KG:211:2026:8 Spaanse AIE
Publicatiedatum 08-04-2026, 14:46 | Laatste update 08-04-2026, 14:46 |
Aanleiding
De kwalificatie vindt plaats in verband met de belastingheffing ten aanzien van een naar het recht van Spanje opgerichte Agrupación de Interés Económico (hierna: Spaanse AIE).
Vraag
Met welke Nederlandse rechtsvorm is een Spaanse AIE vergelijkbaar voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969), de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), de Wet op de dividendbelasting 1965 (hierna: Wet DB 1965) en de Wet bronbelasting 2021 (hierna: Wet BB 2021)?
Antwoord
Een Spaanse AIE is voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse maatschap of vennootschap onder firma.
Beschouwing
Bij deze kwalificatie kon worden beschikt over:
- de Ley 12/ 1991 de Agrupaciones de Interés Económico van 29 april 1991 van Spanje (hierna: Ley 12/1991);
- de overeenkomst tot oprichting van de Spaanse AIE;
- het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen (hierna: Besluit VBR), van Nederland;
- de Wet Vpb 1969, van Nederland; en
- het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Algemeen
Via de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen is per 1 januari 2025 de rechtsvormvergelijkingsmethode gecodificeerd als wettelijke methode voor de fiscale kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen, waardoor buitenlandse rechtsvormen worden vergeleken met Nederlandse rechtsvormen. Het Besluit VBR geeft uitvoering aan de in artikelen 1.11 en 2.14bis van de Wet IB 2001, artikel 1a van de Wet Vpb 1969, artikel 1 van de Wet DB 1965 en artikel 1.2 van de Wet BB 2021 opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode.
In het Besluit VBR worden regels gesteld aan de hand waarvan wordt bepaald of een naar buitenlands recht opgericht of aangegaan lichaam een met een Nederlandse rechtsvorm vergelijkbare rechtsvorm heeft en, als dat het geval is, met welke Nederlandse rechtsvorm het buitenlandse lichaam dan vergelijkbaar is. De groep van Nederlandse rechtsvormen bestaat enerzijds uit de – in de meeste gevallen in Boek 2 van het BW benoemde – rechtsvormen die voor Nederlandse fiscale doeleinden als zelfstandig belastingplichtig worden aangemerkt (hierna ook: de BW-rechtsvormen) en anderzijds uit de Nederlandse personenvennootschappen (de vennootschap onder firma, de maatschap en de commanditaire vennootschap), die voor Nederlandse fiscale doeleinden in de regel als transparant worden aangemerkt (zodat de achterliggende participanten in de heffing worden betrokken).
De BW-rechtsvormen hebben gemeen dat zij op basis van het BW rechtspersoon zijn. Daarnaast geldt dat de BW-rechtsvormen, op de bijzondere rechtsvormen van het kerkgenootschap, de informele vereniging en de Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon na, worden opgericht bij notariële akte. Hoewel de BW-rechtsvormen een aantal kenmerken delen, kennen zij ook veel verschillen.
Voor een personenvennootschap geldt dat in het algemeen sprake is van een overeenkomst tot samenwerking ter uitoefening van een beroep of bedrijf met inbreng door ieder van de participanten met het oogmerk voordeel te behalen en dit met elkaar te delen. Personenvennootschappen hebben civielrechtelijk geen in aandelen verdeeld kapitaal en de (niet-commanditaire) vennoten zijn verbonden voor verbintenissen van de vennootschap jegens derden.
Het antwoord op de vraag of een buitenlandse rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse rechtsvorm wordt in beginsel bepaald aan de hand van de toets of de buitenlandse rechtsvorm naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse rechtsvorm.
Om de aard van een buitenlandse rechtsvorm vast te stellen dient aan de hand van het buitenlandse recht geanalyseerd te worden welke plaats de betreffende rechtsvorm in het buitenlandse recht inneemt en welke bedoeling de buitenlandse wet- of regelgever heeft gehad met die rechtsvorm. Bij deze analyse komt onder andere belang toe aan de keuze van de buitenlandse wet- of regelgever om de betreffende rechtsvorm als contractueel samenwerkingsverband (zoals de Nederlandse personenvennootschap) vorm te geven, of bijvoorbeeld als een kapitaalvennootschap (zoals de Nederlandse nv en Nederlandse bv).
De inrichting van een buitenlandse rechtsvorm heeft betrekking op de meer concrete regels die zijn gegeven voor die rechtsvorm in het buitenlandse recht. De inrichting van de Nederlandse rechtsvormen bestaat voor een belangrijk deel uit de wezenlijke kenmerken van verschillende rechtsvormen die per Nederlandse rechtsvorm zijn benoemd in afdeling 2 van hoofdstuk II van het Besluit VBR.
