsel van het desbetreffende land.”
Het Nederlandse socialezekerheidsstelsel is uitgewerkt in de sociale verzekeringswetten. Deze bestaan uit twee categorieën. De eerste categorie bestaat uit de verplichte volksverzekeringen die verplicht zijn voor iedereen in Nederland, zoals o.a. de Algemene Ouderdomswet (AOW). De tweede categorie bestaat uit de werknemersverzekeringen die verplicht zijn voor iedereen die in Nederland in loondienst werkt. Kenmerkend voor deze sociale-verzekeringswetten is het verplichte en generieke karakter. Financiering van het socialezekerheidsstelsel vindt plaats via het omslagstelsel.
Buitenlandse wettelijke regelingen die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse sociale verzekeringswetten worden geacht te behoren tot het socialezekerheidsstelsel van het desbetreffende land.
A biedt weliswaar pensioenregelingen aan die in de plaats komen van het wettelijke pensioen in land Z, maar de pensioenregelingen die zij aanbiedt, worden niet onderworpen aan de regels van het wettelijke pensioen en voorzien niet in een algemene uitkering, zoals de Nederlandse AOW.
In Nederland vindt de financiering van de AOW plaats via het omslagstelsel. In land Z werkt de AOW-equivalent, het wettelijke pensioen, soortgelijk en hiervoor geldt ook het omslagstelsel. De pensioenregeling van A heeft geen generiek karakter en wordt niet opgebouwd en gefinancierd via het omslagstelsel, maar via het kapitaaldekkingsstelsel. De pensioenregeling van deze specifieke pensioeninstelling valt daarmee in land Z naar Nederlands begrip niet onder het socialezekerheidsstelsel. De conclusie is daarom dat wordt voldaan aan voorwaarde L van het besluit.