Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

Standpunten van de Kennisgroep successiewet geactualiseerd

De Kennisgroep successiewet heeft een aantal standpunten geactualiseerd naar aanleiding van wetswijzigingen per 1 januari 2025 en 1 januari 2026.

De volgende standpunten zijn geactualiseerd, waarbij de voornaamste wijzigingen hieronder worden benoemd:

KG:063:2022:1 BOR, bezitseis, inkoop niet kwalificerende preferente aandelen

Het begrip preferente aandelen is aangepast naar de wetwijziging per 1 januari 2026.

KG:063:2022:6 BOR bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij echtscheiding, waarbij sprake is van een gift

Aan de voorbeelden in dit standpunt zijn jaartallen toegevoegd, omdat het vrijstellingspercentage per 1 januari 2025 in verlaagd naar 75%.

KG:063:2023:2 Schenking vanuit gemeenschap van goederen, wat betekent dit voor de SW?

De beschouwing van dit standpunt is aangepast, vanwege het per 1 januari 2026 aangepaste artikel 12, eerste lid, Successiewet 1956.

KG:063:2023:03 BOR, bezitseis en voortzettingsvereiste als holding commanditair vennoot wordt

Dit standpunt is aangepast naar de recente wetswijzigingen met betrekking tot de BOR en de commanditaire vennootschappen.  

KG:063:2023:11 Herroepen schenking, herleven eenmalige verhoogde vrijstelling schenkbelasting?

De beschouwing is aangevuld met een verwijzing naar antwoorden van de Staatssecretaris van Financiën. Daarnaast is een taal-technische wijziging aangebracht.

KG:063:2023:17 BOR, bezitseis bij door dwaling teruggekeerde aandelen

Dit standpunt is tekstueel aangepast, aangezien de bezitsperiode vanaf 1 januari 2026 in bepaalde gevallen wordt verlengd. Zie artikel 35d, lid 2 en 3, Successiewet 1956.

KG:063:2023:18 Eenmalig verhoogde vrijstelling, leeftijdsgrens bij reeks schenkingen

De beschouwing van dit standpunt is aangepast, vanwege het vervallen van de eenmalige vrijstelling eigen woning per 1 januari 2024.

KG:063:2023:40 BOR en verwerping, heffing artikel 30 SW 1956

Dit standpunt is aangepast, zodat duidelijk is dat dit standpunt ziet op de toepassing van artikel 30, eerste lid, Successiewet 1956.

Deel deze pagina