Toepassing van het toetsingskader op een Spaanse AIE
De aard van een Spaanse AIE
Een Spaanse AIE wordt beheerst door de Ley 12/1991. Deze wet vermeldt dat de Spaanse AIE een samenwerkingsverband is dat dient om de economische activiteit van haar deelnemers te faciliteren of te ontwikkelen. De regeling van de Spaanse AIE is gebaseerd op de regeling van het (fiscaal transparante) Europees Economisch Samenwerkingsverband (EESV). Deze laatste beoogt de samenwerking tussen haar deelnemers op EU-niveau te bevorderen, terwijl de AIE dit beoogt op binnenlands (Spaans) niveau.
In de preambule van de Ley 12/1991staat dat de Spaanse AIE als rechtsvorm binnen het raamwerk van de Spaanse personenvennootschappen (‘sociedad colectiva’) is geplaatst. Dit blijkt ook uit artikel 1 Ley 12/1991. Daarin is bepaald dat de regels over de Spaanse sociedad colectiva aanvullend van toepassing zijn op de Spaanse AIE, voor zover de bijzondere aard daarvan zich daar niet tegen verzet. Een Spaanse AIE heeft net als de sociedad colectiva rechtspersoonlijkheid (artikel 1 Ley 12/1991). De sociedad colectiva is volgens de rechtsvormenlijst van het Besluit VBR vergelijkbaar met een Nederlandse maatschap of vennootschap onder firma.
Gelet op haar plaatsing binnen het raamwerk van de Spaanse personenvennootschappen en het (aanvullend) van toepassing zijn van de regels over de Spaanse sociedad colectiva, is een Spaanse AIE naar haar aard een personenvennootschap.
De inrichting van een Spaanse AIE
Zoals aangegeven bestaat de inrichting van de Nederlandse rechtsvormen voor een belangrijk deel uit de wezenlijke kenmerken zoals opgenomen in afdeling 2 van hoofdstuk II Besluit VBR.
Op basis van de aard en het doel van een Spaanse AIE wordt eerst vergelijking gezocht binnen de Nederlandse personenvennootschappen. Zoals al hiervoor aangegeven, is een Spaanse AIE een samenwerkingsverband dat tot doel heeft om de economische activiteiten van haar deelnemers te faciliteren. Dit doel is ook het uitgangspunt bij de Nederlandse coöperatie en vereniging op coöperatieve grondslag. Na de vergelijking met de Nederlandse personenvennootschappen zal daarom kort aandacht worden besteed aan de vergelijkbaarheid met deze rechtsvormen.
De Spaanse rechtsvorm waar de AIE op is gebaseerd, de sociedad colectiva, wordt vergelijkbaar geacht met een Nederlandse maatschap of vennootschap onder firma. Daarom wordt als eerste beoordeeld of ook de AIE vergelijkbaar is met deze Nederlandse rechtsvorm. De vergelijking wordt gemaakt aan de hand van de wezenlijke kenmerken van de Nederlandse maatschap en vennootschap onder firma zoals die zijn opgenomen in artikel 3 Besluit VBR.
- De maatschap en vennootschap onder firma hebben op grond van civiele wet- en regelgeving geen in aandelen verdeeld kapitaal
- Artikel 8 Ley 12/1991 bepaalt dat als de Spaanse AIE een aandelenkapitaal heeft, de oprichtingsakte moet vermelden hoe dit aandelenkapitaal tussen de deelnemers is verdeeld. De Ley 12/1991 verbindt geen stemrechten en winstrechten aan het hebben van aandelen. De kapitaalbijdrage van iedere deelnemer moet blijken uit de administratie van de AIE. Stemrecht en winstrecht zijn niet op basis van kapitaalverhouding maar op basis van de verhouding die in de oprichtingsakte is vastgelegd. Daaruit volgt dat op grond van civiele wet- en regelgeving de Spaanse AIE in beginsel geen in aandelen verdeeld kapitaal heeft zoals bedoeld in Boek 2 van het BW voor de Nederlandse kapitaalvennootschappen nv en bv.
- De maatschap of de vennootschap wordt aangegaan ter uitoefening van een beroep onderscheidenlijk bedrijf, met inbreng door ieder van de maten, onderscheidenlijk vennoten, met het oogmerk voordeel te behalen en met elkaar te delen
- Artikel 3 Ley 12/1991geeft aan dat het doel van de Spaanse AIE is beperkt tot economische activiteiten die dienstbaar zijn aan de activiteiten van haar deelnemers. Deze beperking tot economische activiteiten sluit uit dat binnen de Spaanse AIE andere activiteiten worden verricht dan activiteiten in het kader van een beroep of bedrijf. De Spaanse AIE is net als het EESV een samenwerkingsverband: een rechtsvorm waarin de deelnemers samenwerken om daardoor voordeel voor hen te behalen. Hieruit volgt dat iedere deelnemer een bijdrage moet leveren aan deze samenwerking (in de vorm van arbeid of kapitaal) en dat deze samenwerking moet zijn gericht op het behalen van voordeel voor de deelnemers. Eventuele winst die door de Spaanse AIE wordt behaald, wordt geacht winst van de deelnemers te zijn en wordt tussen de deelnemers verdeeld (artikel 21 Ley 12/1991).
