KG:202:2026:2 Kosten ziekenbezoek en begrip verblijfplaats
Publicatiedatum 15-01-2026, 14:12 | Laatste update 15-01-2026, 14:12 |
Aanleiding
Belastingplichtige woont bij zijn ouders. Een van zijn ouders is chronisch ziek en wordt langdurig thuis verzorgd en verpleegd. Een aantal keer per week rijdt belastingplichtige tussen de middag van zijn werk naar huis om bijstand te verlenen in de verzorging/verpleging van zijn ouder. Daarna rijdt hij weer terug naar zijn werk. Het werkadres van belastingplichtige is op 15 kilometer van zijn huis.
Voor het in aanmerking nemen van kosten voor het regelmatig bezoeken van wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand verpleegde personen (hierna: reiskosten ziekenbezoek) als uitgaven voor specifieke zorgkosten, gelden voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat de afstand tussen de woning of verblijfplaats van de bezoeker en de plaats waar de verpleging plaatsvindt, meer dan 10 kilometer enkele reis – gemeten langs de meest gebruikelijke weg – beloopt (artikel 6.17, eerste lid, onderdeel i, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001)).
Vraag
Kwalificeert het werkadres van belastingplichtige in het kader van de reiskosten ziekenbezoek als verblijfplaats in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel i, Wet IB 2001?
Antwoord
Nee, het werkadres van belastingplichtige kwalificeert niet als verblijfplaats in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel i, Wet IB 2001.
Beschouwing
Uitgaven vanwege ziekte of invaliditeit
Op grond van artikel 6.17, eerste lid, aanhef, Wet IB 2001 moeten de uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn gedaan vanwege ziekte of invaliditeit.
Doordat de ouder vanwege een chronische ziekte langdurig en regelmatig verzorging en verpleging nodig heeft, kan ervan worden uitgegaan dat de uitgaven zijn gedaan in verband met ziekte of invaliditeit.
Kosten voor het regelmatig bezoeken van verpleegde personen
Op basis van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel i, Wet IB 2001 gelden de volgende cumulatieve vereisten om de kosten voor het regelmatig bezoeken van de verpleegde personen in aanmerking te nemen:
- Er is sprake van regelmatig bezoeken.
- De bezochte persoon wordt wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand verpleegd.
- De bezoeker voert bij de aanvang van de verpleging een gezamenlijke huishouding met de verpleegde persoon.
- De afstand tussen de woning of verblijfplaats van de bezoeker en de plaats waar de verpleging plaatsvindt, beloopt - gemeten langs de meest gebruikelijke weg - meer dan 10 kilometer.
Belastingplichtige voldoet aan de eerste drie voorwaarden. De vraag is of ook aan de vierde voorwaarde is voldaan. Er is geen sprake van een afstand tussen de woning van de bezoeker en de plaats waar de verpleging plaatsvindt, aangezien de belastingplichtige in hetzelfde huis woont als waar zijn ouder wordt verpleegd. De vraag blijft over of onder de verblijfplaats van de bezoeker het werkadres van belastingplichtige kan vallen.
Afstand tussen de woning of verblijfplaats van de bezoeker en de plaats waar de verpleging plaatsvindt
In de Wet IB 2001 en in de parlementaire behandeling is niet expliciet aangegeven wat wordt verstaan onder ‘verblijfplaats’. In artikel 6.17 Wet IB 2001 stond tot 1 januari 2003 bij de reiskosten ziekenbezoek dat het ging om de ‘enkele reisafstand’ zonder dat daarbij expliciet werd aangegeven over welke reisafstand het ging. Ingevolge het Belastingplan 2003 Deel II - overig fiscaal pakket (Stb. 2002, 617) is in het toenmalige artikel 1.10 Wet IB 2001 een definitie van het begrip ‘reisafstand’ opgenomen. De tekst van artikel 1.10 Wet IB 2001 luidde van 1 januari 2003 tot 1 januari 2004 als volgt:
“In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. reisafstand: de afstand tussen de woning of verblijfplaats en de plaats van werkzaamheden gemeten langs de meest gebruikelijke weg;b. regelmatig woon-werkverkeer: het in het kalenderjaar op 60 dagen of meer reizen tussen de woning of verblijfplaats en de plaats of plaatsen van werkzaamheden, waarbij binnen een tijdsbestek van 24 uur zowel heen als terug wordt gereisd.”
Om te voorkomen dat de definitie van ‘reisafstand’ door zou werken naar de regeling voor uitgaven voor specifieke zorgkosten, is artikel 6.17 Wet IB 2001 gelijktijdig gewijzigd. Voor de reiskosten ziekenbezoek werd ‘enkele reisafstand’ vervangen door ‘de afstand tussen de woning of verblijfplaats van de bezoeker en de plaats waar de verpleging plaatsvindt gemeten langs de meest gebruikelijke weg’. Een inhoudelijke wijziging is hiermee niet beoogd (MvT, Kamerstukken II 2002/03, 28 608, nr. 3, p. 28).
Voor de toevoeging van verblijfplaats naast de woning is gekozen om te voorkomen dat een bezoeker die tijdelijk of periodiek elders verblijft, maar bij aanvang van de verpleging wel een gezamenlijke huishouding met de verpleegde voerde, niet in aanmerking zou komen voor de reiskosten ziekenbezoek. Dezelfde terminologie wordt gehanteerd in de reisaftrek. Met de term ‘verblijfplaats’ in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel i, Wet IB 2001 wordt niet gedoeld op het werkadres. Sterker nog, wanneer het werkadres ook als ‘verblijfplaats’ zou kwalificeren, dan zou de (oude) definitie uit artikel 1.10 Wet IB 2001, zoals dat tot 1 januari 2004 luidde, ook niet kloppen.
Uit vorenstaande volgt dat de werkplek niet valt onder verblijfplaats in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel i, Wet IB 2001.
Voor een nadere toelichting op het begrip verblijfplaats in het kader van woon-werkverkeer wordt verwezen naar KG:204:2024:6.