Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

KG:202:2026:4 Legitieme portie en box 3

Aanleiding

Na het overlijden van de alleenstaande erflater wordt de nalatenschap verdeeld over de erfgenamen. Een kind (hierna: legitimaris) van de erflater is bij testament onterfd. Drie jaar na het overlijden van de erflater raakt deze legitimaris hiervan op de hoogte. De legitimaris eist vervolgens zijn legitieme portie van de reeds verdeelde nalatenschap op.

Vragen

  1. Mogen de erfgenamen in box 3 rekening houden met de mogelijkheid dat de legitimaris aanspraak kan maken op zijn legitieme portie?
  2. Wat zijn de fiscale gevolgen voor de erfgenamen voor de voorgaande kalenderjaren als de legitimaris drie jaar na overlijden van de erflater aanspraak maakt op zijn legitieme portie?

Antwoorden

  1. Nee, op dat moment heeft de legitimaris nog geen aanspraak gemaakt op zijn legitieme portie en staat nog niet vast dat de legitieme portie daadwerkelijk zal worden opgeëist. Omdat nog geen sprake is van een opeisbare schuld is het niet mogelijk voor de erfgenamen om de aanspraak op de legitieme portie als schuld in box 3 in aanmerking te nemen.
  2. Vanaf het moment dat de legitimaris aanspraak heeft gemaakt op zijn legitieme portie, kan deze aanspraak als schuld in box 3 in aanmerking worden genomen bij de erfgenamen. Dat heeft geen fiscale gevolgen voor de grondslag sparen en beleggen van de erfgenamen op eerdere peildata tussen het overlijden van de erflater en het aanspraak maken door de legitimaris.

Beschouwing

Legitieme portie

De definitie van legitieme portie staat in artikel 4:63, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De legitieme portie van een legitimaris is het gedeelte van de waarde van het vermogen van de erflater, waarop de legitimaris in weerwil van giften en uiterste wilsbeschikkingen van de erflater aanspraak kan maken. Legitimarissen zijn, ingevolge het tweede lid, de afstammelingen van de erflater die door de wet als erfgenamen tot zijn nalatenschap worden geroepen. Deze erfgenamen zijn door erflater in zijn uiterste wil onterfd.

De legitieme portie wordt ingevolge artikel 4:65 BW berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap. Op grond van artikel 4:6 BW wordt daaronder verstaan de waarde van de goederen op het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van de erflater.

Op grond van artikel 4:7, eerste lid, aanhef en onderdeel g, BW worden de schulden ter zake van legitieme porties waarop krachtens artikel 4:80 BW aanspraak wordt gemaakt als schulden van de nalatenschap aangemerkt. De legitieme portie komt dus in mindering op de waarde van de nalatenschap. De legitimaris die aanspraak maakt op de legitieme portie heeft op grond van artikel 4:80, eerste lid, BW een vordering in geld op de erfgenamen.

De termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op de legitieme portie is begrensd. In artikel 4:85, eerste lid, BW, staat dat de mogelijkheid om aanspraak te maken op de legitieme portie vervalt indien de legitimaris niet binnen een door een belanghebbende (erfgenamen) gestelde redelijke termijn en anders uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen. In artikel 4:81, eerste lid, BW staat nog dat de vordering opeisbaar is vanaf zes maanden na overlijden van de erflater.

Nog niet opgeëiste legitieme portie in box 3

De grondslag sparen en beleggen is op grond van artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), gebaseerd op de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (peildatum). De rendementsgrondslag is volgens artikel 5.3, eerste lid, Wet IB 2001, de waarde van de bezittingen verminderd met de waarde van de schulden.

De erfgenamen moeten hun deel van de bezittingen en schulden van de nalatenschap aangeven vanaf de eerste peildatum na het overlijden van de erflater (zie KG:202:2022:13).

De vraag is of de (nog) niet-opgeëiste legitieme portie als schuld van die nalatenschap in box 3 kan worden aangegeven. De legitieme portie is pas een schuld van de nalatenschap als hierop door de legitimaris aanspraak wordt gemaakt. In de definitie van legitieme portie in het BW staat dat de legitimaris aanspraak kan maken. Dit betekent dat niet automatisch sprake is van een aanspraak. De legitimaris moet hiertoe uiterlijk binnen vijf jaar een rechtshandeling verrichten. Doet hij dit niet, dan heeft de legitimaris (nog) geen aanspraak op de erfgenamen. Na vijf jaar kan de legitimaris geen aanspraak meer maken op zijn legitieme portie.

Indien een legitieme portie (nog) niet is opgeëist op de peildatum voor box 3 moeten de erfgenamen ieder hun deel van bezittingen en schulden in de nalatenschap zonder de mogelijke schuld aan de legitimaris aangeven in box 3.  

Opgeëiste legitieme portie in box 3

Wanneer de legitimaris zijn legitieme portie heeft opgeëist, mogen de erfgenamen in box 3 hun aandeel in de schuld aan de legitimaris in aanmerking nemen. Dit geldt vanaf het moment dat de legitieme portie wordt opgeëist en werkt niet terug naar eerder gelegen peildata tussen het overlijden van de erflater en het tijdstip waarop de legitieme portie door de legitimaris is opgeëist. Op de eerdere peildata was er immers nog geen sprake van een aanspraak, nu deze pas ontstaat als de legitimaris dit kenbaar maakt.

Het bovenstaande wijkt af van de situatie inzake de op de peildatum nog niet geformaliseerde erfbelastingschuld, zoals beschreven in KG:202:2025:3. Een (nog) niet geformaliseerde erfbelastingschuld kan wel als schuld in box 3 in aanmerking worden genomen indien en voor zover deze kan en waarschijnlijk zal worden nagevorderd. Het verschil met de legitieme portie is dat de erfbelastingschuld al direct na het overlijden van de erflater wordt geacht te zijn ontstaan, ook voor de vermogensbestanddelen die op dat moment nog niet bekend zijn, terwijl het bij de legitieme portie van belang is dat de legitimaris deze heeft opgeëist.

Voor de legitimaris geldt eveneens dat de legitieme portie pas tot zijn bezittingen behoort als hij daarop aanspraak heeft gemaakt. Op de daarop volgende peildatum moet de vordering worden aangegeven in box 3. Na voldoen van de schuld door de erfgenamen verdwijnt de schuld bij de erfgenamen en verdwijnt de vordering bij de legitimaris.

Deel deze pagina