- De maatschap of de vennootschap onder firma kent ten minste twee maten, onderscheidenlijk vennoten
- De volledige naam van de Spaanse AIE is: Agrupación de Interés Económico. De Nederlandse vertaling van deze volledige naam luidt: Economisch Samenwerkingsverband. Uit deze naam volgt al dat de Spaanse AIE ten minste twee deelnemers moet kennen, want in een samenwerkingsverband met slechts één deelnemer kan geen samenwerking plaatsvinden. Dit wordt ook bevestigd door artikel 8, eerste lid, onder 2, Ley 12/1991: de oprichtingsakte moet de wil van de oprichters (meervoud) uitdrukken om een Spaanse AIE op te richten.
- De maten of vennoten delen in het resultaat van de maatschap, onderscheidenlijk vennootschap onder firma
- Artikel 21 Ley 12/1991bepaalt dat eventuele winst die door de Spaanse AIE wordt behaald, wordt geacht winst van de deelnemers te zijn, die wordt verdeeld tussen de deelnemers op de wijze zoals is vastgelegd in de oprichtingsakte of, als niets is vastgelegd, in gelijke delen.
- Alle maten, onderscheidenlijk vennoten, zijn voor een gelijk deel dan wel onbeperkt aansprakelijk tegenover derden voor de schulden en andere verplichtingen van de maatschap, onderscheidenlijk vennootschap onder firma
- Artikel 5 Ley 12/1991bepaalt dat iedere deelnemer van een Spaanse AIE (naast de Spaanse AIE) persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk is voor de verplichtingen van de AIE.
- De maatschap en de vennootschap onder firma kennen in beginsel geen bestuursorgaan
- Artikel 12, eerste lid, Ley 12/1991bepaalt dat de Spaanse AIE bestuurd wordt door een of meer personen (bestuurders) die worden benoemd in de oprichtingsakte of in onderling overleg tussen de deelnemers. Een bestuurder hoeft niet de hoedanigheid van deelnemer te hebben, tenzij anders bepaald in de oprichtingsakte (artikel 12, derde lid, Ley 12/1991). Een bestuursorgaan zoals een Nederlandse Boek 2 BW rechtspersoon heeft de Spaanse AIE niet.
- Vertegenwoordiging vindt, al dan niet in gezamenlijkheid, plaats door de maten, onderscheidenlijk vennoten
- De bestuurders zijn vertegenwoordigingsbevoegd (artikel 13 Ley 12/1991). Indien de deelnemers ook bestuurders zijn, zijn zij in hun hoedanigheid van bestuurder ook vertegenwoordigingsbevoegd.
Een Spaanse AIE bezit dus de wezenlijke kenmerken a tot en met g van een Nederlandse maatschap of vennootschap onder firma zoals genoemd in het Besluit VBR.
Met het oog op het doel van de AIE, het faciliteren van de economische activiteiten van haar deelnemers, is hierboven aangegeven dat ook zou worden stilgestaan bij de vergelijkbaarheid met de Nederlandse rechtsvormen coöperatie en vereniging op coöperatieve grondslag. Anders dan bij deze Nederlandse rechtsvormen zijn de deelnemers van een Spaanse AIE rechtstreeks persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk jegens derden voor de schulden en verplichtingen van de AIE. Bij een Nederlandse coöperatie (met wettelijke of beperkte aansprakelijkheid) zijn de leden alleen aansprakelijk tegenover de coöperatie voor ten hoogste een tekort en is dus geen sprake van rechtstreekse aansprakelijkheid jegens derden. Uit de Nota van toelichting bij het Besluit VBR (p.31) volgt dat de positie van het vermogen en de mate van aansprakelijkheid van een rechtsvorm in relatie tot de participanten, leden of belanghebbenden een onderscheidende rol spelen. Hierdoor luidt de conclusie dat geen sprake kan zijn van vergelijkbaarheid van de Spaanse AIE met een Nederlandse coöperatie en vereniging op coöperatieve grondslag.
Gelet op de wezenlijke kenmerken die de Spaanse AIE bezit, is haar inrichting vergelijkbaar met de inrichting van een Nederlandse maatschap of vennootschap onder firma. Haar inrichting is niet vergelijkbaar met de inrichting van de Nederlandse coöperatie en vereniging op coöperatieve grondslag.
Conclusie
De Spaanse AIE is, voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021, vergelijkbaar met de Nederlandse maatschap of vennootschap onder firma. Zij is niet vergelijkbaar met een andere Nederlandse rechtsvorm.